Treinkaartje komend jaar weer duurder, mogelijk 9 procent erbij
De prijs van treinkaartjes gaat komend jaar opnieuw fors omhoog. Dat meldt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Reizigers krijgen te maken met een stijging van tussen de 6 en 9 procent, valt te lezen in een Kamerbrief. Het precieze percentage wordt pas in het najaar duidelijk.
"We hebben alles op alles gezet om de prijsstijgingen voor reizigers zoveel mogelijk te beperken", aldus demissionair staatssecretaris Aartsen. "Maar we moeten ook eerlijk zijn: alles wordt duurder en de financiële middelen zijn niet oneindig."
Eigenlijk zou de prijs van treinkaartjes volgend jaar nog verder stijgen, met ongeveer 12 procent. Maar na gesprekken tussen de NS en het ministerie is dat naar beneden bijgesteld.
Zo is afgesproken dat de NS het onderhoud van de treinen "efficiënter gaat doen", waardoor het minder geld kost. Ook maakte de spoorvervoerder eerder al bekend de jongerendagkaart af te schaffen om geld te besparen.
Kijk hier wat een tariefsverhoging van 9 procent betekent voor de prijs van een retourtje tussen verschillende steden:
Al langer is er discussie over de prijs van treinkaartjes in Nederland. Die is namelijk voor een groot deel gekoppeld aan de inflatie. Omdat die de afgelopen jaren hoog was, moest de prijs van het treinkaartje eigenlijk ook omhoog.
Zo stond er in 2024 een verhoging van ongeveer 6,5 procent in de planning. Maar toen vond de Tweede Kamer eenmalig 120 miljoen euro om de stijging een jaar uit te stellen.
Begin dit jaar hadden de prijzen daardoor eigenlijk met ruim 11 procent moeten stijgen, maar ook dat gebeurde niet. Het kabinet en de NS legden allebei eenmalig ruim 40 miljoen euro neer, waardoor ze de prijsstijging konden dempen tot 6 procent.
Door al die eenmalige ingrepen steeg de prijs van het treinkaartje dus niet mee met de inflatie, de verhoging werd als het ware steeds een jaartje uitgesteld. Daardoor lag er voor 2026 nog een stijging van 6 procent te wachten van voorgaande jaren.
Tel daar de jaarlijkse verhogingen bij op en je komt voor 2026 uit op een verhoging van ongeveer 12 procent. Door de besparingen bij de NS is dat nu iets gedempt tot maximaal 9 procent.
De NS had gehoopt dat het ministerie met geld over de brug zou komen voor een verdere demping, "maar daar kiest het kabinet helaas niet voor", aldus de vervoerder.
Tweede KamerDemissionair staatssecretaris Aartsen is blij dat er nu duidelijkheid is, want "het kabinet vindt het niet wenselijk om deze discussie ieder jaar opnieuw te voeren. Zowel de reiziger als NS heeft recht op structurele duidelijkheid." De staatssecretaris verwacht dat ook de Tweede Kamer akkoord zal gaan met deze verhoging, omdat deze onder de 10 procent is.
Reizigersvereniging Rover vindt de prijsstijging niet te verantwoorden. Volgens directeur Freek Bos betekenen duurdere kaartjes "weer een stap naar minder reizigers voor het hele openbaar vervoer". "We moeten juist mensen terugwinnen voor de trein," zegt Bos. "De prijs zou daar een hulpmiddel bij moeten zijn, geen hindernis."
Hoe zit het met andere vervoerders?De stijging van 6 tot 9 procent geldt alleen voor treinreizen met de Nederlandse Spoorwegen. De prijzen van de treinkaartjes van regionale vervoerders, zoals Arriva en Keolis, vallen onder het regionale openbaar vervoer, waar andere tarieven en regels gelden. Ook daar stijgen de prijzen elk jaar een beetje door de inflatie, in 2026 naar verwachting met ruim 3 procent.