Wetenschappers zijn kritisch over het duurste project uit het rapport van Peter Wennink dat vorige week uitkwam. Een 'AI-gigafabriek' van 22,5 miljard euro zou "de digitale soevereiniteit en economische weerbaarheid van Nederland en de EU" moeten versterken.
Maar de stroomvraag van het voorgestelde datacentrum is gigantisch, en wat het oplevert voor de Nederlandse economie is volgens de deskundigen nog erg twijfelachtig. "Van de zotte", noemt AI-onderzoeker Alex de Vries-Gao (Vrije Universiteit) het plan.
AI (kunstmatige intelligentie) kent veelbelovende toepassingen, benadrukt AI- en veiligheidsonderzoeker Roel Dobbe (TU Delft), maar daarvoor zijn niet per se gigantische datacentra nodig. "We kunnen het ons niet veroorloven om zomaar met middelen te strooien."
Stroomverbruik van 2,5 miljoen huishoudens
Het rapport van Wennink onderzoekt hoe Nederland economisch sterker kan worden. Het is vooral bedoeld als advies aan de formerende partijen. In een brief roept Dobbe samen met andere wetenschappers de politiek op om "verantwoorde keuzes" te maken. Ze waarschuwen voor de "AI-hype" en voor "onomkeerbare investeringen in onzekere en risicovolle technologieën".
Het geld voor het AI-datacentrum zou volledig van bedrijven moeten komen. Maar de maatschappelijke kosten zijn hoog, waarschuwen de briefschrijvers. "Het openen van meer hyperscale-datacentra voor AI specifiek, zal de energie- en klimaattransitie ernstig verstoren."
Het datacentrum moet een vermogen krijgen van 250 tot 750 MW. Aan de bovenkant van die bandbreedte staat dat gelijk aan het stroomverbruik van zo'n 2,5 miljoen huishoudens.
Wat doen datacentra?
Datacentra zijn de machinekamers van het internet. Het zijn gebouwen vol computers die voortdurend data verwerken en opslaan. Stel, je stuurt een appje, dan verwerkt het datacentrum dat. Ook de foto's die je online opslaat, staan er. Ze verbruiken veel stroom en hebben sterke koeling nodig, omdat al die computers heet worden.
In een AI-datacentrum staan computerservers met krachtigere chips, die beter geschikt zijn voor het zware rekenwerk van AI-modellen zoals ChatGPT.
Die hoge stroomvraag kan juist ook een positief effect hebben, schrijft Wennink in zijn rapport. "Het project stimuleert wind-op-zee-parkinvesteringen."
De Vries-Gao noemt dat een "vergezochte redenering". "Waar haal je dat in godsnaam vandaan? Als je je energievraag verder verhoogt, is het niet zo dat we ineens meer groene energie bij kunnen bouwen."
Met een megadatacentrum "blijft de Nederlandse afhankelijkheid van fossiele energie langer in stand", zegt Dobbe. "En door de aanpassingen aan het net en de extra opwekking die nodig is, stijgt ook de energieprijs voor huishoudens." In het rapport erkent Wennink dat "op korte termijn een beperkte CO2-stijging onvermijdelijk kan zijn".
'Werkelijke impact onduidelijk'
De bijna 200 datacentra in Nederland gebruiken 4,6 procent van alle stroom, berekende het CBS. Maar welk aandeel daarvan naar rekenkracht voor AI gaat, is minder duidelijk.
De Vries-Gao kwam deze week met nieuw onderzoek. De CO2-uitstoot van AI-systemen is nu al vergelijkbaar met die van een wereldstad als New York, berekende hij. "Maar bedrijven als Google en Microsoft delen cruciale gegevens niet, waardoor de werkelijke milieu-impact uit beeld blijft."
De grootste projecten in het Wennink-advies
Het Wennink-rapport noemt enkele innovaties die mogelijk werden dankzij AI, waaronder het screenen van baby's op heupafwijkingen. Dat leidt tot lagere zorgkosten. Maar, zegt De Vries-Gao, om dit soort AI-modellen te trainen is niet per se veel data nodig en dus ook geen gigantisch datacentrum.
Waar wél veel rekenkracht voor nodig is, is ChatGPT. De Vries-Gao: "De toename van het stroomverbruik van AI kwam de afgelopen jaren bijna helemaal van generatieve AI: de taalmodellen en plaatjesgeneratoren."
De bedrijven die dat soort modellen ontwikkelen, zoals OpenAI, zijn snel veel waard geworden. Maar, waarschuwde De Nederlandsche Bank deze week, de kans is groot dat de verwachtingen van beleggers niet uitkomen.
Dat zegt ook de Amerikaanse journalist Karen Hao. In de VS komt de groei van datacentra vooral door techbedrijven die elkaar proberen te overtreffen in generatieve AI. OpenAI is vooralsnog de meest succesvolle. "Het bedrijf gebruikt enorme hoeveelheden middelen, kapitaal en talent om die positie vast te houden."
Hao kreeg als een van de weinige journalisten ooit een kijkje achter de schermen bij OpenAI:
Nvidia, marktleider op het gebied van AI-chips, werd de afgelopen jaren het waardevolste bedrijf ter wereld. Voor chipmakers en grote techbedrijven zou de 'AI-gigafabriek' goed nieuws zijn, zegt De Vries-Gao. "Die willen graag groeien. Voor hen is het hartstikke concreet."
Maar buiten de techsector is de waarde van een enorm datacentrum onzeker, zeggen de wetenschappers. De Vries-Gao: "Trek de stekker eens uit een datacentrum, word je leven daar slechter van? Dat is heel lastig vast te stellen."
Wennink, die tot vorig jaar bestuursvoorzitter was van chipmachinemaker ASML, stelt dat enorme "rekenkrachtcapaciteit in Nederland moet worden beschouwd als een strategische basisvoorziening". "Voor het ontwikkelen van halfgeleiders, fotonische chips, quantumapplicaties en roboticasystemen is het noodzakelijk om enorme hoeveelheden data op te slaan, te verwerken en te analyseren."
Voor sommige ontwikkelingen is inderdaad meer rekenkracht nodig, zegt Dobbe, maar zeker niet voor álle AI-innovaties. "Vaak kun je met veel kleinere AI-modellen en minder rekenkracht uit de voeten." Voordat Nederland een giga-datacentrum bouwt, "moeten we dus eerst veel scherper in beeld brengen wat de daadwerkelijke behoeften en afwegingen zijn, voor onze economie en samenleving".
'Laat je niet verwarren'
Journalist Hao pleit ervoor de focus te verleggen van energieslurpende AI-toepassingen zoals taalmodellen, naar kleine modellen. Zoals in de zorg en wetenschap. "Specialistische AI-systemen, getraind met zorgvuldig geselecteerde data voor een specifiek probleem, leveren de meeste waarde op voor de samenleving en zijn het minst kostbaar."
"We moeten oppassen dat we ons niet laten verwarren over wat AI eigenlijk is, en over wat we er precies voor moeten opgeven om vooruitgang te bereiken."