Overslaan en naar de inhoud gaan

Luchtvaartmaatschappijen maken tickets duurder om hogere kerosineprijs

9 hours 15 minutes ago

Vliegmaatschappijen hebben de prijzen van hun tickets verhoogd vanwege de wereldwijd gestegen brandstofprijzen. Eind februari kostte een vat kerosine gemiddeld ruim 99 dollar, inmiddels kost het ruim 175 dollar: een prijsstijging van bijna 77 procent. Dat blijkt uit data van IATA, de brancheorganisatie voor luchtvaartmaatschappijen.

Sinds gisteren geldt daarom voor een "beperkt aantal vluchten" van Transavia een toeslag van 5 euro. Volgens een woordvoerder is de toeslag tijdelijk en is het onduidelijk hoelang die wordt doorberekend aan klanten. De toeslag dekt niet alle kosten, zegt de woordvoerder.

Consumenten zien geen aparte toeslag terug op de tickets, die is in de prijs verwerkt.

Geschrapte vluchten

Ook KLM verhoogde de prijzen als gevolg van de gestegen kerosineprijzen. Sinds maandag betalen klanten 10 euro meer voor een retourticket op een korte en middellange vlucht. Op langeafstandsvluchten zit al sinds 11 maart een toeslag van 50 euro. Tickets van en naar Noord-Amerika zijn eerder met 30 euro verhoogd en per 11 maart met nog eens 20 euro.

De grootste luchtvaartmaatschappij van Scandinavië, SAS, heeft zelfs een aantal vluchten geschrapt vanwege de brandstofprijs. Door de oorlog in het Midden-Oosten en de sluiting van de Straat van Hormuz stijgt de prijs van kerosine. Die is veelal afkomstig uit die regio.

'Kwetsbaar'

Dat vliegmaatschappijen de tickets nu duurder maken, komt dan ook niet onverwacht, zegt energie-expert Lucia van Geuns. "Want de sluiting van de Straat van Hormuz duurt langer dan werd gehoopt. Vliegmaatschappijen anticiperen op een langere sluiting. Het ziet ernaar uit dat dit niet morgen klaar is en dat betekent ook dat de prijs van kerosine voorlopig niet zal dalen."

Die prijs werkt hetzelfde als die van diesel, zegt Geuns: grote delen van die brandstoffen worden geïmporteerd en daarvan komt zo'n 45 procent uit landen aan de Perzische Golf. "En die import-afhankelijkheid van de brandstof maakt hem kwetsbaar voor prijsverhogingen."

Bestellen bij Fonq en Naduvi niet mogelijk, 'uitstel van betaling aangevraagd'

10 hours 18 minutes ago

Het Nederlandse bedrijf achter de woonwebshops van Fonq en Naduvi heeft uitstel van betaling aangevraagd. Dat melden RTL Z en Emerce. Er wordt nu gekeken hoe een faillissement vermeden kan worden.

Ondanks verschillende pogingen was het bedrijf voor de NOS niet bereikbaar voor een reactie. Inmiddels is het op de webshops van Fonq en Naduvi niet meer mogelijk om een bestelling te plaatsen.

Woonwebwinkel Fonq bestaat sinds 2003 en heeft naast een Nederlandse website ook een webshop in België en Duitsland. Fonq heeft zijn hoofdkantoor in Utrecht staan en volgens de website werken er ruim 250 mensen. Zij verliezen mogelijk hun baan.

In 2024 nam Fonq concurrent Naduvi over. Oprichter van Naduvi, Itai Gross, werd destijds aangesteld als CEO, maar hij vertrok nog geen jaar later alweer.

Miljoenenverlies

Al langer gaat het niet goed met Fonq-Group, het moederbedrijf van de woonwinkels. Uit het laatste jaarverslag, dat voornamelijk over 2023 ging, blijkt dat het bedrijf een verlies leed van ruim 14 miljoen euro. Een jaar ervoor wilde de bank het bedrijf al geen geld meer lenen. De aandeelhouders moesten zelf bijspringen.

Eerder schreef Ad Scheepbouwer, voorzitter van de raad van commissarissen, dat Fonq zich in een "uitdagende markt" bevindt.

Zware tijd voor woonwinkels

Ook andere woonwinkels hebben het al een langere tijd zwaar. Zo ging in juni vorig jaar interieurketen Rivièra Maison failliet, en ook Kwantum en Leen Bakker verkeerden in financiële problemen.

De winkels van Kwantum en Leen Bakker werden overgenomen door een Europese investeringsmaatschappij en Rivièra Maison kon in juli vorig jaar een gedeeltelijke doorstart maken. Dat lukte dankzij een overname door Dutch Interior, een Nederlands meubelbedrijf.

Meubelzaak Seats and Sofas betaalt compensatie aan klanten

12 hours 5 minutes ago

Meubelzaak Seats and Sofas compenseert bijna 1500 klanten die ten onrechte moesten betalen om in aanmerking te komen voor garantie. Het totaalbedrag komt neer op ruim 100.000 euro. Daarnaast heeft het bedrijf zijn garantiebeleid aangepast zodat klanten geen onrechtmatige kosten hoeven te maken.

Deze aanpassingen worden doorgevoerd na het optreden van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De toezichthouder startte een onderzoek naar Seats and Sofas na berichtgeving van de Consumentenbond en consumentenprogramma Radar. Uit het onderzoek blijkt dat er onterecht extra kosten bij klanten in rekening werden gebracht.

Zo moesten mensen die aanspraak wilden maken op de wettelijke garantie hun meubels zelf naar een winkel brengen, betalen voor de transportkosten of betalen voor een monteur aan huis. Terwijl de wet anders voorschrijft. Mocht een aankoop sneller kapot gaan dan verwacht, dan moet de verkoper dat kosteloos repareren, vervangen of vergoeden.

ACM blijft bedrijf controleren

Seats and Sofas heeft het beleid aangepast waardoor klanten voortaan geen extra kosten voor transport of reparatie hoeven te betalen. Het bedrijf betaalt de compensatie aan alle klanten die tussen 18 september 2023 en 18 september 2025 kosten hebben gemaakt omdat zij gebruik wilden maken van hun recht op garantie.

"We willen graag aan de regels voldoen", zegt een woordvoerder van de meubelzaak. Hij wijst erop dat alle klanten inmiddels zijn gecompenseerd. "Onze service is nu moeiteloos en kosteloos."

De ACM houdt toezicht op de naleving van deze afspraken.

Italiaanse Unicredit komt dichter bij overname tweede bank van Duitsland

1 day 15 hours ago

Voor het eerst in lange tijd komt een grote Europese bankenovername dichtbij. De Italiaanse grootbank Unicredit maakte vanmorgen bekend ergens in de komende vier dagen een belang van meer dan 30 procent in het Duitse Commerzbank te verkrijgen. Als die drempel is behaald, is Unicredit wettelijk verplicht om een bod uit te brengen op alle aandelen van de tweede bank van Duitsland.

Unicredit begon vorig jaar aandelen van Commerzbank te kopen. Inmiddels heeft de Italiaanse bank 26 procent van de Duitse concurrent in handen. Commerzbank zelf wil van een overname niets weten. Ook de Duitse overheid, die sinds de kredietcrisis een belang van bijna 13 procent in de bank heeft, voelt weinig voor een Italiaanse overname. Een poging om Commerzbank met Deutsche Bank te laten fuseren mislukte eerder.

In een persbericht schrijft Unicredit dat het "een dialoog" wil aangaan met aandeelhouders als de grens van 30 procent in Commerzbank is bereikt. De bank biedt aan 30,8 euro per aandeel te betalen. Daarmee wil Unicredit zo'n 35 miljard euro betalen voor alle aandelen van Commerzbank.

Geen controle

Opvallend genoeg zegt Unicredit erbij dat het niet verwacht dat het de volledige controle over Commerzbank zal krijgen. Vermoedelijk wijzen de Italianen naar de weerzin van de Duitse overheid over de overname. Een woordvoerder van het Duitse ministerie van Financiën zei tegen persbureau DPA tegen een vijandige overname van Commerzbank te zijn.

Daarmee wordt het moeilijk voor Unicredit om de al bestaande Duitse dochter HypoVereinsbank te laten fuseren met Commerzbank. Toch noemt de bank de stap "verstandig, pragmatisch, zonder nadelen".

Het plan om Commerzbank over te nemen komt uit de koker van de enkele jaren terug aangetreden topman Andrea Orcel. Hij bedacht in 2007 als bankier van de Amerikaanse zakenbank Merrill Lynch een plan om ABN Amro over te laten nemen door Fortis, RBS en Santander. Een jaar na de overname moesten zowel Fortis als RBS worden genationaliseerd.

'Meeste bedrijventerreinen slecht voorbereid op wateroverlast'

1 day 23 hours ago

Een aanzienlijk deel van de bedrijventerreinen in Nederland is niet goed voorbereid op wateroverlast door klimaatverandering. Dat valt op te maken uit een analyse van 3713 terreinen door de organisatie Werklandschappen van de Toekomst. 70 procent van de Nederlandse bedrijventerreinen is volgens die analyse slecht voorbereid op wateroverlast als gevolg van de opwarming van de aarde.

"Bijna een op de drie werkende Nederlanders zit op zo'n plek. Dat zijn miljoenen mensen", zegt programmacoördinator Daphne Teeling van Werklandschappen van de Toekomst. "Bij extreme buien zul je zien dat een op de vijf gebouwen 15 centimeter water aan het pand heeft staan. Ik denk dat veel ondernemers zich daar niet bewust van zijn, en men overziet misschien niet wat dat kan betekenen."

De bevindingen sluiten aan bij eerdere onderzoeken naar de voorbereidingen op extreme regen in Nederland. In januari waarschuwde de Onderzoeksraad voor Veiligheid nog dat de veiligheidsmaatregelen achterblijven bij het tempo waarmee extreme regen toeneemt, en dat het een onderschat probleem is.

Die waarschuwing over de veiligheid gaat dus ook op voor bedrijventerreinen, leert de inventarisatie. Op de terreinen die worden aangemerkt als kwetsbaar, staan gebouwen die risico's lopen bij extreme regen. Ze kunnen schade oplopen en de vitale infrastructuur op het terrein kan worden verstoord.

Werklandschappen van de Toekomst, een initiatief van IVN Natuureducatie dat gesteund wordt door verschillende ministeries, stelt vast dat een gemiddeld bedrijventerrein in Nederland voor 48 procent bestaat uit verhard oppervlak zoals stenen en tegels. Dat kan wateroverlast versterken, maar ook hitteproblemen doen toenemen.

Uit de analyse blijkt dat een op de tien bedrijventerreinen op een hete zomerdag, bij een temperatuur van 33 graden Celsius, meer dan 10 graden extra opwarmt. Bedrijventerreinen in Noord-Brabant zijn daar het meest kwetsbaar voor (16 procent) en bedrijven in Zeeland het minst (7 procent).

Vergroening kan de risico's verkleinen op zowel die extra verhitting als wateroverlast. Ook over de hoeveelheid groen op de terreinen zijn cijfers opgenomen in de analyse. Zo blijkt dat slechts een op de zes terreinen op dit moment voldoende bomen heeft.

Dat heeft ook gevolgen voor de biodiversiteit. Die lijdt onder het tekort aan groen en het gebrek aan variatie in de beplanting. Uit de cijfers valt op te maken dat een gemiddeld terrein voor 4 procent uit heggen en struiken bestaat. IVN beveelt aan om dat te verhogen tot 15 procent.

Volgens Teeling van Werklandschappen voor de Toekomst zijn er flink wat snelle oplossingen voor klimaatrisico's op bedrijventerreinen. "Op de lange termijn zullen ondernemers zich moeten verenigen en moeten samenwerken om hun gebied klimaatadaptief te maken. Maar je kunt ook al morgen iets doen: plant een heg, plant bomen op je kavel, open de bestrating. Daarmee maak je al veel verschil tegen wateroverlast en hittestress."

Nederlandse boeren ontkomen aan hoge kunstmestprijs, Azië heeft minder geluk

3 days 18 hours ago

Niet alleen de prijs van olie en gas, maar ook die van kunstmest is de afgelopen weken flink gestegen. Door de blokkade van de Straat van Hormuz worden minder kunstmest en grondstoffen voor kunstmest geëxporteerd. Het verminderde aanbod leidt tot hogere prijzen wereldwijd.

Ook in Nederland wordt kunstmest wat duurder, maar veel boeren houden het hoofd vooralsnog koel. "De meeste boeren hebben de kunstmest die ze komende maanden nodig hebben al ingekocht", zegt Rabobank-econoom Harry Smit. "De kunstmest die ze binnenkort gaan uitrijden, ligt dus vaak al in de opslag."

Anders is dat aan de andere kant van de wereld, in Azië en Oceanië bijvoorbeeld. Daar worden gewassen op een ander moment geoogst en dus kopen boeren hun kunstmest rond deze tijd in. Dat moeten ze vanwege het verminderde aanbod doen tegen een relatief hoge prijs.

En daar houden de problemen niet op. Terwijl Europa zijn kunstmest vooral zelf maakt of importeert uit Noord-Afrika en de Verenigde Staten, zijn veel landen in Azië en Oceanië afhankelijk van het Midden-Oosten. "De zeestraatblokkade leidt daar dus niet alleen tot een prijsstijging, maar ook tot tekorten", zegt econoom Smit. "Europa heeft van die verminderde beschikbaarheid voorlopig geen last."

Ureum

De problemen op de markt voor kunstmest betreffen met name ureum. Dat is een kunstmeststof die vooral geschikt is voor tropische gebieden. Bijna de helft van de wereldwijde export van ureum komt uit de Perzische Golf en moet dus langs de Straat van Hormuz, maar dat gaat nu niet.

India-correspondent Devi Boerema:

"Ook India voorziet last te krijgen van een verminderde aanvoer van ureum. Het is een van de grootste ureum-importeurs ter wereld. Ongeveer 30 procent van de kunstmeststoffen die India gebruikt wordt geïmporteerd.

Het land heeft China daarom gevraagd om de export van ureum te versoepelen. China controleert dat via een quotasysteem.

Op dit moment zijn er volgens de Indiase autoriteiten nog geen grote ureumtekorten. Om te voorkomen dat dat wel gebeurt bij een langdurige oorlog, voor het plantseizoen dat in juni begint, wil India nu dus al extra inkopen vanuit China. China heeft nog niet gereageerd op dat verzoek.

Overigens wordt de meeste ureum in de Indiase landbouw geproduceerd in India zelf. Maar ook daar speelt een probleem, want voor de productie van ureum is vloeibaar gas (lng) nodig. En ook die export staat onder druk door de oorlog in het Midden-Oosten. Volgens persbureau Bloomberg hebben al enkele ureumfabrikanten in India de deuren moeten sluiten door een lng-tekort."

In Europa gebruiken boeren een stuk minder ureum, maar ook de prijs van hun kunstmest wordt flink beïnvloed door de gestegen gasprijs. Om kunstmest te maken is namelijk aardgas nodig.

"Als de gasprijs stijgt, dan is dat een belangrijke kostenpost", zegt een woordvoerder van de grote kunstmestproducent Yara Sluiskil. "Dat moet je doorrekenen." Hoelang de prijs hoog blijft, is mede afhankelijk van de duur van de oorlog in het Midden-Oosten.

Beschikbaarheid van kunstmest zal in Nederland het probleem niet zijn, zegt ook boerenbrancheorganisatie LTO Nederland. Wel is het aankoopmoment van belang. "Sommige boeren kopen vroeg in. Degenen die dat later doen, hebben nu de meeste hinder", zegt een woordvoerder.

Als de oorlog in het Midden-Oosten aanhoudt, heeft dat ook gevolgen voor ontwikkelingslanden. "Die hebben als eerste last van de hogere prijzen, omdat ze worden weggeconcurreerd door rijkere landen", zegt econoom Smit. "Dat kan, als de oorlog aanhoudt, tot slechtere oogsten leiden."

Flexwoonwijken voor arbeidsmigranten in buitengebied: 'Goede wifi is belangrijk'

3 days 18 hours ago

Keurig ogende woontorens, rijtjeshuizen of complete buurtjes net buiten de bebouwde kom, tegen een industrieterrein aan of in een weiland. Op tientallen plekken door heel Nederland verrijzen flexwoningen voor arbeidsmigranten.

Zowel het Rijk, de gemeenten als werkgevers zien hierin een belangrijke oplossing voor het schrijnende tekort aan woningen voor tijdelijke werknemers van buiten Nederland. Arbeidsmigranten kunnen op deze manier fatsoenlijk wonen, zonder dat dit verder de druk verhoogt op de woningmarkt.

Het Planbureau voor de Leefomgeving ziet daarentegen grote bezwaren. Volgens het instituut is het bouwen van tijdelijke, afgelegen woningen geen oplossing voor een permanent probleem.

Middelharnis

"'s Avonds is het hier hartstikke gezellig. De mensen barbecueën heel graag. Als ze het weer netjes opruimen, is dat prima", zegt Willem Weggeman. Hij is directeur van Homeflex, exploitant van dertien flexwoonprojecten in Nederland.

Eind vorig jaar leverde Homeflex net buiten de bebouwde kom van Middelharnis op Goeree-Overflakkee 51 woningen voor 200 arbeidsmigranten af. Er staan wat rokershokjes, picknicktafels en fitnesstoestellen. Ook hangen er veel camera's.

In de flexwoningen in Middelharnis zitten vooral arbeidsmigranten uit Roemenië. Ze betalen 150 euro per week per persoon, zegt Weggeman. "Ze hebben allemaal hun eigen slaapkamer. En er is goede wifi, dat is heel belangrijk."

Een eigen kamer is niet vanzelfsprekend. In 2020 drong de commissie-Roemer hier al op aan, maar in de praktijk slapen bij tal van woningen twee of meer mensen op één kamer.

Woningmarkt

Wethouder Daan Markwat van Goeree-Overflakkee is blij met de woningen. "Je moet mensen op een goede, veilige manier huisvesten." De gemeente telt naar eigen zeggen 1200 arbeidsmigranten. Zij werken voornamelijk in de landbouw.

Op het eiland moeten volgens Markwat meer flexwoningen komen voor arbeidsmigranten. Dat is ook voor de andere inwoners het best, zegt hij. "Zo speel je ook woningen vrij voor de reguliere woningzoekenden."

Niet alleen Goeree-Overflakkee is enthousiast. Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zien veel wethouders in de flexwoningen een oplossing voor arbeidsmigranten.

In Nederland staan inmiddels ruim 34.000 flexwoningen in ruim 800 woonprojecten, blijkt uit cijfers van het Expertisecentrum Flexwonen. Soms zijn dat omgebouwde, leegstaande gebouwen, maar het overgrote deel bestaat uit nieuwe woningen. Ruim een op de vijf van deze projecten, nu 172, is bedoeld voor arbeidsmigranten.

Wat zijn flexwoningen?

Een flexwoning is in zijn geheel of in delen verplaatsbaar. Vaak zetten woningcorporaties de flexwoningen neer voor studenten, asielzoekers of gescheiden ouders. Maar er zijn ook bedrijven die zich op deze markt hebben gestort, bijvoorbeeld voor huisvesting van arbeidsmigranten.

Het kan gaan om omgebouwde kantoorpanden of oude gebouwen, maar ook woonflats of nieuwe woonwijken. De grotere nieuwbouw-flexwoningen komen vaak terecht op een stuk grond waarvan de gemeente weet dat er tien tot vijftien jaar nog geen bestemming voor is.

Overigens is het maar de vraag hoe tijdelijk de tijdelijke woningen zijn. Van ruim 10.000 flexwoningen, een derde van het totaal, is bij het Expertisecentrum Flexwonen niet bekend wanneer ze worden weggehaald. Nog eens 14.000 van de huidige woningen staan er volgens de planning na het jaar 2035 nog. En 9500 woningen moeten voor 2035 weg zijn, maar bij verschillende locaties wordt nu gesproken over verlenging.

Homeflex biedt alleen woningen aan, maar een aantal andere grote flexwoonbedrijven is ook actief in de uitzendbranche. Voor arbeidsmigranten regelen zij dus zowel het werk als de woning.

Afgelegen

Enthousiaste wethouders dus, maar het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is kritisch. "Het zijn vaak afgelegen locaties. Veel arbeidsmigranten maken lange dagen, dan kom je thuis en daar is dan niets te doen", zegt PBL-onderzoeker Dolly Loomans. "Normale dingen zoals boodschappen doen of naar de sportschool gaan, dat wordt dan lastig. Dat isoleert iemand en het maakt die persoon onzichtbaar."

Daarnaast zegt het PBL dat de flexwoningen de druk op de woningmarkt niet verminderen. "Dit is een tijdelijke oplossing voor een permanent probleem", zegt Loomans. Volgens het PBL is ongeveer de helft van de arbeidsmigranten na zes jaar nog steeds hier en moeten ze dus een leven opbouwen. "Dat is eigenlijk al decennia al zo. Al bij gastarbeiders bestond het idee dat mensen hier tijdelijk zijn, maar we zien aldoor dat mensen zich toch vestigen. Daar moet je rekening mee houden."

Wethouder Markwat van Goeree-Overflakkee wil eveneens dat er meer permanente nieuwbouwwijken komen, maar ook flexwijkjes voldoen volgens hem aan de behoefte van de tijdelijke werknemers. "De ambitie en behoefte van de arbeidsmigrant ligt veel meer bij de kwaliteit van de huisvesting dan bij het integreren in de samenleving."

Olietanker van schaduwvloot voer met vlag van Curaçao door Straat van Hormuz

4 days 5 hours ago

Een olietanker met de vlag van Curaçao is eergisteren door de Straat van Hormuz gevaren. Dat blijkt uit een analyse van scheepsdata van website Marine Traffic door de NOS. Het is een van de weinige schepen die afgelopen dagen door de smalle zeestraat zijn gevaren.

Door de oorlog van Israël en de Verenigde Staten tegen Iran is de Straat van Hormuz een conflictgebied geworden. Als vergelding voor bombardementen in Iran valt dat land schepen aan op een van de belangrijkste scheepsroutes voor de wereldwijde olie- en gashandel.

Vorige maand voeren er nog dagelijks tussen de vijftig en tachtig schepen vol olie of vloeibaar gas door de Straat van Hormuz. Sinds het begin van het conflict is dat vrijwel stilgevallen.

Toch vaart er nog heel af en toe wel een schip over het smalste stuk zee tussen het Arabisch schiereiland en het Iraanse vasteland. De afgelopen zeven dagen maakten zeker 24 schepen de tocht, blijkt uit cijfers van Marine Traffic. Tien daarvan zijn gesanctioneerd of onderdeel van de schaduwvloot die Iran gebruikt om olie te verschepen.

Koninkrijksvlag

Een van die schepen vaart dus onder de vlag van Curaçao. Dat betekent normaal gesproken dat het schip ingeschreven is in het Curaçaose scheepsregister en met een vlag van het Koninkrijk der Nederlanden vaart.

Het gaat om de olietanker Lan Jing. Het schip vervoert al jaren ruwe olie van de Perzische Golf naar met name China en Singapore.

Ook woensdag zit de tanker weer volgeladen, als hij rond 03.00 uur 's nachts op de Straat van Hormuz afvaart.

Vlak voor de Lan Jing vaart dan een Thais schip dat van Dubai naar India probeert te komen. Rond 04.30 uur komt het Thaise schip stil te liggen, midden in de Straat van Hormuz. Later blijkt dat het geraakt is door een Iraanse aanval.

De Lan Jing kan ongehinderd passeren. Inmiddels koerst het ten zuiden van Pakistan.

Schaduwvloot

Dat het Thaise schip wel beschoten wordt en de Lan Jing door kan varen, heeft waarschijnlijk te maken met de opdrachtgevers. Het schip dat onder de vlag van Curaçao vaart, staat sinds oktober 2024 op de Amerikaanse sanctielijst omdat het Iraanse olie zou vervoerd hebben. Het schip heette toen nog de Wen Yao.

Vorig jaar ontdekten onderzoeksjournalisten van Follow the Money dat olietankers uit de schaduwvloot vaker onder de vlag van Curaçao varen. Dat is gek. Want in het scheepsregister van Curaçao stonden op dat moment helemaal geen tankers ingeschreven, zei toenmalig minister Van Weel in een antwoord op Kamervragen over het misbruik van de vlag. "Dat betekent dat alle tankers die momenteel rondvaren onder Curaçaose vlag frauduleus zijn."

Versoepeling door VS van oliesancties spekt Russische staatskas extra

4 days 11 hours ago

De oorlog in het Midden-Oosten kent veel economische verliezers, maar één land is dat zeker niet: Rusland. De Russische staatskas en oliebedrijven worden flink gespekt door de crisis op de oliemarkt. De Britse zakenkrant Financial Times berekende dat Moskou zo'n 150 miljoen dollar per dag extra verdient. En dat wordt waarschijnlijk nog meer. Door een uitzonderlijke stap van de Amerikaanse president Trump wordt het voor de Russen makkelijker om olie te verhandelen.

Trump besloot vandaag om de sancties tegen Rusland te versoepelen. Tot en met 11 april is het voor Amerikanen weer toegestaan om Russische olie die nu nog op zee ligt, te kopen. Dat geldt ook voor de schepen van de Russische schaduwvloot. Die schepen proberen de sancties te omzeilen door onder een valse vlag te varen of de transponder van het schip uit te zetten om zo onzichtbaar te blijven. Door de versoepeling van Trump mogen die schepen ook weer verzekerd worden door Amerikaanse bedrijven.

De versoepeling is vooral voor Aziatische landen belangrijk. Die haalden veel olie uit het Midden-Oosten, maar door de Iraanse blokkade van de Straat van Hormuz kan er geen olie vervoerd worden. Omdat olietransacties vaak in dollars worden gedaan, moeten die zich ook houden aan de Amerikaanse sanctiewetgeving. Met deze versoepeling wordt het makkelijker om weer Russische olie te verhandelen.

Paniekvoetbal

In tegenstelling tot de VS versoepelt de EU de sancties niet. "Het is een eenzijdige actie", zegt sanctierechtadvocaat Yvo Amar. Voor Amerikaanse bedrijven in Azië betekent de versoepeling wel veel: zij mogen weer Russische olie die op zee ligt inkopen. "Maar Europese bedrijven die in bijvoorbeeld India handelen, mogen van de VS van alles, maar van Europa niet."

Dat Trump deze stap zet, heeft waarschijnlijk te maken met de oplopende benzineprijs in zijn land. Hoewel de VS zelf olie produceert, heeft het land wel last van de krappe wereldmarkt. Door het wegvallen van de olie uit het Midden-Oosten zijn landen massaal op zoek naar alternatieve leveranciers. Daardoor is de vraag hoger en het aanbod lager, waardoor de prijs stijgt. En dat merken Amerikanen ook aan de pomp.

"Het lijkt wel een beetje paniekvoetbal wat dat betreft. Hij ziet in aanloop naar de tussentijdse verkiezingen in november dat de olieprijs in de VS heel erg aan het stijgen is", vertelt Amar. "Er moet nu ingegrepen worden en dan zijn dit noodgrepen."

Het is de vraag of deze greep van Trump ook echt invloed gaat hebben op de wereldwijde olieprijs. "Wat er is weggevallen door de blokkade van de Straat van Hormuz is zo'n grote hoeveelheid. Dit drukt wel wat op de prijs, maar je moet je er ook niet te veel bij voorstellen", zegt energie-expert Jilles van den Beukel van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies.

Rusland profiteerde al volop van het Iran-conflict. Volgens zakenkrant FT zou Moskou al tussen de 1,3 en 1,9 miljard dollar extra hebben gekregen vanwege de grotere behoefte aan Russische olie in met name India en China. De prijs voor een vat Russische olie ligt ook beduidend hoger dan voor de oorlog in het Midden-Oosten.

Begin februari sloot India nog een handelsakkoord met de VS waarin ook werd afgesproken dat het Aziatische land geen olie meer van Rusland zou kopen. De Indiërs zijn een belangrijke afnemer van de Russen. "India had de inkoop ook al een beetje verminderd, maar dat hoeven ze nu niet meer te doen", zegt Van den Beukel.

Europa teleurgesteld

In Rusland werd blij gereageerd op de Amerikaanse versoepeling. "Zonder de grote hoeveelheid Russische olie is de stabilisatie van de markt onmogelijk", zei een Kremlin-woordvoerder. Europese landen reageerden teleurgesteld. "De huidige situatie laat het niet toe om de sancties te verlichten", zei de Franse president Macron. Bondskanselier Merz van Duitsland noemde de koerswijziging van de VS "verkeerd" en vroeg zich af welke motieven leidend waren voor de VS.

Voorlopig geldt de versoepeling voor een maand. "De vraag is of deze vergunning wordt verlengd. Het geldt nu voor een maand en dat kan langer worden", zegt Amar. "Maar ik denk niet dat de sancties nog verder verlicht worden."

Vier vragen over het Vijfjarenplan van China: wat kunnen we verwachten?

4 days 12 hours ago

Het Chinese Volkscongres zit erop. Na een week lang klappen, opzitten en luisteren, hebben de afgevaardigden bijna unaniem ingestemd met de plannen van de overheid en de Communistische Partij.

Het belangrijkste document is het nieuwe Vijfjarenplan, waarin China's sociaaleconomische richting tot 2030 is vastgelegd. Stemmingen in het autoritaire China zijn nooit spannend. Ditmaal kwam het totaal uit op 2758 stemmen voor, één tegen, twee onthoudingen en één niet-uitgebrachte stem.

Maar wat staat er precies in het plan en wat betekent dat voor de wereldhandel? Vier vragen en antwoorden.

Wat zijn de hoofdpunten?

Het plan begint met een beschrijving van een gevaarlijke buitenwereld door de lens van competitie tussen grootmachten, vooral China en Amerika. Daarom moet China onafhankelijker worden van andere landen in deze tijden van geopolitieke spanningen en handelsconflicten, maar verenigd zijn onder het leiderschap van de Communistische Partij.

Om dat te doen zet Peking dubbel zo hard in op technologie, innovatie en de industriële maakindustrie. Het is geen nieuwe strategie, maar eerder een uitbreiding van het huidige beleid om zoveel mogelijk zelf te kunnen en zo min mogelijk van het buitenland nodig te hebben.

De belangrijkste doelen en indicatoren zijn bijvoorbeeld het economische groeicijfer, het aantal te behalen patenten, investeringen in onderzoek en ontwikkeling (7 procent groei per jaar) of hoeveel energie China zelf moet kunnen opwekken.

In welke sectoren wil China vooral investeren?

Als je op één onderdeel moet letten in het nieuwe Vijfjarenplan? "Innovatie", aldus afgevaardigde Lü Caixia uit de provincie Zhejiang. Het woord komt meer dan 160 keer voor in het document.

China wil investeren in de hele toeleveringsketen van innovatie, van fundamenteel onderzoek tot de latere toepassingsmogelijkheden. Bij de plannen voor de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie (AI) zie je dat terug. Die technologie speelt een hoofdrol in het document en wordt meer dan vijftig keer genoemd. AI moet worden toegepast in fabrieken, academisch onderzoek, maar ook in consumptiegoederen, zoals mobiele telefoons en robots, en in het onderwijs.

Andere technologieën en sectoren die bij naam worden genoemd zijn bijvoorbeeld kwantum- en biotechnologie, "nieuwe energie" (groen, maar ook kernenergie), 6G-netwerken en de commerciële luchtvaart.

Wat gaat Peking doen voor de kwakkelende economie?

Peking blijft proberen met een paar sterke sectoren de economie uit het slop te trekken. Maar het erkent ook dat de binnenlandse consumptie te laag is en dat het besteedbaar inkomen van mensen omhoog moet. Daarom schrijft het plan ook meer sociale zekerheid voor, al blijft het beperkt.

Een Chinees beleidsdocument is doorgaans niet kritisch. Toch valt te lezen dat de economische groei ongelijk verdeeld is, waardoor er nog veel arme en onderontwikkelde regio's zijn. Ook worden werkgelegenheid, lage inkomens, de problematische vastgoedsector en schulden bij lokale overheden als "gebieden met risico's en verborgen gevaren" beschreven.

Toch lijkt het Chinese beleidsmakers niet te lukken om echt in te zetten op sociale zekerheid, ondanks oproepen in de samenleving om dit wel te doen. Zonder grote investeringen in pensioenen, zorg en kinderopvang, zullen Chinezen niet meer gaan uitgeven, waarschuwen experts.

Wat betekenen de plannen voor China's al enorme handelsoverschot?

Dat China hard wil gaan inzetten op de industriële maakindustrie kan problematisch zijn voor andere landen. Als Chinese consumenten zelf de producten niet gaan kopen, zal China's enorme handelsoverschot alleen maar groeien.

Vorig jaar noteerde China een recordhandelsoverschot van 1000 miljard euro en dit jaar loopt de teller verder op. In januari en februari is China's export naar Europa met 20 procent toegenomen ten opzichte van 2025.

Maar steeds meer landen werpen barrières op om hun industrieën te beschermen. Voor Chinese bedrijven zijn het noodzakelijke afzetmarkten, omdat ze hun spullen in eigen land niet kwijtraken.

China ziet de industriële maakindustrie als onderdeel van de nationale kracht en als noodzakelijk om onafhankelijk te worden van andere landen. Maar de extreme concurrentie in het binnenland baart China ook zorgen dat de bedrijven elkaar kapot concurreren. Al worden daarvoor nauwelijks oplossingen aangedragen in het nieuwe Vijfjarenplan.

De geschiedenis van het Vijfjarenplan

Het eerste Vijfjarenplan werd uitgebracht in 1953, toen China nog een planeconomie naar stalinistische model kende. Het plan moest China helpen te industrialiseren en gebruikte heel concrete doelstellingen, zoals voor staal- of cementproductie.

Hoewel China nu grote delen van de economie aan de vrije markt heeft overgelaten, is het Vijfjarenplan nog steeds een belangrijk instrument en bepalend voor de toewijzing van overheidsinvesteringen.

Shell noemt nieuwe eisen van Milieudefensie 'onrealistisch en ineffectief'

4 days 12 hours ago

Shell is niet van plan in te gaan op de eis van Milieudefensie om onder meer geen olie en gas meer op te pompen uit nieuwe velden. Milieudefensie gaat hiermee "voorbij aan de realiteit van hoe het wereldwijde energiesysteem werkt", schrijft het energieconcern. "Shell beschouwt deze eisen als onrealistisch en ineffectief."

Eind vorige maand had Milieudefensie een brief gestuurd aan Shell met de nieuwe eisen. Die moeten de uitstoot van schadelijke stoffen in 2035 met 70 tot 78 procent omlaag brengen, met als doel nagenoeg geen uitstoot meer in 2050. De klimaatclub wilde uiterlijk binnen drie weken van Shell horen dat hiermee wordt ingestemd. Anders zou Milieudefensie een nieuwe rechtszaak tegen Shell beginnen.

In felle bewoordingen zegt Shell het met Milieudefensie eens te zijn dat dringende actie nodig is om klimaatverandering tegen te gaan. Maar met het aanpakken van één bedrijf verandert er volgens Shell helemaal niets: "Als één bedrijf zou stoppen met het opsporen of produceren van olie en gas, zouden de landen die de uiteindelijke eigenaren zijn van de reserves die ontginningsrechten opnieuw toewijzen aan een ander bedrijf."

Aanknopingspunten

Volgens Shell is dat "niet effectief" om de wereldwijde uitstoot te verminderen: "Het transformeren van het wereldwijde energiesysteem vraagt om gecoördineerde actie van overheden, bedrijven en klanten."

De tegenwerpingen van Shell veranderen voor Milieudefensie niets. Doorgaan op dezelfde voet noemt de actiegroep juist 'onrealistisch', met een verwijzing naar de huidige prijsstijgingen van olie en gas. "Deze fossiele crisis toont dat we al tientallen jaren eerder hadden moeten investeren in duurzame energie zodat we nu niet in deze klimaat- en oliecrisis waren beland", zegt een woordvoerder.

Vijf jaar geleden dwong Milieudefensie via de rechter af dat Shell de uitstoot van CO2 versneld moest terugdringen. Shell ging in hoger beroep en kreeg daarin gelijk. Het gerechtshof in Den Haag oordeelde dat Shell zich aan de regels houdt met het eigen plan om de uitstoot omlaag te brengen.

Milieudefensie ziet in de uitspraak van het hoger beroep aanknopingspunten voor een nieuwe zaak. Bijvoorbeeld dat met investeringen in nieuwe olie- en gasvelden de vraag naar fossiele brandstof blijft aanhouden. Daarom eist de organisatie dat alle olie en gas uit velden die na 2022 werden aangekocht niet meer wordt opgepompt.

Comeback van muziekzaak compleet: Britse keten breidt uit in Nederland

4 days 13 hours ago

Het was decennia in alle dorpen en steden een vertrouwd beeld in de winkelstraat, en zelfs op elk treinstation: een muziekwinkel. Een grote winkelstraat had zelfs een eigen megastore, een soort warenhuis vol cd's, dvd's, T-shirts, boeken en ander fanmateriaal.

Door de hernieuwde interesse van muziek op vinyl keren muziekwinkels de afgelopen jaren in rap tempo terug in het straatbeeld. De populariteit van de fysieke geluidsdrager groeit zo hard dat zelfs een buitenlandse keten de sprong naar Nederland waagt.

Vorige maand opende het Britse HMV in Den Haag een eerste vestiging in Nederland. En vandaag komt daar al nummer twee bij, in de Amsterdamse Kalverstraat. De locatie nabij de Dam is een nogal saillante plek: één deur naast het pand waar jarenlang de grote muziekwinkel Fame Music zat.

Fame was de eerste en uiteindelijk ook laatste megastore van Nederland. De zaak ging mee ten onder met de financiële malaise van moederbedrijf Free Record Shop twaalf jaar geleden. Op een steenworp afstand zat van 1990 tot en met 2001 ook nog eens de Virgin Megastore, in de kelder van het Magna Plaza.

His Master's Voice

HMV-directeur Phil Halliday is verrast als hij hoort dat de Britse keten in de Kalverstraat de 'buurman' wordt van het voormalige Fame Music. "Ik had echt geen idee. Puur toeval", reageert hij.

HMV is een afkorting van His Master's Voice, een Engels muziekbedrijf met het iconische logo van een hond die nieuwsgierig in de hoorn van een grammofoonspeler tuurt. In 1921 begon het bedrijf in Oxford Street een eerste muziekwinkel.

Eind jaren 90 werd de naam afgekort tot HMV, nadat de winkelketen was afgesplitst van het gelijknamige platenlabel. Kort na de eeuwwisseling telde de keten zeker 250 vestigingen in Groot-Brittannië. Maar net als het Nederlandse Free Record Shop, kwam ook HMV vanaf 2010 in grote problemen door de neergang van de cd-verkoop.

Muziek en popcultuur

In de overlevingsstrijd ging HMV liefst twee keer failliet, tot het in 2019 in handen van een Canadese platenketen kwam. "Gelukkig bleven loyale klanten in die tijden muziek kopen in de winkels die er nog waren. Bijvoorbeeld om met andere liefhebbers in de winkel hun interesses te delen", blikt Halliday terug.

Met de oplevende interesse voor muziek op vinyl kropen de overgebleven platenzaken uit het dal. HMV speelde in op de wens van met name jongeren om muziek 'te beleven', legt Halliday uit.

"De helft van ons aanbod is muziek, de andere helft bestaat uit kleren, boeken, graphic novels en andere dingen uit de popcultuur. Een 8-jarige die bij ons langskomt voor een Pokémon-kaart, neemt een paar jaar later wellicht ook een lp mee. Wie voor Harry Styles komt wil misschien nog een t-shirt, terwijl een Taylor Swift-fan ook een plaat van Fleetwood Mac koopt."

Ook profiteerde HMV in eigen land van de teloorgang van muziekzalen en jeugdhonken. Halliday: "Er kwamen altijd al veel artiesten langs in onze winkels voor optredens. Nu nodigen we ook veel lokale bands en artiesten uit. In Engeland kunnen die nog maar op weinig plekken spelen. Bij ons kan iedereen terecht. Dat hopen we in Nederland ook te kunnen doen."

Europese uitbreiding

In Groot-Brittannië zit HMV met 120 vestigingen inmiddels weer bijna op de helft van het aantal van voorheen. Halliday beseft wel dat de glorietijd van de muziekwinkel niet op die manier terugkeert.

"In Engeland keren wij in bepaalde plekken niet terug, vooral omdat de economie en de winkelstraat daar te veel is vervallen. Er is wel een groeiende vraag naar muziek. We hebben nu 120 Britse winkels, waarom geen 120 erbij in Europa?"

Na Ierland begon HMV eind 2023 met een winkel in Antwerpen, gevolgd door een zaak in Brussel. Naast winkels in Nederland zegt Halliday ook te kijken naar mogelijkheden om winkels te openen in Duitsland en het noorden van Frankrijk.

Halliday verwacht niet dat de buitenlandse keten de lokale muziekwinkels dwars gaat zitten: "In Groot-Brittannië bestaan wij goed naast onafhankelijke muziekwinkels. Ik denk dat wij vooral een positieve bijdrage leveren aan de groei van de muziekcultuur. En we richten ons ook op jonge kopers. Die hopen we te introduceren in de wereld van het verzamelen van platen."

Justitie haalt administratie op bij Tata Steel voor vervuilingsonderzoek

4 days 15 hours ago

De Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT-IOD) heeft gisteren bij Tata Steel in IJmuiden administratieve gegevens opgehaald. De informatie is nodig voor het strafrechtelijk onderzoek dat loopt naar de staalfabrikant. Onderzocht wordt of het bedrijf bewust schadelijke stoffen in de grond, lucht of het water heeft afgevoerd.

De ILT-IOD is een dienst die namens het Openbaar Ministerie onderzoek doet naar georganiseerde milieucriminaliteit, waarbij de natuur, mensen en de maatschappij onherstelbaar wordt beschadigd. Het onderzoek naar Tata Steel werd opgestart nadat advocaat Bénédicte Ficq namens meer dan achthonderd omwonenden aangifte had gedaan.

Op basis van het onderzoek van de ILT-IOD naar het productieproces van staal en de kooksgasfabrieken van Tata Steel moet het OM uiteindelijk een besluit nemen of het bedrijf daadwerkelijk vervolgd wordt. Eind 2022 werd samen met het Nederlands Forensisch Instituut een inspectie van het terrein gedaan.

Vervolgingsbesluit

De ILT-IOD stelt dat een groot deel van het onderzoek inmiddels is afgerond en dat een deel van het dossier nu wordt overgedragen aan het OM. Op basis hiervan kan de aanklager besluiten of er voldoende bewijs is om Tata Steel wel of niet te vervolgen.

Ondertussen gaat de ILT-IOD wel door met het onderzoek. Onder meer naar de rol van bestuurders en andere medewerkers van Tata Steel. Wanneer het volledige onderzoek is afgerond kan de dienst nog niet zeggen. De ILT-IOD meldt wel dat Tata Steel medewerking verleende bij de eerdere inspectie en het vorderen van de administratie.

Tata Steel bevestigt de medewerking. "Dit past in de constructieve houding die Tata Steel IJmuiden al vanaf het begin van het onderzoek in februari 2022 voorstaat", zegt het concern in een verklaring. Ook benadrukt Tata Steel dat het "vanuit een hoge urgentie" veel doet om schadelijke uitstoot te verminderen.

VS onderzoekt 'oneerlijke handelspraktijken' met oog op nieuwe heffingen

4 days 17 hours ago

De VS heeft een onderzoek aangekondigd waarin wordt bekeken of tientallen handelspartners genoeg doen om onder meer dwangarbeid te voorkomen. Het past in de zoektocht van het land naar een nieuwe manier om landen invoerheffingen op te leggen.

Het gaat in totaal om zestig landen en handelspartners, waaronder de Europese Unie en China. Het onderzoek volgt op het besluit van het Amerikaanse Hooggerechtshof om een streep te zetten door de importheffingen die de Amerikaanse president Trump had opgelegd aan tientallen landen.

Die heffingen had Trump vorig jaar aangekondigd en verschilden per land. Zo kregen landen tussen de 10 en 50 procent invoerheffingen opgelegd. Deze importtarieven waren volgens het Hooggerechtshof onwettig omdat Trump het recht niet had om de wet die hij inzette daarvoor te gebruiken. Hij maakte gebruik van de International Emergency Economic Powers Act (IEEPA), een oude noodwet.

'Oneerlijke buitenlandse praktijken'

Kort na het vonnis van het Hooggerechtshof besloot Trump om 10 procent importheffingen op te leggen aan de landen. Deze maatregel was bedoeld ter vervanging van de eerdere heffingen en is maximaal 150 dagen geldig. Ook mogen deze heffingen maar maximaal 15 procent zijn. De heffingen moeten ertoe leiden dat Amerikanen vooral producten kopen die in de VS zelf worden gemaakt.

Om het nieuwe aangekondigde onderzoek uit te voeren maakt de regering van de VS gebruik van artikel 301 uit de Amerikaanse handelswet. Die kan worden gebruikt om "oneerlijke buitenlandse praktijken aan te pakken die de Amerikaanse handel beïnvloeden" is te lezen in een persbericht van het handelsministerie. Deze wet is al eerder gebruikt voor onderzoeken die leidden tot het opleggen van invoerheffingen aan China en de EU.

Met het wetsartikel kan de Amerikaanse overheid reageren op "onrechtvaardige, onredelijke of discriminerende praktijken van buitenlandse overheden." Zoals dus bijvoorbeeld dwangarbeid. Daarmee zou de VS dus ook importheffingen kunnen opleggen aan landen die zich schuldig maken aan dat soort "oneerlijke buitenlandse praktijken".

Aandeel chipmachinemaker Besi schiet omhoog na Amerikaans overnamegerucht

4 days 17 hours ago

De handel in het aandeel van chipmachinemaker Besi is vanmorgen kort stilgelegd bij de opening van de beurs in Amsterdam. Dat gebeurde nadat het aandeel heel hard steeg, omdat persbureau Reuters een artikel publiceerde over gesprekken die het Nederlandse bedrijf zou voeren over een overname.

Na enkele minuten opende de handel van het aandeel Besi alsnog, bijna 12 procent hoger dan de slotstand van gisteren.

Volgens Reuters heeft Besi gesprekken gevoerd met de Amerikaanse concurrenten Lam Research en Applied Materials. Laatstgenoemde is met een belang van 9 procent de grootste aandeelhouder van Besi. De Nederlandse chipmaker zou de Amerikaanse zakenbank Morgan Stanley in de arm hebben genomen om de interesse te beoordelen.

Veiligheidsrisico

Besi is samen met ASML een van de grote Nederlandse spelers in de chipmachinemarkt. Het bedrijf uit Duiven heeft een beurswaarde van ruim 15,5 miljard euro.

De gesprekken met de twee geïnteresseerde kopers uit de VS raakten volgens Reuters in het slop nadat de Amerikaanse president Donald Trump een jaar geleden een wereldwijde handelsoorlog ontketende. Voor een Amerikaanse overname van de belangrijke chipmaker zou ook overheidstoestemming nodig zijn vanwege de nationale en Europese veiligheid.

Toch zou Besi onlangs weer aan tafel zijn gegaan met Lam Research, meldt Reuters op basis van twee anonieme ingewijden.

Geruchten

Hoewel Besi aan Reuters geen commentaar wilde geven op het artikel, publiceerde het bedrijf na de opening van de beurs wel een persverklaring. Daarin zegt Besi niet te reageren op marktgeruchten: "Het bedrijf is volledig toegewijd aan de uitvoering van het strategisch plan om aandeelhouderswaarde te creëren als een onafhankelijk bedrijf".

Rabobank: economische groei stagneert in alle sectoren door Iran-conflict

4 days 21 hours ago

De economische groei in Nederland wordt in vrijwel elke sector geremd door de oorlog in het Midden-Oosten, zegt de Rabobank na een berekening. Industrie, vervoer, bouw, groothandel en reisbranche merken rechtstreeks iets van de oorlog. Andere sectoren krijgen er volgens de bank indirect mee te maken.

Volgens Rabo-econoom Leontine Treur treffen de gevolgen uiteindelijk de hele economie. "Er is geen enkele sector die niet wordt geraakt", zegt Treur. Vanwege onzekerheid of hogere kosten worden bovendien uitgaven uitgesteld, waardoor de economische groei stagneert.

Verschillende scenario's

Rabobank heeft drie scenario's berekend: het eerste scenario gaat ervan uit dat de oorlog snel wordt beëindigd, in de twee andere scenario's wordt uitgegaan van een conflict dat langer duurt. "Maar ook al stopt het conflict nu, is er al een impact te zien", zegt Treur.

De industrie zou dit jaar met bijna 2 procent groeien, maar dat zou nu nog 1,6 procent zijn. Als het conflict langer duurt kan dat zakken naar 1,4 procent. Als de olieraffinaderijen in Saudi-Arabië en Qatar door oorlogsschade jaren buiten werking zijn, zoals Rabobank in het zwaarste scenario berekende, dan blijft van de groei maar 0,6 procent over.

Ook andere sectoren worden dus geraakt. Dat komt onder meer door de gestegen energieprijzen. Daar heeft bijvoorbeeld de horeca last van. Die sector had al te maken met de btw-verhoging voor hotelovernachtingen en krijgt daar nu dus een hogere energierekening bij. De groei in de horeca kan in het donkerste scenario overgaan in een krimp van 0,3 procent.

De reisbranche zal ook minder hard groeien, verwacht Rabobank. Door de oorlog worden mensen afgeschrikt om verre reizen te maken en luchtvaarthubs als Dubai en Qatar zijn zwaar ontregeld.

Inflatie

Door de gestegen energieprijzen kan de inflatie ook flink gaan stijgen, zo heeft de bank berekend. Rabobank gaat ervan uit dat als de oorlog binnen enkele weken voorbij is, de inflatie uitkomt op 2,6 procent. Een paar weken geleden werd nog uitgegaan van 2,2 procent.

Als de oorlog langer duurt, kan het dagelijks leven met 3,1 procent duurder worden. In het zwartste scenario, waarbij de olieraffinaderijen in Qatar en Saudi-Arabië verwoest zijn, kan de inflatie uitkomen op 4,4 procent. Als dat uitkomt, verwacht Rabobank dat de benzineprijs boven de 3 euro per liter uitkomt. Een nieuw energiecontract voor huishoudens zou dan tijdelijk oplopen tot ruim 400 euro per maand. De bank gaat nu uit van een energierekening rond de 200 euro per maand.

Ondanks dat blijft de Nederlandse economie in alle scenario's groeien, maar volgens Treur hebben sectoren wel een bepaalde mate van veerkracht nodig.

Ook CPB vindt het te vroeg voor noodsteun om hoge olie- en gasprijzen

5 days 14 hours ago

Hoewel automobilisten en huishoudens met een flexibel energiecontract nu al de pijn van de oorlog in het Midden-Oosten merken, is het nu te vroeg om al met steunmaatregelen te komen. Dat zegt directeur Pieter Hasekamp van het Centraal Planbureau (CPB). "We moeten niet te snel in de paniekstand schieten. Het is belangrijk om het hoofd koel te houden en pas beleid te maken als de echte effecten duidelijk zijn", benadrukt hij.

Het CPB noemt het nu te vroeg voor steunmaatregelen, omdat de situatie in het Midden-Oosten elke dag nog verandert: "De vorige energiecrisis heeft geleerd dat het goed is om te kijken naar kwetsbare huishoudens, mensen die direct in problemen komen", zegt hij over de periode na de Russische inval in Oekraïne. "Maar het verlagen van de brandstofaccijns is nu niet de beste optie."

Ook het kabinet ziet vooralsnog niets in maatregelen tegen de hogere prijzen.

Inflatie hoger

Als de prijzen voor olie en gas door de oorlog in het Midden-Oosten zo hoog blijven als nu, wordt het leven in Nederland dit jaar 0,6 procentpunt duurder. Maar als de situatie verergert en meer raffinaderijen stilvallen, valt de inflatie dit jaar 1,5 procentpunt hoger uit.

Dat berekent het CPB in een vandaag verschenen nieuwe raming van de economie. Zonder de crisis van nu zou de inflatie dit jaar met 2,3 procent voor het eerst sinds de Russische inval in Oekraïne onder het niveau van 3 procent moeten uitkomen. In 2027 moet het acceptabele inflatieniveau van 2 procent dan binnen handbereik zijn.

De vraag is alleen wat deze verwachting waard is door de bijna twee weken geleden uitgebroken oorlog in het Midden-Oosten. Door de Iraanse raketaanvallen en blokkade van de belangrijke Straat van Hormuz ligt de productie van olie en gas in het Midden-Oosten zo goed als stil. Om de hard gestegen prijzen te laten dalen, besloten Nederland en 31 andere landen gisteren om een recordhoeveelheid olie uit hun strategische reserves vrij te geven.

Of dit de prijzen terug naar het oude niveau brengt, is nog maar de vraag. Voor de economische raming bekeek het CPB wat de verwachtingen van de markten over de energieprijzen voor gevolgen hebben voor de inflatie in Nederland. Bijvoorbeeld met een gasprijs rond de 50 euro per megawattuur en rond de 90 dollar voor een vat ruwe olie.

In dit geval zou de inflatie dit jaar 0,6 procentpunt hoger uitvallen. In plaats van 2,3 procent, zouden de prijzen stijgen met 2,9 procent.

Wereldhandel

Dat verergert als de situatie in het Midden-Oosten lang aanhoudt of verder ontspoort en de gasprijs rond de 100 euro per megawattuur komt en een vat ruwe olie rond de 120 dollar wordt. Dan stijgen de prijzen in Nederland met 1,6 procentpunt en komt de inflatie dit jaar uit op 3,9 procent.

Toch is de inflatie niet de klap van die uit 2022 tijdens de Oekraïnecrisis, benadrukt CPB-directeur Hasekamp. Toen kwam de inflatie door de enorm gestegen energieprijzen uit op liefst 10 procent. Wel is het onzeker wat de tik doet met de wereldhandel en ook het vertrouwen van consumenten en bedrijven om nog geld uit te geven.

"Natuurlijk werkt dit wel door. Mensen voelen de stijgende energieprijzen", zegt Hasekamp. "Maar het hangt ervan af of je veel de auto gebruikt, een flexibel energiecontract hebt of in een slecht geïsoleerd huis woont."

Optimisme

Toch zijn er ook genoeg redenen voor optimisme over een tijdelijke prijspiek, voegt Hasekamp toe. "Voor de oorlog in het Midden-Oosten was de olieprijs laag vanwege overaanbod. Er zijn redenen om te veronderstellen dat het aanbod herstelt. We gaan het zien. Maar hoe langer dit duurt, hoe groter de effecten zijn."

Hoe lastig deze crisis is te voorspellen, merkte Hasekamp in de afgelopen jaren. "Dit voelt een beetje als Groundhog Day", verwijst hij naar de gelijknamige film met acteur Bill Murray die elke dag hetzelfde meemaakt. "In zes jaar als CPB-directeur is dit de vierde keer dat ik rond deze tijd een grote internationale crisis meemaak. Er was de coronacrisis, de inval in Oekraïne, de handelstarieven van Trump en nu dit."

Niet elke keer kwam de voorspelling van het CPB over de effecten van een crisis ook uit, stelt Hasekamp: "Ter geruststelling: de Amerikaanse handelstarieven van vorig jaar hadden veel minder effect dan veel mensen toen dachten."

In vijf jaar flink minder gasverbruik is mogelijk, zegt duurzaamheidsbranche

5 days 17 hours ago

Nederland kan in relatief korte tijd veel minder last hebben van stijgende energieprijzen door conflicten in de wereld. Het moet mogelijk zijn om in vijf jaar nog eens een derde minder gas te gebruiken. Dat kan door onder meer woningen en bedrijfspanden sneller te isoleren, de warmtenetten uit te breiden, de glastuinbouw te verduurzamen en elektriciteit flexibel in te zetten.

Dat berekende de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE), in een vandaag gepubliceerd Spoedplan voor minder aardgas. Daarin komt de brancheorganisatie met negentien voorstellen waardoor het Nederlandse gasverbruik in vijf jaar tijd kan dalen van 30 naar 20 miljard kuub per jaar.

De NVDE vindt dat de huidige oorlog in het Midden-Oosten nog maar eens laat zien hoe kwetsbaar Nederland is voor een energiecrisis. "Gelukkig is de gasprijs nog niet zo hoog als bij het uitbreken van de oorlog in Oekraïne. Maar je ziet elke keer dat als er ergens in de wereld een conflict uitbreekt de energierekening van Nederlandse gezinnen en bedrijven omhoogschiet", zegt voorzitter Olof van der Gaag.

Hoewel Nederland weinig gas uit het Midden-Oosten haalt, stijgen de prijzen wel omdat de aanvoer uit die regio stilligt door de oorlog. Aziatische landen waar het gas uit met name Qatar wel veel naartoe gaat, concurreren nu met Europa voor ladingen van vooral Amerikaans vloeibaar gas die naar de hoogste bieder gevaren worden.

Van der Gaag concludeert daarom dat de belangrijke energiebron uit instabiele regio's komt: "We weten niet hoelang dit conflict in het Midden-Oosten duurt. Een groot deel van ons gas komt via lng uit de Verenigde Staten. Niemand weet wanneer president Trump de kolder in de kop krijgt en de gasaanvoer naar Europa onder druk zet. We zijn echt extreem kwetsbaar."

Nadat Rusland de gaskraan naar Europa had dichtgedraaid als vergelding voor de steun voor Oekraïne, lukte het Nederland om minder gas te gebruiken. Het jaarlijkse verbruik zakte van 40 miljard kuub naar de huidige 30 miljard per jaar. Van der Gaag erkent dat dit deels gebeurde met pijnlijke maatregelen, zoals de verwarming lager zetten en koud douchen. "Maar er zijn ook huizen geïsoleerd, de industrie is overgestapt op duurzame energiebronnen. Dat zijn positieve maatregelen. En dat kunnen we nu weer doen."

De brancheclub pleit daarom voor subsidies om meer woningen en bedrijfspanden te isoleren en om vergunningen sneller af te geven. Oproepen zoals het heropenen van de gasvelden in Groningen of de energierekening verlagen noemt Van der Gaag "symptoombestrijding": "Natuurlijk moet je mensen soms echt helpen. Maar een echte oplossing is het niet. Je blijft zo namelijk in het oude energiesysteem hangen. Dat maakt ons kwetsbaar. En het is ook nog vervuilend."

Landen halen recordhoeveelheid olie uit reserves om prijsstijging tegen te gaan

6 days 12 hours ago

Nederland en 31 andere landen brengen een recordhoeveelheid olie uit hun strategische reserves op de markt. Dit moet de omhooggeschoten olieprijs drukken en de economische schade van de prijspiek dempen.

Het gaat om 400 miljoen vaten olie, maakte het Internationaal Energieagentschap (IEA) in Parijs bekend. Dat is ongeveer evenveel als de wereld in vier dagen gebruikt. Nederland geeft ruim vijf miljoen vaten vrij. In totaal hebben IEA-landen zo'n 1,8 miljard vaten olie achter de hand.

"We verwachten dat er een prijsdempend effect uitgaat van het toevoegen van zo'n grote hoeveelheid olie aan de markt", zegt Stientje van Veldhoven (D66), minister van Klimaat en Groene Groei. "Op termijn zullen mensen dat aan de pomp merken, maar we zullen het temperen van de hoge olieprijs ook in de inflatie terugzien."

De olieprijs schoot omhoog nadat Israël en de Verenigde Staten waren begonnen met hun aanvallen op Iran, waarna dat land de Straat van Hormuz blokkeerde. Circa een kwart van de totale olietoevoer naar de wereldmarkt gaat via die cruciale route, maar ook de internationale handel in vloeibaar gas is verstoord. Door de oorlog is verder op diverse plekken olie- en gasinfrastructuur getroffen of stilgelegd.

Reserves tegen prijsschokken

De olieprijs ging de afgelopen dagen op en neer, onder meer door nieuws over de oorlog en uitlatingen van de Amerikaanse president Trump. Hoge olieprijzen en grillige prijsbewegingen kunnen leiden tot politieke onrust, omdat mensen in hun portemonnee worden geraakt. Ook kan het de economie schaden omdat bedrijven hogere kosten maken.

Hoeveel effect het vrijgeven van olie exact heeft, is moeilijk te voorzien, zegt Gertjan ten Broeke, directeur van de stichting COVA die de Nederlandse oliereserve beheert. "Het feit dat we strategische oliereserves hebben is natuurlijk een goed ding, zeker als ze ingezet gaan worden. Dat zou de oliemarkten moeten kalmeren."

Ten Broeke waagt zich niet aan het voorspellen van de prijzen. "Er zit natuurlijk ook heel veel sentiment in de olieprijs. Hoelang gaat de crisis nog duren? Wat er gebeurt laat zich ontzettend moeilijk voorspellen."

Reserve zesde maal aangesproken

Het IEA bestaat vooral uit ontwikkelde landen die voor hun economie afhankelijk zijn van (geïmporteerde) olie. Lidstaten zijn verplicht een oliereserve aan te houden die goed is voor circa drie maanden aan import. In IEA-verband spreken ze af wanneer ze olie uit deze voorraad vrijgeven om de gevolgen van onrust te dempen. De olievoorraad is alleen bedoeld voor uitzonderlijke gebeurtenissen, niet voor normale prijsschommelingen.

In totaal hebben IEA-landen 1,2 miljard vaten olie in hun voorraden. Bedrijven beheren ook nog eens 600 miljoen vaten op verzoek van overheden. Dit is slechts een deel van de wereldwijde olievoorraden, maar die staan niet onder controle van het IEA en de lidstaten.

De laatste keer dat het IEA olie vrijgaf, was na de grootschalige invasie van Rusland in Oekraïne in 2022. In twee ronden gingen toen 128 miljoen vaten olie de markt op. Het IEA gaf eerder olie vrij in aanloop naar de Golfoorlog in 1991, toen twee orkanen het Caribisch gebied troffen in 2005 en bij het uitbreken van de burgeroorlog in Libië in 2011.

Opgericht na olieboycot

Nederland is sinds de start in 1974 lid van het Internationaal Energieagentschap, samen met 31 andere landen. Het IEA werd opgericht nadat olieprijzen omhoog waren geschoten door een olieboycot van OPEC, de organisatie voor olieproducerende landen. Zij weigerden olie te leveren aan landen, waaronder Nederland, die Israël steunden in de Jom Kipoer-oorlog.

De oliecrisis maakte duidelijk hoe kwetsbaar westerse landen zijn voor hoge olieprijzen en verstoring van de aanvoer. Het IEA moet de speciale oliereserves coördineren en landen helpen hun energiebeleid af te stemmen. Later werd de organisatie ook een belangrijke bron van energiedata, en na het sluiten van het klimaatverdrag van Parijs schreef het ook rapporten over klimaatbeleid.

Gasunie: Nederland kwetsbaar bij langdurige gasuitval, noodvoorraad nodig

6 days 14 hours ago

Nederland is kwetsbaar bij een langdurige onderbreking van de gasaanvoer. Dat blijkt uit een nieuwe weerbaarheidsanalyse van Gasunie-dochter GTS. Volgens de analyse is Nederland goed voorbereid op reguliere leveringsproblemen, zoals koude winters of kortdurende uitval van infrastructuur, maar onvoldoende op een langdurige verstoring van het gasaanbod.

GTS adviseert de minister van Klimaat en Groene Groei over de leveringszekerheid van gas. Het bedrijf benadrukt dat aanvullende maatregelen nodig zijn om een mogelijk gastekort van maanden op te vangen. Centraal in de aanbevelingen staan het operationeel houden van bestaande gasopslagen en het opbouwen van een strategische noodvoorraad.

Daarbij kan zogenoemd 'kussengas' uit de gasopslagen in uitzonderlijke situaties worden ingezet. Dit gas, dat normaal nodig is om druk te behouden in de opslag, kan gedeeltelijk gebruikt worden om tekorten te beperken. In Nederland gaat het om circa 300 miljard kilowattuur kussengas, op Europees niveau om zeker 800 miljard kilowattuur.

Kwetsbaar door geopolitiek

Hans Coenen, lid van de raad van bestuur van de Gasunie, benadrukt: "De gasleveringszekerheid staat of valt met het opbouwen van een strategische noodvoorraad. Door bestaande opslagen extra te vullen én in uiterste nood het kussengas in te zetten, kunnen langdurige tekorten en extreme prijspieken worden voorkomen."

Nederland is steeds afhankelijker geworden van import. Waar ons land vroeger netto-exporteur was, komt nu ongeveer 67 procent van het gas uit het buitenland, vooral uit Noorwegen en via vloeibaar aardgas uit onder andere de Verenigde Staten.

Tegelijkertijd blijft gas cruciaal voor betaalbare energievoorziening en voor het opvangen van schommelingen in zon- en windproductie. Het veranderende geopolitieke klimaat en de hoge afhankelijkheid van import maken Nederland kwetsbaar voor langdurige verstoringen, met risico op economische schade en energiearmoede, vergelijkbaar met de Europese gascrisis na de Russische invasie van Oekraïne.

'Europees risico'

Op korte termijn adviseert GTS aanvullende maatregelen aan zowel de vraag- als aanbodzijde. Aan de vraagzijde kan dat door maximaal in te zetten op kolencentrales voor stroomproductie, om zo de productie via gascentrales te minimaliseren.

Aan de aanbodzijde zijn de maximale inzet van Europese gasopslagen, binnenlandse productie en langetermijncontracten met verschillende leveranciers uit verschillende landen belangrijk.

De bestaande EU-gasopslagen bieden potentieel genoeg kussengas om een tekort van 500 miljard kilowattuur op te vangen, mits de noodvoorraad snel operationeel kan worden gemaakt, meldt GTS. Het CBS meldde in 2025 dat heel Nederland het jaar ervoor 30 miljard kubieke meter aardgas verbruikte. Dat komt ongeveer neer op 300 miljard kilowattuur.

GTS noemt een langdurige gasonderbreking "een Europees risico". EU-lidstaten moeten gezamenlijk risico's beoordelen en afspraken maken over strategische noodvoorraden, zodat deze direct kunnen worden ingezet om huishoudens te beschermen en de industrie draaiende te houden.

NOS Economie