CPB: huishoudens gaan erop achteruit door oorlog Midden-Oosten
De gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten leiden tot hogere inflatie en een daling van de koopkracht. Dat verwacht het Centraal Planbureau (CPB). Binnen de groep lagere inkomens zijn er grote verschillen in impact door de hoge brandstofprijzen, blijkt uit een rapport.
Het planbureau onderzocht de impact van de oorlog voor de Nederlandse economie aan de hand van drie scenario's. Het keek naar een scenario met marktverwachtingen waarbij het uitgaat van een kortdurend conflict en ook naar twee andere scenario's, een waarbij de energieprijzen nog korte tijd pieken en eentje waarbij de piek langer aanhoudt.
Door de gestegen energieprijzen daalt de verwachte koopkracht. Voor het conflict was de verwachting dat huishoudens er dit jaar 1,4 procent op vooruit zouden gaan. Maar nu is de verwachting dat de koopkracht gelijk blijft.
Als de energieprijzen korte tijd opnieuw gaan pieken daalt de koopkracht 1,2 procent. Maar als die prijzen langere tijd hoog blijven, is die daling 1,4 procent.
Volgend jaar zal de koopkracht wel weer wat herstellen. "De lonen zullen reageren op de prijzen en de olieprijzen zullen dalen, maar voor dit jaar zit er geen koopkrachtstijging in", legt CPB-directeur Pieter Hasekamp uit.
Inflatie stijgtHet stijgen van de olieprijs zal snel doorwerken in onze economie, concludeert het CPB. De hoge energieprijzen leiden ertoe dat andere prijzen ook verder stijgen. Dat komt in eerste instantie doordat brandstof duurder wordt. Bedrijven zijn meer kwijt voor het transport van goederen en verhogen hun prijzen.
Als de oorlog op de korte termijn stopt zal de inflatie uitkomen op 3,8 procent, dat is 1,5 procent hoger dan verwacht was. Als de oorlog langer duurt kan de geldontwaarding verder pieken richting de 5,3 procent.
Veel kilometers rijdenHet CPB verwacht dat meer mensen in armoede terecht komen, al blijft die stijging beperkt. In het somberste scenario groeit het aantal mensen in armoede met een half procentpunt.
De verschillen tussen de mensen in armoede zijn groot. Het CPB heeft gekeken naar huishoudens met een inkomen tot net boven de armoedegrens. Het gaat om 775.000 mensen, een derde daarvan heeft minstens één auto.
Die groep gaat in de verschillende scenario's gemiddeld tussen de 200 en 350 euro per jaar extra betalen, maar dat kan uitschieten naar meer dan 1000 euro per jaar extra als die huishoudens veel kilometers rijden.
Gerichte en tijdelijke maatregelenHet CPB adviseert om eventuele steunmaatregelen niet op lange termijn in te zetten. Als het kabinet met steun komt, moet dat gericht en tijdelijk. "Omdat Nederland meer energie importeert dan exporteert hebben we gewoon te maken met hogere kosten, het is dus echt een verdelingsvraagstuk. De overheid zou vooral kwetsbare groepen moeten helpen waar dat kan", zegt Hasekamp.
Volgens het planbureau is dat wel ingewikkeld, omdat het om een specifieke groep gaat, namelijk huishoudens met een smalle beurs die veel kilometers maken. Veel effecten van de knoppen waar het kabinet aan kan draaien, komen niet direct terecht bij deze groep.
Hogere reiskostenvergoedingenAfgelopen week lekte uit dat het kabinet kiest voor hogere reiskostenvergoedingen voor werknemers en een halvering van de motorrijtuigenbelasting voor grijze kentekens, die worden vooral gebruikt door kleine ondernemers met een bestelbus. Daarnaast komt er 50 miljoen euro om de armste huishoudens te steunen en wordt er extra geld uitgetrokken voor het isoleren van huizen.
CPB-directeur Hasekamp wil nog niet direct ingaan op de uitgelekte maatregelen, maar zegt dat het "in algemene zin goed is om iets te doen voor kwestbare groepen en dat zo tijdelijk en gericht mogelijk uit te voeren. Compensatie voor de een, is de rekening voor de ander".
Het kabinet kiest in tegenstelling tot Duitsland niet voor een accijnsverlaging op brandstoffen. "Het zou beter zijn als er meer Europese coördinatie zou zijn op dit terrein. Iedereen vindt nu zijn eigen oplossing, maar dat betekent dat we elkaar een beetje beconcurreren op dit punt", zegt Hasekamp.