Gas vaker vangnet voor stroomproductie bij schommelende zon- en windenergie
Elektriciteitscentrales hebben vorig jaar meer gas verbruikt dan in 2024. De centrales gebruiken gas om de schommelingen in de productie van wind- en zonne-energie op te vangen. De toename blijkt uit cijfers van de Gasunie, het overheidsbedrijf dat aardgas transporteert en opslaat.
De Gasunie transporteerde vorig jaar 63,4 miljard kubieke meter aardgas, 3,9 miljard kubieke meter meer dan het jaar daarvoor. Vooral op koude en donkere dagen in de winter werd flink meer gas getransporteerd. Op de dagen dat minder duurzame energie wordt opgewekt, vangen gascentrales een deel van deze vraag op.
Het totale gastransport is de laatste vijf jaar wel aan het dalen. 2025 is daar een uitzondering op, zegt directeur bij Gasunie Transport Services, Jeroen Zanting. "Dat het gastransport vorig jaar is gestegen komt voornamelijk doordat elektriciteitscentrales meer gas hebben verbruikt, de gasvoorraad aan het begin van 2025 erg laag was en weer aangevuld moest worden, en er meer gas is vervoerd naar Duitsland."
"Vergroening in de elektriciteitsindustrie is heel succesvol geweest, waardoor gas steeds vaker een balanceerrol heeft gekregen", aldus Zanting. "Gascentrales kunnen snel leveren en zijn daarom geschikt om de vraag naar stroom op onzekere dagen op te vangen, al zal het aantal momenten dat gas ingezet wordt steeds beperkter worden."
Aan- en uitzettenVoorheen kwam alle stroom uit kolen en gascentrales, maar dit verschuift steeds meer naar groene stroom. "Gas blijft onmisbaar, maar tegelijkertijd gebruikt Nederland inmiddels voor meer dan de helft stroom uit hernieuwbare bronnen", zegt Olof van der Gaag van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE). "Een recordhoeveelheid ten opzichte van voorgaande jaren."
"Nederland draait steeds vaker op zon en wind, maar die kun je niet zomaar aan- en uitzetten. Een betrouwbaar vangnet blijft daarom cruciaal", zegt Van der Gaag. Dat vangnet bestaat voor een groot deel nog uit kolen- en gascentrales, maar kan ook worden gecreëerd met biomassa, groene waterstof of het gebruik van een kerncentrale. "Biomassa is al ver ontwikkeld, dus op korte termijn is dit het voornaamste duurzame vangnet."
Meer vloeibaar gasVorig jaar werd voor het eerst meer vloeibaar gas (lng) geïmporteerd met schepen dan dat er aardgas via pijpleidingen naar Nederland kwam, met de Verenigde Staten als grootste leverancier. De lng-import steeg vorig jaar met meer dan een kwart.
Nederland heeft sinds het begin van de Oekraïne-oorlog in 2022 de import van Russisch gas afgebouwd. Daarnaast is het zogeheten Groningenveld gesloten voor gasproductie. Lng-import uit de Verenigde Staten en Qatar speelt sindsdien een steeds belangrijkere rol voor de Nederlandse, maar ook Europese gasvoorraad. Gas wordt nu via schepen aangevuld vanuit de VS en via de leidingen vanaf de havens in Rotterdam en Groningen naar Nederland en andere EU-landen vervoerd.
Door de inval in Oekraïne wordt de gasvoorraad scherp in de gaten gehouden. Vorig jaar is zo'n 21 procent meer gas opgeslagen dan een jaar eerder. Toch waren de voorraden aan het begin van de winter leger dan in voorgaande jaren. Volgens de Gasunie komt dit doordat de gasopslagen in het voorjaar van 2025 al relatief leeg waren.
ChemiebedrijvenAls je inzoomt op de cijfers voor de chemische industrie, zie je dat gastransport naar deze sector met 9 procent daalde. Deze trend is na de inval in Oekraïne verder versterkt. "Het zegt veel over de industriële activiteit en wordt gedreven door fabrieken die in Nederland zijn gesloten of stilstaan. Dat is nu nog meer zo dan aan het begin van de oorlog", zegt de directeur van de Gasunie.
Vorig jaar hebben veel chemiebedrijven in Nederland fabrieken moeten sluiten. Het gasverbruik van de industrie is daardoor afgenomen. "Het is een feit dat de industrie in Nederland een hogere energieprijs moet betalen dan in onze buurlanden en daardoor een concurrentienadeel hebben", zegt Van der Gaag.
Zanting benadrukt dat de Nederlander van deze cijfers niks heeft gemerkt. "De leveringszekerheid is afgelopen jaar nagenoeg 100 procent geweest, dus de mensen thuis met een aansluiting op het gasnet merken hier niks van."
Aanleg waterstofnetwerk in gevaar, Kamer onvolledig geïnformeerd
De aanleg van een waterstofnetwerk dat in 2030 de vijf grote industrieclusters in Nederland en de buurlanden met elkaar moet verbinden, loopt vertraging op. Ook is er veel te weinig geld beschikbaar, zo concludeert de Algemene Rekenkamer na onderzoek.
De Gasunie begon onlangs met de aanleg van het netwerk. Groene waterstof is een alternatief voor industrieën die nu nog afhankelijk zijn van aardgas. Er wordt dan geen CO2 meer uitgestoten.
De kosten voor de aanleg van het waterstofnetwerk werden vier jaar geleden geraamd op 1,5 miljard euro. Inmiddels zijn de ramingen opgelopen naar 3,8 miljard euro.
Niet alleen gaan de kosten omhoog, er kan ook minder gebruik gemaakt worden van bestaande gasleidingen. De reden daarvoor is dat de industrie minder snel van het gas af gaat dan eerder verwacht. Daardoor blijven gasleidingen langer in gebruik. Het gevolg is dat er meer nieuwe leidingen voor waterstof moeten worden aangelegd.
Financiële controle onder de maatMinister Hermans van Klimaat en Groene Groei was eerder op de hoogte van kostenoverschrijdingen dan aan de Tweede Kamer werd gemeld, schrijft de Algemene Rekenkamer. "Wij vinden dat de minister scherper op de kwaliteit van de kostenraming had moeten zijn, omdat deze bepalend is voor de hoogte van de subsidie."
De 750 miljoen euro aan toegezegde subsidie is bij lange na niet voldoende om het waterstofnetwerk aan te leggen. De rekenkamer schat dat de overheid nog zeker 2,5 miljard euro moet bijpassen. Dat is 1,8 miljard euro meer dan aan subsidie is toegezegd.
Voor de verduurzaming van de Nederlandse industrie is de overgang van aardgas naar elektriciteit niet genoeg. Er zijn voor de -chemische- industrie naast elektronen ook moleculen nodig in de vorm van gas. De meest duurzame manier om dat te realiseren is groene waterstof. Dat is een vorm van gas die gemaakt wordt van duurzaam opgewekte elektriciteit en water.
Er wordt al tientallen jaren gebruik gemaakt van waterstof in de industrie, maar die is meestal gemaakt van aardgas. Dit wordt grijze waterstof genoemd. Als bij het gebruik van grijze waterstof de CO2 in de fabriekspijp afgevangen wordt, wordt gesproken van blauwe waterstof.
Om het hele netwerk te laten draaien op groene waterstof is er veel duurzaam opgewekte elektriciteit nodig.
Bedrijven zijn huiverigOmdat er op dit moment nauwelijks groene waterstof beschikbaar is, is groene waterstof heel erg duur. Vanwege de hoge prijs durven bedrijven de overgang naar groene waterstof niet aan. Hierdoor lijkt ook de aan te leggen infrastructuur voorlopig niet rendabel. Ook in andere landen doet dit probleem zich voor.
Op dit moment is Shell het enige bedrijf dat in Nederland een investering in een grote waterstoffabriek heeft aangedurfd. Gasunie is begonnen met de verbinding van de Hydrogen 1 van Shell op de Tweede Maasvlakte naar de raffinaderij in Pernis.
Afgesproken is dat voor ieder onderdeel van het waterstofnetwerk bekeken wordt of het rendabel is. Voor de aanleg van de overige onderdelen zijn er nog geen definitieve investeringsbesluiten genomen. In totaal gaat het om 1200 kilometer aan waterstofleidingen.
Duidelijkheid nodig over extra geldDe Algemene Rekenkamer adviseert het kabinet om voor het vervolg van de aanleg betere afspraken te maken over de financiering. Dat betekent een keuze uit meer overheidssubsidie, een lager rendement voor de Gasunie of hogere kosten voor de gebruikers van het waterstofnetwerk.
Steeds meer woningen aardgasvrij
Steeds meer woningen aardgasvrij
Steeds meer woningen aardgasvrij
Steeds meer woningen aardgasvrij
Nieuwe EU-regels dwingen tuinders terug naar aardgas: ‘Dit maakt paprika’s en tomaten direct duurder’
VS en Qatar waarschuwen EU: 'Idealen bedreigen jullie energiezekerheid'
Wat begon als een Europese poging om bedrijven verantwoordelijk te stellen voor mensenrechten en milieuschade, is uitgegroeid tot een geopolitiek mijnenveld. De Verenigde Staten en Qatar hebben in een ongekend scherpe brief Europese leiders gewaarschuwd dat de nieuwe duurzaamheidswet de energiezekerheid en economische veerkracht van het continent in gevaar brengt. Hun boodschap: Europese idealen kunnen Europa duur komen te staan.
In de brief, gericht aan de regeringsleiders van alle EU-lidstaten en ingezien door de NOS, schrijven de Amerikaanse minister van Energie, Chris Wright, en zijn Qatarese collega Saad Sherida al-Kaabi dat de richtlijn "een existentiële bedreiging vormt voor de groei, concurrentiekracht en veerkracht van de industriële economie van de EU".
De Europese wet, die ook wel de 'antiwegkijkwet' wordt genoemd, zou bedrijven verplichten om misstanden in hun volledige productieketen aan te pakken. Volgens de VS en Qatar zou dat leiden tot "hogere energie- en grondstofprijzen" en "een afkoelend effect op investeringen en handel".
Afhankelijk van lngDe timing van de waarschuwing is geen toeval. Sinds de Russische inval in Oekraïne is de EU voor ongeveer een vijfde van haar gas afhankelijk geworden van vloeibaar aardgas (lng) uit de VS en Qatar. Beide landen zeggen dat de Europese regels hun export en investeringsbereidheid rechtstreeks bedreigen.
"Dit komt op een kritiek moment, nu onze landen en bedrijven niet alleen willen handhaven maar de betrouwbare lng-levering aan de EU aanzienlijk willen uitbreiden", schrijven de ministers.
De waarschuwing uit Washington en Doha valt samen met politieke onrust in het Europees Parlement. Gisteren stemden Europarlementariërs onverwacht tegen een afgezwakte versie van de Europese zorgplichtwet, die officieel de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) heet.
Kysia Hekster, correspondent Europese Unie:"De afzwakkingen van deze wet zijn onder meer gekomen na druk van Qatar en de VS. De discussie over de aanpassingen is al langer aan de gang. Linkse partijen in het Europees Parlement vinden de wet te veel afgezwakt, partijen aan de conservatieve en radicaal-rechtse kant noemen de wet juist nog veel te vergaand.
De verwachting was dat de wet het makkelijk zou gaan halen, omdat er vooraf een politiek akkoord was tussen drie centrumpartijen: de christendemocraten, de sociaaldemocraten en de liberalen. Maar er was door de radicaal-rechtse partijen gevraagd om een geheime stemming en die zorgde voor een verrassing: de wet haalde het nipt niet. Niet alle Europarlementariërs van de middenpartijen hebben zich gehouden aan de eerder gemaakte afspraken over hoe er gestemd moest worden.
Daardoor kunnen de onderhandelingen met de EU-lidstaten, die morgen zouden beginnen, niet van start gaan. Die gesprekken zijn nodig om de afgezwakte wet daadwerkelijk aan te nemen, maar dat proces loopt nu vertraging op.
Hoelang de vertraging zal duren, is nog onduidelijk. Nu het voorstel is weggestemd, kan het hele proces van onderhandelen over de afzwakkingen opnieuw beginnen. Het laat zien hoe sterk de discussie over Europese klimaat- en duurzaamheidswetgeving inmiddels gepolitiseerd is geraakt."
Qatar en de VS zullen bij de hernieuwde onderhandelingen opnieuw de kans krijgen om druk uit te oefenen op Brussel, om zo "de meest economisch schadelijke bepalingen" te schrappen. Zoals de regels die ook buiten Europa gelden, de verplichting tot klimaatplannen en de mogelijkheid dat bedrijven aansprakelijk worden gesteld voor misstanden bij hun leveranciers. Zo niet, waarschuwen ze, dan dreigt een terugslag voor handel en energievoorziening.
Maar de druk komt niet alleen van buitenaf. Ook in Europa zelf groeit de weerstand. De Duitse bondskanselier Merz en de Franse president Macron hebben al gepleit voor uitstel en tientallen Europese topmensen riepen vorige week op tot intrekking van de richtlijn. Zij vrezen dat de regels de concurrentiekracht van Europese industrieën verder zullen aantasten op een moment dat energieprijzen hoog blijven en investeerders richting de VS trekken.
Wat bedoeld was als een moreel kompas voor verantwoord ondernemen, is daarmee uitgegroeid tot een test voor Europa's geopolitieke volwassenheid. De brief van Washington en Doha legt bloot hoe de groene ambities van Brussel botsen met de belangen van zijn energie- en handelspartners en hoe idealen in de Europese besluitvorming uiteindelijk altijd langs de democratische weg worden bijgesteld.