Overslaan en naar de inhoud gaan

Chipmakers kunnen in België 'oefenen' met nieuwste en duurste ASML-machine

3 weeks 5 days ago

De grootste en duurste machine die het Brabantse bedrijf ASML ooit heeft gemaakt, staat later dit jaar in het laboratorium van het Belgische onderzoeksinstituut imec. Deze week zijn de eerste onderdelen binnengekomen. Het bedrijf uit Veldhoven is het enige ter wereld dat dit soort machines kan maken.

Imec is de eerste Europese klant van ASML die dit type chipmachine koopt. Het apparaat kost een paar honderd miljoen euro, maar ASML wil niet zeggen hoeveel de Belgen ervoor hebben betaald. Twee jaar geleden zei het bedrijf dat een exemplaar tussen de 350 en 400 miljoen kost.

Met het apparaat kunnen chipmakers op enorm kleine schaal schakelaartjes op hun computerchips aanbrengen. Met deze machine kan dat op het niveau van 8 nanometer. Ter vergelijking: een mensenhaar is ongeveer 100.000 nanometer dik.

"We hebben het over honderden miljarden schakelaartjes op één chip", zegt imec-voorzitter Luc Van den hove. "Dat is een extreem moeilijke techniek. We moeten die schakelaars daarvoor kleiner en kleiner maken. Het voordeel is dat ze daardoor minder energie verbruiken."

ASML noemt deze categorie chipmachines High NA. Het bedrijf heeft meer dan tien jaar gewerkt aan de technologie. Het was jarenlang onduidelijk of het ASML überhaupt zou lukken om de technologie werkend te krijgen.

Inmiddels zijn de eerste High NA-machines verkocht aan chipmakers in de Verenigde Staten, Zuid-Korea en Taiwan, laat ASML weten. Chipmakers Intel, Samsung, SK Hynix en TSMC gebruiken de apparaten met name om binnen een aantal jaren de volgende generatie chips te ontwikkelen, zegt een ASML-woordvoerder.

Ook de chipmachine bij imec is bedoeld om te 'oefenen'. Zodra het apparaat klaar is voor gebruik, kunnen chipbedrijven zich bij het onderzoeksinstituut melden om ermee te werken. Zij kunnen dan niet op grote schaal chips produceren, maar bijvoorbeeld wel testen of ze een nieuwe chip met deze technologie kunnen maken.

Tientallen vrachtwagens

Het duurt waarschijnlijk een halfjaar om de machine in België op te bouwen en klaar te maken voor gebruik. De komende tijd zullen tussen de veertig en vijftig vrachtwagens van Veldhoven naar Leuven rijden om alle onderdelen bij imec te brengen.

In Veldhoven staat nog een High NA-chipmachine die klanten in de tussentijd kunnen gebruiken. Zodra de machine in Leuven klaar is, gaat ASML het apparaat in Veldhoven verkopen, onderdelen hergebruiken of verbeteren, zegt het bedrijf.

Het duurt waarschijnlijk nog een aantal jaren voordat de chips die met High NA-machines worden gemaakt terechtkomen in onze smartphones, auto's, datacenters en andere apparatuur, verwachten imec en ASML.

Unilever bevestigt bod op voedingsmiddelendivisie

3 weeks 6 days ago

De kans is groot dat Unilever naast de ijsdivisie ook het onderdeel voedingsmiddelen verkoopt. Al dagen doen geruchten hierover de ronde en nu heeft Unilever de gesprekken hierover ook zelf bevestigd.

Vanmorgen kwam het levensmiddelenconcern met een verklaring, na een week van veel geruchten. Unilever laat weten een overnamebod voor de voedingsdivisie te hebben ontvangen van McCormick & Company, een Amerikaanse specerijenproducent.

McCormick & Company bestaat sinds 1889 en is groot geworden met peper en later allerlei barbecuesauzen.

Afgeslankt

Hoewel Unilever laat weten met McCormick & Company in gesprek te zijn, is het nog onzeker of de overname daadwerkelijk gaat plaatsvinden. Unilever zegt in de verklaring dat de voedingsmiddelendivisie een sterk financieel profiel heeft en gelooft dat de afdeling succesvol zal zijn als onderdeel van Unilever.

Het Brits-Nederlandse bedrijf verhuisde in 2020 van Rotterdam volledig naar Londen. Eerder verkocht het al een aantal voedingsmerken, waaronder de Vegetarische Slager, Unox, Conimex, Becel en andere margarinemerken. Ook Magnum, Ben & Jerry's en andere ijsmerken ging de deur uit.

Na een mogelijke verkoop blijven vooral merken voor huishoudelijke en persoonlijke verzorging onderdeel van de portefeuille van Unilever, zoals Andrelon, Axe en Robijn.

IEA waarschuwt voor grootste energiecrisis ooit: werk thuis en reis met ov

3 weeks 6 days ago

De oorlog in het Midden-Oosten veroorzaakt zo'n grote energiecrisis dat overheden en burgers in de rest van de wereld terughoudend moeten zijn met energiebronnen. Daarvoor waarschuwt het Internationaal Energieagentschap (IEA).

De organisatie spreekt van de "grootste verstoring ooit" op de wereldwijde oliemarkt, nu de doorvaart door de Straat van Hormuz vrijwel volledig is gestremd door Iraanse blokkades. Het IEA adviseert onder meer om thuis te werken en met het openbaar vervoer te reizen zodat er minder benzine verbruikt wordt.

Ook wordt er geadviseerd om elektrisch te koken en wordt overheden gevraagd snelheidslimieten met minimaal 10 kilometer per uur te verlagen om ook zo het brandstofverbruik omlaag te krijgen.

"Zonder een snelle oplossing zullen de gevolgen voor de energiemarkten en economieën steeds ernstiger worden", zegt Fatih Birol, uitvoerend directeur van het IEA. "Als wereldwijde energieautoriteit doet het IEA er alles aan om de stabiliteit van de energiemarkten te ondersteunen."

Rol voor industrie

Volgens het IEA is er ook een rol weggelegd voor de industrie. In landen waar de gasvoorraden onder druk staan, kunnen fabrieken mogelijk overschakelen van lpg naar alternatieve brandstoffen.

Vorige week maakte het IEA al bekend dat zijn 32 leden, waaronder Nederland, samen ruim 400 miljoen vaten olie vrijgeven uit de noodvoorraden om zo de prijsstijgingen te dempen. Het was de grootste vrijgave uit de geschiedenis van de organisatie. Vooralsnog dreigen er geen energietekorten in Nederland.

Het Internationaal Energieagentschap werd opgericht tijdens de oliecrisis van 1973. Een van de belangrijkste taken is het garanderen van energiezekerheid.

Sinds het uitbreken van de oorlog in het Midden-Oosten, drie weken geleden, zijn de energieprijzen wereldwijd enorm gestegen. De landelijke adviesprijs voor benzine (2,57 euro) en diesel (2,65 euro) staan op recordhoogten.

Liveblog

Volg de laatste ontwikkelingen rond de oorlog in het Midden-Oosten in ons liveblog.

'Huishoudens merken piek in prijsstijging door oorlog pas over 21 maanden'

3 weeks 6 days ago

Als de oorlog in het Midden-Oosten voortduurt, zullen huishoudens flink worden geraakt, en niet alleen aan de pomp. Ook kleding, gereedschap en eten worden op termijn duurder, hebben economen van de Rabobank berekend.

Die prijsstijgingen voelen we niet meteen, zegt Hugo Erken, hoofdeconoom bij RaboResearch. "Na drie maanden zie je de eerste effecten bij industriële producten als staal. De prijs loopt geleidelijk op, want eerst wordt transport duurder, dan spullen waar staal in zit als wasmachines en spelcomputers en uiteindelijk stijgen de lonen."

Volgens hem merken we pas een piek in de prijsstijging na 21 maanden, bijna twee jaar dus.

'Licht moet branden'

Het model van de onderzoekers van RaboResearch gaat niet verder dan die twee jaar vanwege de onzekerheid rondom de oorlog in Iran. De economen gaan uit van de olie- en gasprijzen van de afgelopen tijd, maar het is onduidelijk hoe ver die energieprijzen nog gaan stijgen.

Wat wel duidelijk is, is dat de prijs aan de pomp en de energierekening voor mensen het snelst te voelen zijn. Daarna zijn energie-intensieve producten aan de beurt. Dingen zoals vliegtickets en uitjes, zegt Erken.

"Neem een hotelovernachting. Het licht moet branden, de verwarming moet aan, er moet eten gekookt worden in het restaurant. Dat wordt allemaal duurder. En aan het eind van de rit moet het personeel ook nog meer worden betaald."

Lonen omhoog

Daar worden de effecten van de hoge energieprijzen volgens de econoom het laatst gevoeld. Diensten als de kapper, de schoonheidsspecialist en de automonteurs. "Vakbonden leggen de komende tijd waarschijnlijk een extra looneis op tafel bij CAO-overleggen."

Dat doen ze om de inkomens van werknemers te compenseren voor de hogere inflatie die we waarschijnlijk krijgen door de hoge energieprijzen. "Die hogere lonen moeten betaald worden door de werkgever en dat komt weer op het bordje van de consument terecht in de vorm van producten die duurder worden."

Lang aanhouden

De onderzoekers van RaboResearch verwachten dat de energieschok waar we nu het begin van voelen, langere tijd gaat aanhouden. Datzelfde zagen we volgens Erken ook in de energiecrisis van 2022, toen de oorlog in Oekraïne begon. Toen was de gasprijs overigens wel een stuk hoger dan nu.

Econoom Jan-Paul van de Kerke van het onderzoeksbureau van ABN AMRO verwacht ook dat producten duurder gaan worden. Hij houdt net als Erken de economische gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten in de gaten.

Volgens Van de Kerke kan Nederland sneller de gevolgen voelen van de hoge energieprijzen dan andere Europese landen. Onze inflatie ligt iets hoger dan in de rest van de eurolanden. Daarnaast is Nederland volgens hem de vorige energieschok van 2022 nog aan het verteren. "Het meest waarschijnlijke scenario is dat de inflatie in ons land richting de 3 procent gaat." Dat percentage ligt nu rond de 2,4 procent.

Erken verwacht wel dat de energieprijzen, net als na verloop van tijd in de Oekraïne-oorlog, langzaam weer normaliseren.

Uw verhaal

De NOS is bezig met een vervolgverhaal over de impact van de stijgende energieprijzen. Loopt uw energiecontract binnenkort af en/of bent u van plan vanwege de stijgende prijzen versneld te verduurzamen? Dan komen we graag met u in contact voor een reportage op radio en tv via economie@nos.nl.

Betere concurrentiepositie of klimaatdoelen halen: overheid staat voor dilemma

3 weeks 6 days ago

Al jarenlang proberen overheden in Europa, waaronder Nederland, energie-intensieve bedrijven te helpen. Die overheidssteun helpt ze om mee te kunnen blijven doen op de wereldmarkt, maar zorgen er tegelijk ook voor dat de uitstoot van broeikasgassen omhoog gaat. Dat publiceren vandaag het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in een onderzoek naar de effectiviteit van verschillende steunmaatregelen.

Het gaat om bedrijven in zogenoemde energie-intensieve sectoren. Bij zulke bedrijven kost het productieproces veel energie, zoals het maken van staal en chemische producten.

In Europa wordt er veel geïnvesteerd om de concurrentiepositie van deze branche overeind te houden, terwijl de sector bezig is met verduurzaming. Groen staal uit Europa kost bijvoorbeeld veel meer dan ander staal van buiten de Europese Unie. Ook hebben andere landen vaak minder strenge regels.

Lagere energiekosten

De planbureaus keken naar vier vormen van ondersteuning. Een productiesubsidie, lagere energiebelastingen, lagere elektriciteitskosten en subsidies voor CO2-verminderingstechnologie.

De eerste drie subsidies zorgen ervoor dat de concurrentiepositie van bedrijven verbetert, waardoor ze meer gaan produceren. Alleen de CO2-subsidie voor schone technologie zorgt nauwelijks voor een betere positie op de wereldmarkt.

Het grootste effect is te merken bij een verlaging van energiekosten. Dat kan bijvoorbeeld door de energiebelasting op elektriciteit te verlagen of bedrijven die veel elektriciteit verbruiken korting te geven.

De onderzoekers plaatsen daarbij wel de kanttekening dat meer vraag naar energie ook betekent dat er meer ruimte moet komen op het elektriciteitsnet. En dat is in Nederland op veel plekken te vol, voor zowel bedrijven als huishoudens.

Klimaatdoelen

Het verlagen van de energiekosten helpt de bedrijfsvoering, maar volgens de planbureaus zorgt deze steun wel voor meer uitstoot.

En dat helpt de klimaatdoelen die ons land zich heeft gesteld niet. Als Nederland de klimaatdoelstellingen wil halen is het volgens het CPB en PBL belangrijk om, naast het verlagen van de elektriciteitskosten, ook te investeren in subsidies voor verduurzaming.

Daarnaast is het volgens de onderzoekers belangrijk dat de Europese landen meer samenwerken bij het versterken van de concurrentiepositie van de industrie en het verlagen van de uitstoot, om te voorkomen dat "lidstaten in een onderlinge subsidieoorlog terechtkomen".

Discussie in Europa

Het is de sowieso de vraag of die verbeterde Europese samenwerking er de komende jaren komt. Landen als Polen, Italië en Oostenrijk willen juist een afzwakking van een bestaand systeem om de uitstoot terug te brengen.

In dat systeem zijn er rechten te koop voor bedrijven die broeikasgassen uitstoten. Die rechten worden de komende jaren afgebouwd, waardoor er steeds minder te krijgen zijn. Bedrijven moeten zo wel op zoek naar groenere alternatieven voor de productie, is het idee. Zo moet de uitstoot in Europa naar nul gaan.

Bedrijven zijn ook al bezig met vergroening, maar daardoor zijn hun producten een stuk duurder dan in landen waar goedkoop en vuil wordt geproduceerd. Grote Europese industrielanden zien hun concurrentiepositie daardoor verslechteren en pleiten nu voor versoepeling.

ECB verwacht hogere inflatie dit jaar, maar kiest niet voor renteverhoging

3 weeks 6 days ago

Ondanks de oorlog in het Midden-Oosten en de daardoor stijgende energieprijzen in Europa, komt er geen wijziging in de Europese rente. De rente blijft onveranderd op 2 procent staan, zegt Christine Lagarde, president van de Europese Centrale Bank. Wel verwacht de bank dat de oorlog leidt tot minder economische groei en een iets hogere inflatie dan eerder gedacht.

Op dit moment ligt de inflatie in de Eurozone met 1,9 procent dicht bij het streefgetal van 2 procent. Daarom kiest de centrale bank er voor nu nog geen actie te ondernemen.

Maar de oorlog in het Midden-Oosten en de stijgende prijzen voor energie betekenen wel dat de inflatie voor de komende jaren naar boven is bijgesteld. Voor heel 2026 verwacht de ECB dat de inflatie uitkomt op 2,6 procent. In de jaren daarna zakt het weer richting de 2 procent.

Geen vaste route

Tegelijkertijd is de verwachting voor economische groei door de bank naar beneden bijgesteld. Hoe langer de oorlog aanhoudt en de gas- en olieprijzen blijven doorstijgen, hoe meer impact op de inflatie. De ECB houdt de situatie goed in de gaten, zegt Lagarde.

Elke zes weken heeft de centrale bank een bijeenkomst om te bepalen wat er met de rente gaat gebeuren. Volgens Lagarde is er geen vaste route uitgestippeld wat de ECB gaat doen.

Als de oorlog langer en intenser is dan waar de ECB nu van uitgaat, kan de inflatie volgens Lagarde boven de nu voorspelde 2,6 procent uitkomen. In dat scenario stijgen de grondstofprijzen nog meer dan nu. Maar ook bij die mogelijkheid hangt het ervanaf hoelang de oorlog doorgaat en of er nog meer effecten ontstaan, zoals bijvoorbeeld een verstoring in de wereldwijde toeleverketens.

Er kan zich ook een situatie voordoen dat de oorlog minder heftig en korter is dan we verwachten, schetst Lagarde.

Rente verhogen in tijden van crisis

In een persconferentie gaf Lagarde uitleg over de rentebeslissing van de ECB. Daarin werd haar gevraagd of de ECB nu anders gaat reageren dan bij de vorige energiecrisis, in 2022. Toen begon de oorlog in Oekraïne en gingen de energieprijzen en inflatie voor huishoudens en bedrijven door het dak. In Nederland kwam de inflatie dat jaar gemiddeld uit op 10 procent.

Lagarde reageerde dat die situatie anders is dan deze oorlog. De inflatie lag aan het begin van de Oekraïne-oorlog op 6 procent, nu staat de economie er volgens haar beter voor. "In die vier jaar hebben we veel geleerd en onze strategie aangepast. We letter beter op risico's en zorgen dat we zo goed mogelijk geïnformeerd zijn. In 2022 hadden mensen ook al lang niet meer te maken gehad met hoge inflatie. Nu zit het verser in het geheugen."

De president van de ECB bleef bij haar punt dat de centrale bank de situatie in de gaten blijft houden: "Ik kan geen tijdlijn geven, maar we ondernemen actie waar nodig".

De huidige energiecrisis onderstreept volgens Lagarde wel dat Europa zich weg moet bewegen van het gebruik van fossiele brandstoffen.

Reparatie van geraakte gasinstallaties in Qatar gaat jaren duren, kost miljarden

3 weeks 6 days ago

De aanvallen op de olie- en gasinstallaties rond de Perzische Golf hebben grote gevolgen voor de betrokken landen. De reparatie kan jaren duren. Qatar ziet een aanzienlijk deel van de gasexport voor komende jaren verdwijnen en Irak kampt nu al met problemen met de elektriciteitsopwekking doordat de export uit Iran wegviel.

In Europa zijn de gevolgen vandaag vooral te merken in de vorm van hogere olie- en gasprijzen.

Israël bombardeerde gisteren het grote Iraanse gasveld South Pars, Iran sloeg terug met aanvallen op een gasfabriek in Qatar en een olieraffinaderij in Kuwait.

De twee landen delen samen South-Pars het grootste gasveld ter wereld:

Staatsbedrijf QatarEnergy spreekt vandaag van "aanzienlijke schade die is aangericht". Het gaat onder meer om een Shell-fabriek op het terrein. Het geraakte fabrieksterrein is een van de belangrijkste productielocaties van vloeibaar gas (LNG) ter wereld. Bovendien zou er dit jaar een uitbreiding komen die de productie nog eens groter zou maken.

Jaren omzetverliers

Maar de aanvallen maken alles anders. "Zelfs in mijn wildste dromen had ik zo'n aanval op Qatar niet verwacht, zeker niet van een ander islamitisch land tijdens de ramadan", zegt de topman van QatarEnergy tegen Reuters.

Het kost volgens de topman zo'n drie tot vijf jaar om geraakte locaties weer te repareren. In die tijd zal Qatar zo'n 17 procent van zijn LNG-export verliezen.

Onder meer langdurige contracten met Italië, België, Korea en China kan het staatsbedrijf niet nakomen. Het omzetverlies schat de topman op 20 miljard dollar.

Gevolgen in Europa

De Europese prijs voor gas schoot niet alleen omhoog voor leveringen op de korte termijn, maar ook voor leveringen voor pas over een jaar. Het laat zien dat ook handelaren op de langere termijn hoge prijzen verwachten.

Toch zijn de gasproblemen voor Europa nog te overzien. Qatar levert zo'n 20 procent van alle LNG ter wereld, maar een groot deel daarvan gaat naar Azië. Nederland haalt zijn LNG met name uit de Verenigde Staten, en krijgt bovendien gas uit Noorwegen via pijpleidingen.

Ook vergeleken met de gascrisis van 2022, als gevolg van de sancties tegen Rusland, vallen de prijsstijgingen hier nog enigszins mee. De prijs voor Europees gas lag op de piek in september 2022 vijf keer zo hoog als nu.

Prijzen 'niet door het dak'

Voor de meeste Nederlanders heeft de oorlog rond de Perzische Golf weinig invloed op de eigen energiekosten. Zes op de tien consumenten hebben een vast contract bij hun gas- en stroomleverancier. Die tarieven veranderen pas als hun contracten verlopen, en dat kan nog jaren duren.

Minder dan een op de tien huishoudens heeft een dynamisch energiecontract. Dat houdt in dat de prijs van stroom en/of gas elke dag verandert. De afgelopen dagen is de groothandelsprijs van gas omhoog gegaan. Dat geeft hogere dagprijzen voor Nederlanders met een dynamisch contract, ziet vergelijkingssite Independer. Maar toch valt het mee.

"Lekker is anders, maar de prijzen zijn niet door het dak", zegt energie-expert Pim Holstvoogd. Vanochtend betaalden mensen met een dynamisch contract rond 1,38 euro per kuub gas, zag de site. "Het is aan de hoge kant, maar komt niet in de buurt van de energiecrisis van 2022."

De consumentenprijzen stijgen minder dan hij had verwacht, zegt Holstvoogd. Dat komt deels doordat Nederlands steeds meer energie opwekt met zon en wind. Daardoor is er ook minder gas nodig voor de opwekking van stroom.

Iran

In Iran en Irak zijn de gevolgen op dit moment veel groter. Waar de aanvallen op het terrein in Qatar invloed hebben op de wereldprijzen, zorgen de aanvallen op het Iraanse South Pars-veld vooral lokaal voor problemen.

Het gasveld in de Perzische Golf staat is het grootste gasveld ter wereld, en wordt gedeeld door Iran en Qatar. Het Iraanse gas gaat vooral naar Iran zelf en buurland Irak. Het wordt daar bijvoorbeeld gebruikt voor het opwekken van elektriciteit, voor het verwarmen van huizen en voor de industrie van het gesanctioneerde Iran.

Iraanse installaties op dit cruciale veld zijn tijdelijk uitgeschakeld om branden te blussen. Iran stopte als gevolg met de uitvoer naar Irak. Dat zorgde direct voor veel minder stroomopwekking daar.

'Verboden claims over verhitte tabak in zaken gesteund door Philip Morris'

4 weeks ago

In tabakszaken die steun krijgen van fabrikant Philip Morris wordt tegen de regels in verhitte tabak aangeprezen als minder schadelijk alternatief voor sigaretten. Dat heeft het journalistieke platform Pointer vastgesteld na het undercover bezoeken van de winkels.

De tabakszaken suggereren volgens Pointer allemaal dat verhitte tabak beter is voor de gezondheid dan sigaretten of vapes. Zo wordt het product minder schadelijk genoemd, maar ook beter, schoner en zelfs gezonder. Medewerkers zouden hebben gezegd dat je er fitter van wordt of er een betere conditie van krijgt, conclusies die volgens experts niet kloppen.

Philip Morris heeft grote invloed op tabakszaken en medewerkers. Zo financiert het bedrijf een deel van de inrichting of verbouwing van de winkel. Ook krijgt winkelpersoneel trainingen over de voordelen van verhitte tabak, bleek twee jaar geleden al uit onderzoek van Distrifood.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) deed eerder onderzoek naar de verboden gezondheidsclaims en legde Philip Morris een boete op.

Verhitte tabak

Het verhitten van tabak is een manier om tabak te gebruiken. In tegenstelling tot bij roken, wordt tabak niet verbrand maar verhit in een verwarmingselement. Daardoor verdampen schadelijke stoffen als nicotine.

Volgens het RIVM krijgt de gebruiker minder kankerverwekkende stoffen binnen dan bij roken, maar neemt het gezondheidsrisico niet af. Ook een kleine hoeveelheid kan kanker veroorzaken. Daarnaast bevat de rook van verhitte tabak juist een grotere hoeveelheid van sommige schadelijke stoffen dan bij het roken van een sigaret.

Het aantal tabakszaken in Nederland zit in de lift sinds de verkoop van sigaretten in supermarkten in 2024 is verboden. Pointer heeft handmatig onderzoek gedaan en telde in 2021 246 tabakszaken. Vorig jaar was dat gestegen naar 494. De meeste zaken zitten naast of in de buurt van een supermarkt.

Door de gezondheidsclaims overtreden de zaken de regels. In de rook- en tabakswet staat dat er geen positief verband met gezondheid mag worden gelegd. Ook mag over een product niet worden gezegd dat het minder schadelijk is voor de gezondheid.

Aan de wet houden

Philip Morris wil bij Pointer niet reageren op de beschuldigingen, omdat de uitspraken van medewerkers niet geverifieerd kunnen worden en het niet is toegestaan om in de winkels te filmen. Wel zegt het bedrijf te willen streven naar een wereld zonder sigaretten. Ook vindt de tabaksfabrikant dat Nederland meer moet doen aan voorlichting aan rokers.

In een reactie aan de NOS laat Philip Morris weten zich altijd aan de wet te houden en zich in te zetten voor de ontwikkeling van rookvrije producten. De fabrikant zegt dat het eerdergenoemde onderzoek van onder meer het RIVM aantoont dat wetenschappelijke onderbouwde rookvrije producten minder schadelijk zijn dan doorgaan met roken. Het RIVM schrijft dat elk tabaksproduct ongezond is bij langdurig gebruik.

Philip Morris zegt samen te werken met een zorgvuldig geselecteerde groep tabakswinkels die voldoet aan de wettelijke eisen en dezelfde rookvrije visie ondersteunt als het bedrijf.

Jumbo doet vlees na twee jaar weer in de aanbieding

4 weeks ago

Jumbo is weer begonnen met het verkopen van vers vlees met korting. Dat bevestigt een woordvoerder van de supermarktketen aan de NOS. Twee jaar geleden stopte Jumbo juist met zulke aanbiedingen, om bij te dragen aan de transitie naar plantaardig voedsel.

De supermarktketen nam de maatregel destijds naar eigen zeggen om "marktbreed een beweging op gang te brengen". Dat is niet gelukt, zegt de woordvoerder. "Helaas zijn andere supermarkten vooralsnog niet gevolgd, waardoor de verkoop van vlees enkel verschuift tussen supermarkten."

Jumbo is zelf wel minder vlees gaan verkopen, waardoor het volgens de woordvoerder miljoenen euro's is misgelopen. Daardoor voelt de supermarktketen zich gedwongen om vlees weer in de aanbieding te doen.

Wakker Dier

Twee jaar geleden sprak dierenwelzijnsorganisatie Wakker Dier nog over de "moed" die Jumbo toonde. "De supermarkt laat zien dat plantaardige, gezonde voeding echt een topprioriteit is", zei een woordvoerder toen.

Wakker Dier is nu niet meteen bereikbaar voor een reactie. Jumbo laat wel weten dat het al contact heeft gehad met de organisatie.

Straat van Hormuz niet potdicht, 'dagelijks zo'n 2 miljoen olievaten vervoerd'

4 weeks ago

Er gaan nog altijd mondjesmaat schepen door de 'afgesloten' Straat van Hormuz, de enige zeeverbinding tussen de Perzische Golf en de rest van de wereld. Iran dreigt schepen in die smalle zeestraat aan te vallen als ze erdoorheen varen.

Voordat de oorlog tussen Iran en de VS en Israël begon, gingen er dagelijks gemiddeld zo'n 20 miljoen vaten olie door dat stuk zee. Dat is zo'n 20 procent van wat we wereldwijd dagelijks verbruiken. Nu gaan er dagelijks nog rond de 2 miljoen vaten door de Straat van Hormuz, schat databedrijf Kpler. Dat volgt met dochterbedrijf MarineTraffic wereldwijd de bewegingen van schepen.

Voor de oorlog kostte olie zo'n 70 dollar per vat. Sindsdien is de prijs hard gestegen; vandaag kost een vat zo'n 110 dollar. Dat is een stijging van zo'n 57 procent.

'Dramatisch minder'

"Normaliter zagen we dagelijks zo'n 110 tot 130 schepen de Straat van Hormuz in- of uitvaren", zegt Naveen Das van Kpler tegen de NOS. "De afgelopen dagen zijn dat er maximaal zo'n vier of vijf. Dat is dramatisch veel minder."

De schepen die er doorheen gaan, vervoeren volgens Das vooral Iraanse olie. Soms lijkt Iran ook toestemming te geven voor de vaart van schepen met olie of gas uit andere Golfstaten. "We zien dat er overleg is met landen als Turkije, Irak, Pakistan en India om de doorvaart van sommige schepen te regelen."

Onconventionele routes

Das schat dat er dagelijks zo'n 1 miljoen tot 1,5 miljoen vaten Iraanse olie door de straat gaan en zo'n 500.000 vaten niet-Iraanse olie. "We zien dat deze schepen ook onconventionele routes nemen. Ze gaan dicht langs de Iraanse kust. Wellicht zodat de Iraniërs ze in de gaten kunnen houden, maar wellicht ook omdat er verderop in de straat mogelijk mijnen zijn neergelegd. Het is een verraderlijke zee."

Een voorbeeld is de Pakistaanse olietanker Karachi. Die had olie opgehaald in de Verenigde Arabische Emiraten, voer een paar dagen geleden dicht langs Iran en komt vandaag aan in Pakistan.

Das denkt dat Iran niet veel meer buitenlandse oliedoorvoer zal toestaan dan nu. "Het zal blijven bij dit beperkte aantal dagelijkse passages. Want een grote groei past niet bij de strategie van Iran. Hoe meer schepen er zullen varen, hoe lager de energieprijzen. Met de hoge prijzen wil Iran juist druk uitoefenen op de VS."

De uitvoer van Iraanse olie ligt volgens Das op ongeveer hetzelfde niveau als voor de oorlog. Amerika heeft al jaren geleden sancties ingesteld tegen Iran; landen mogen van de VS geen Iraanse olie kopen. Alleen trekt China zich daar weinig van aan, bijna alle Iraanse olie gaat dan ook naar China.

Schaduwvloot

"De schepen die deze olie vervoeren noemen we de schaduwvloot", zegt Das. "Zij kunnen de Iraanse vlag voeren, maar ook die van andere landen en ze opereren buiten de conventionele markt." Het wordt wel steeds moeilijker om nog zicht te houden op deze schepen, zegt hij. "Ze blokkeren steeds vaker hun transponder of vervalsen hun signalen."

Niemand weet hoelang Iran de doorvoer van olie nog blijft bemoeilijken. "Maar als deze situatie nog maanden zo blijft, dan zullen de olieprijzen nog veel verder oplopen en er zal wereldwijd een olietekort ontstaan", zegt Das.

"Europa en Nederland hebben daarbij wel een betere uitgangspositie dan sommige landen in Azië. Hier hebben we grotere voorraden van olieproducten als benzine, diesel en kerosine. Daarnaast zijn we ook minder afhankelijk van olie uit het Midden-Oosten."

Podcast De Dag: varen door een onveilige Straat van Hormuz

Wat is ervoor nodig om veilig door de zee-engte tussen Iran en Oman te varen? Bart Gonnissen was jarenlang stuurman van olietankers in de straat van Hormuz, ook in gevaarlijke periodes, en vertelt daarover in podcast De Dag. Ook John Wayne, kapitein ter zee buiten dienst, komt aan het woord. Hij heeft tanks helpen beschermen in de Straat van Hormuz.

Hoge brandstofprijzen zorgen voor files in België, ergernis en omzetverlies

4 weeks ago

De onrust rondom hoge brandstofprijzen blijft aanhouden. In zowel Nederland als buurland België zijn er zorgen onder tankstationhouders nu de adviesprijzen voor diesel en benzine maar door blijven stijgen. Inmiddels ligt die prijs in Nederland voor beide brandstoffen boven de 2,50 euro.

Op lang niet alle plekken is de prijs daadwerkelijk zo hoog, maar voor veel automobilisten is de prijs in België het omrijden waard. Ook in België zijn de prijzen flink toegenomen, maar het verschil met Nederland kan desondanks oplopen tot zo'n 60 cent per liter.

Het grootste pijnpunt zit hem in de dieselprijs. Die is zodanig hard gestegen dat het voor vrachtwagens loont om over de grens te tanken. Voorheen was het voordeliger om de tank in Nederland met diesel te vullen. Gevolg: er staan lange rijen bij de tankstations in ons buurland.

Afrit afsluiten

Dat valt niet goed bij Raf Terwingen, de burgemeester van Maasmechelen, net over de grens bij Geleen. Terwingen wil het liefst de afrit naar zijn grensdorp afzetten, omdat het verkeer vastloopt. "Op het industrieterrein willen we eenrichtingsverkeer creëren. Voorheen was er al tanktoerisme maar sinds de oorlog en de gestegen dieselprijs in Nederland is het gewoon echt problematisch geworden."

Door de onrust in de Golfregio is de prijs van brandstof flink gestegen. De scheepvaart in de Straat van Hormuz ligt grotendeels stil en juist door die zeestraat in het Midden-Oosten gaat veel olieverkeer. Nu er veel minder wordt vervoerd, stijgen de prijzen aan de pomp.

'Verkopen onder de prijs'

Een van de tankstationketens in de grensregio, Bruno Group, merkt dat hard in de inkomsten. In België speelt namelijk ook mee dat er een maximale verkoopprijs zit op brandstoffen, vanuit de overheid opgelegd.

Daarnaast heeft Bruno Group langdurige afspraken met transporteurs, die als grootafnemer 8 cent korting krijgen op een liter. Daardoor heeft het bedrijf afgelopen weken een verlies geleden van ongeveer 100.000 euro, zegt eigenaar Angelo Bruno. "We verkopen nu onder de prijs."

Hij overweegt serieus om binnen een paar dagen zijn tankstations te sluiten. "Mijn collega's gaan ook volgen", zegt hij. De Belgische overheid moet de maximumprijs snel verhogen volgens Bruno.

Minder omzet

Ook in Nederland merken pomphouders dat de inkomsten teruglopen. Dat zegt Martin van Eijk, voorzitter van de Nederlandse brancheorganisatie van tankstations Drive. Volgens hem is de gemiddelde omzet van een tankstation met zo'n 10 tot 20 procent gedaald.

Bij locaties in de grensstreek is het nog rustiger en is de omzet wel tot 50 procent teruggelopen.

Net als de burgemeester van Maasmechelen ziet Van Eijk dat de Belgen het Nederlandse tanktoerisme zat worden. Net als de Belgische tankhouder wil ook zijn branchevereniging actie vanuit de overheid. Volgens Drive zou het kabinet moeten kijken naar het verhogen van de korting op brandstof. Vooralsnog ziet het kabinet nog geen noodzaak voor zulke maatregelen.

Minder lenen en duurder oversluiten: hypotheekrente loopt iets op

4 weeks 1 day ago

Het wordt duurder om geld te lenen voor het kopen van een woning. De afgelopen twee weken steeg de rente op hypotheken met een rentevaste periode van 10 jaar gemiddeld van 3,7 procent naar 3,85 procent. Dat blijkt uit cijfers van hypotheekadviesketen Van Bruggen. De rentestijging wordt veroorzaakt door de oorlog in Iran.

De afgelopen weken was al te zien dat de hoge olieprijzen ook leiden tot hogere prijzen aan de tankstations. Maar de onrust rond de Perzische golf begint nu dus ook zichtbaar te worden in de rentes op leningen.

De gestegen brandstofprijzen zullen uiteindelijk ook leiden tot hogere prijzen in het algemeen. Beleggers houden hier rekening mee en vragen dus meer rente. Hypotheekverstrekkers zijn vaak afhankelijk van beleggers om de hypotheken te kunnen financieren.

Een stijging van 0,15 procent lijkt heel weinig maar het is zeker al wel te merken voor huizenkopers. De stijgende hypotheekrente is vooral vervelend voor starters. Volgens berekeningen van Van Bruggen kunnen zij door de rentestijging van de afgelopen weken maandelijks zo'n 30 euro meer kwijt zijn.

De rentestijging leidt er ook toe dat er minder geleend kan worden. "Voor gemiddelde starters die een huis kopen van 365.000 euro betekent dat dat ze nu al zo'n 6000 à 7000 euro minder kunnen lenen", zegt Oscar Noorlag van Van Bruggen.

Ook voor mensen wier rentevaste periode afloopt de komende tijd is het vervelend nieuws. De rente staat namelijk sowieso al een stuk hoger dan in 2016. Toen betaalde je voor een rentevaste periode van 10 jaar nog 1,6 procent.

Voor mensen die al een woning hebben en willen verhuizen verwacht Van Bruggen dat de impact iets minder groot zal zijn. Deze doorstromers kunnen ook besluiten de koop van een nieuwe woning even uit te stellen totdat de rente weer wat lager is.

Stijging valt mee

Toch valt de stijging tot nu toe mee. Op dit moment is de rente op een hypotheek met een rentevaste periode van 10 jaar op hetzelfde niveau als begin dit jaar. Alleen daalde de rente de afgelopen maanden. Tot twee weken geleden: de oorlog in Iran leidt tot zorgen over algehele prijsstijging nu brandstof in korte tijd zo snel gestegen is.

De zorgen onder beleggers zijn nog niet zo groot als toen de oorlog in Oekraïne begon. Toen steeg de hypotheekrente in 7 weken tijd van 1,2 procent naar ruim 2 procent. De rente zou blijven stijgen tot uiteindelijk 4 procent in 2022. De gestegen hypotheekrente zorgde er toen ook voor dat van de zomer van 2022 tot en met de zomer 2023 de huizenprijzen in Nederland iets daalden.

Het blijft voorlopig nog koffiedik kijken in hoeverre de rente nog verder oploopt. Noorlag verwacht niet dat de hypotheekrente net als in 2022 in korte tijd met 3 procentpunt zal stijgen. Wel is de verwachting dat die de komende tijd blijft oplopen zolang de oorlog in het Midden-Oosten doorgaat.

Luchtvaartmaatschappijen maken tickets duurder om hogere kerosineprijs

4 weeks 1 day ago

Vliegmaatschappijen hebben de prijzen van hun tickets verhoogd vanwege de wereldwijd gestegen brandstofprijzen. Eind februari kostte een vat kerosine gemiddeld ruim 99 dollar, inmiddels kost het ruim 175 dollar: een prijsstijging van bijna 77 procent. Dat blijkt uit data van IATA, de brancheorganisatie voor luchtvaartmaatschappijen.

Sinds gisteren geldt daarom voor een "beperkt aantal vluchten" van Transavia een toeslag van 5 euro. Volgens een woordvoerder is de toeslag tijdelijk en is het onduidelijk hoelang die wordt doorberekend aan klanten. De toeslag dekt niet alle kosten, zegt de woordvoerder.

Consumenten zien geen aparte toeslag terug op de tickets, die is in de prijs verwerkt.

Geschrapte vluchten

Ook KLM verhoogde de prijzen als gevolg van de gestegen kerosineprijzen. Sinds maandag betalen klanten 10 euro meer voor een retourticket op een korte en middellange vlucht. Op langeafstandsvluchten zit al sinds 11 maart een toeslag van 50 euro. Tickets van en naar Noord-Amerika zijn eerder met 30 euro verhoogd en per 11 maart met nog eens 20 euro.

De grootste luchtvaartmaatschappij van Scandinavië, SAS, heeft zelfs een aantal vluchten geschrapt vanwege de brandstofprijs. Door de oorlog in het Midden-Oosten en de sluiting van de Straat van Hormuz stijgt de prijs van kerosine. Die is veelal afkomstig uit die regio.

'Kwetsbaar'

Dat vliegmaatschappijen de tickets nu duurder maken, komt dan ook niet onverwacht, zegt energie-expert Lucia van Geuns. "Want de sluiting van de Straat van Hormuz duurt langer dan werd gehoopt. Vliegmaatschappijen anticiperen op een langere sluiting. Het ziet ernaar uit dat dit niet morgen klaar is en dat betekent ook dat de prijs van kerosine voorlopig niet zal dalen."

Die prijs werkt hetzelfde als die van diesel, zegt Geuns: grote delen van die brandstoffen worden geïmporteerd en daarvan komt zo'n 45 procent uit landen aan de Perzische Golf. "En die import-afhankelijkheid van de brandstof maakt hem kwetsbaar voor prijsverhogingen."

Bestellen bij Fonq en Naduvi niet mogelijk, 'uitstel van betaling aangevraagd'

4 weeks 1 day ago

Het Nederlandse bedrijf achter de woonwebshops van Fonq en Naduvi heeft uitstel van betaling aangevraagd. Dat melden RTL Z en Emerce. Er wordt nu gekeken hoe een faillissement vermeden kan worden.

Ondanks verschillende pogingen was het bedrijf voor de NOS niet bereikbaar voor een reactie. Inmiddels is het op de webshops van Fonq en Naduvi niet meer mogelijk om een bestelling te plaatsen.

Woonwebwinkel Fonq bestaat sinds 2003 en heeft naast een Nederlandse website ook een webshop in België en Duitsland. Fonq heeft zijn hoofdkantoor in Utrecht staan en volgens de website werken er ruim 250 mensen. Zij verliezen mogelijk hun baan.

In 2024 nam Fonq concurrent Naduvi over. Oprichter van Naduvi, Itai Gross, werd destijds aangesteld als CEO, maar hij vertrok nog geen jaar later alweer.

Miljoenenverlies

Al langer gaat het niet goed met Fonq-Group, het moederbedrijf van de woonwinkels. Uit het laatste jaarverslag, dat voornamelijk over 2023 ging, blijkt dat het bedrijf een verlies leed van ruim 14 miljoen euro. Een jaar ervoor wilde de bank het bedrijf al geen geld meer lenen. De aandeelhouders moesten zelf bijspringen.

Eerder schreef Ad Scheepbouwer, voorzitter van de raad van commissarissen, dat Fonq zich in een "uitdagende markt" bevindt.

Zware tijd voor woonwinkels

Ook andere woonwinkels hebben het al een langere tijd zwaar. Zo ging in juni vorig jaar interieurketen Rivièra Maison failliet, en ook Kwantum en Leen Bakker verkeerden in financiële problemen.

De winkels van Kwantum en Leen Bakker werden overgenomen door een Europese investeringsmaatschappij en Rivièra Maison kon in juli vorig jaar een gedeeltelijke doorstart maken. Dat lukte dankzij een overname door Dutch Interior, een Nederlands meubelbedrijf.

Meubelzaak Seats and Sofas betaalt compensatie aan klanten

4 weeks 1 day ago

Meubelzaak Seats and Sofas compenseert bijna 1500 klanten die ten onrechte moesten betalen om in aanmerking te komen voor garantie. Het totaalbedrag komt neer op ruim 100.000 euro. Daarnaast heeft het bedrijf zijn garantiebeleid aangepast zodat klanten geen onrechtmatige kosten hoeven te maken.

Deze aanpassingen worden doorgevoerd na het optreden van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De toezichthouder startte een onderzoek naar Seats and Sofas na berichtgeving van de Consumentenbond en consumentenprogramma Radar. Uit het onderzoek blijkt dat er onterecht extra kosten bij klanten in rekening werden gebracht.

Zo moesten mensen die aanspraak wilden maken op de wettelijke garantie hun meubels zelf naar een winkel brengen, betalen voor de transportkosten of betalen voor een monteur aan huis. Terwijl de wet anders voorschrijft. Mocht een aankoop sneller kapot gaan dan verwacht, dan moet de verkoper dat kosteloos repareren, vervangen of vergoeden.

ACM blijft bedrijf controleren

Seats and Sofas heeft het beleid aangepast waardoor klanten voortaan geen extra kosten voor transport of reparatie hoeven te betalen. Het bedrijf betaalt de compensatie aan alle klanten die tussen 18 september 2023 en 18 september 2025 kosten hebben gemaakt omdat zij gebruik wilden maken van hun recht op garantie.

"We willen graag aan de regels voldoen", zegt een woordvoerder van de meubelzaak. Hij wijst erop dat alle klanten inmiddels zijn gecompenseerd. "Onze service is nu moeiteloos en kosteloos."

De ACM houdt toezicht op de naleving van deze afspraken.

Italiaanse Unicredit komt dichter bij overname tweede bank van Duitsland

1 month ago

Voor het eerst in lange tijd komt een grote Europese bankenovername dichtbij. De Italiaanse grootbank Unicredit maakte vanmorgen bekend ergens in de komende vier dagen een belang van meer dan 30 procent in het Duitse Commerzbank te verkrijgen. Als die drempel is behaald, is Unicredit wettelijk verplicht om een bod uit te brengen op alle aandelen van de tweede bank van Duitsland.

Unicredit begon vorig jaar aandelen van Commerzbank te kopen. Inmiddels heeft de Italiaanse bank 26 procent van de Duitse concurrent in handen. Commerzbank zelf wil van een overname niets weten. Ook de Duitse overheid, die sinds de kredietcrisis een belang van bijna 13 procent in de bank heeft, voelt weinig voor een Italiaanse overname. Een poging om Commerzbank met Deutsche Bank te laten fuseren mislukte eerder.

In een persbericht schrijft Unicredit dat het "een dialoog" wil aangaan met aandeelhouders als de grens van 30 procent in Commerzbank is bereikt. De bank biedt aan 30,8 euro per aandeel te betalen. Daarmee wil Unicredit zo'n 35 miljard euro betalen voor alle aandelen van Commerzbank.

Geen controle

Opvallend genoeg zegt Unicredit erbij dat het niet verwacht dat het de volledige controle over Commerzbank zal krijgen. Vermoedelijk wijzen de Italianen naar de weerzin van de Duitse overheid over de overname. Een woordvoerder van het Duitse ministerie van Financiën zei tegen persbureau DPA tegen een vijandige overname van Commerzbank te zijn.

Daarmee wordt het moeilijk voor Unicredit om de al bestaande Duitse dochter HypoVereinsbank te laten fuseren met Commerzbank. Toch noemt de bank de stap "verstandig, pragmatisch, zonder nadelen".

Het plan om Commerzbank over te nemen komt uit de koker van de enkele jaren terug aangetreden topman Andrea Orcel. Hij bedacht in 2007 als bankier van de Amerikaanse zakenbank Merrill Lynch een plan om ABN Amro over te laten nemen door Fortis, RBS en Santander. Een jaar na de overname moesten zowel Fortis als RBS worden genationaliseerd.

'Meeste bedrijventerreinen slecht voorbereid op wateroverlast'

1 month ago

Een aanzienlijk deel van de bedrijventerreinen in Nederland is niet goed voorbereid op wateroverlast door klimaatverandering. Dat valt op te maken uit een analyse van 3713 terreinen door de organisatie Werklandschappen van de Toekomst. 70 procent van de Nederlandse bedrijventerreinen is volgens die analyse slecht voorbereid op wateroverlast als gevolg van de opwarming van de aarde.

"Bijna een op de drie werkende Nederlanders zit op zo'n plek. Dat zijn miljoenen mensen", zegt programmacoördinator Daphne Teeling van Werklandschappen van de Toekomst. "Bij extreme buien zul je zien dat een op de vijf gebouwen 15 centimeter water aan het pand heeft staan. Ik denk dat veel ondernemers zich daar niet bewust van zijn, en men overziet misschien niet wat dat kan betekenen."

De bevindingen sluiten aan bij eerdere onderzoeken naar de voorbereidingen op extreme regen in Nederland. In januari waarschuwde de Onderzoeksraad voor Veiligheid nog dat de veiligheidsmaatregelen achterblijven bij het tempo waarmee extreme regen toeneemt, en dat het een onderschat probleem is.

Die waarschuwing over de veiligheid gaat dus ook op voor bedrijventerreinen, leert de inventarisatie. Op de terreinen die worden aangemerkt als kwetsbaar, staan gebouwen die risico's lopen bij extreme regen. Ze kunnen schade oplopen en de vitale infrastructuur op het terrein kan worden verstoord.

Werklandschappen van de Toekomst, een initiatief van IVN Natuureducatie dat gesteund wordt door verschillende ministeries, stelt vast dat een gemiddeld bedrijventerrein in Nederland voor 48 procent bestaat uit verhard oppervlak zoals stenen en tegels. Dat kan wateroverlast versterken, maar ook hitteproblemen doen toenemen.

Uit de analyse blijkt dat een op de tien bedrijventerreinen op een hete zomerdag, bij een temperatuur van 33 graden Celsius, meer dan 10 graden extra opwarmt. Bedrijventerreinen in Noord-Brabant zijn daar het meest kwetsbaar voor (16 procent) en bedrijven in Zeeland het minst (7 procent).

Vergroening kan de risico's verkleinen op zowel die extra verhitting als wateroverlast. Ook over de hoeveelheid groen op de terreinen zijn cijfers opgenomen in de analyse. Zo blijkt dat slechts een op de zes terreinen op dit moment voldoende bomen heeft.

Dat heeft ook gevolgen voor de biodiversiteit. Die lijdt onder het tekort aan groen en het gebrek aan variatie in de beplanting. Uit de cijfers valt op te maken dat een gemiddeld terrein voor 4 procent uit heggen en struiken bestaat. IVN beveelt aan om dat te verhogen tot 15 procent.

Volgens Teeling van Werklandschappen voor de Toekomst zijn er flink wat snelle oplossingen voor klimaatrisico's op bedrijventerreinen. "Op de lange termijn zullen ondernemers zich moeten verenigen en moeten samenwerken om hun gebied klimaatadaptief te maken. Maar je kunt ook al morgen iets doen: plant een heg, plant bomen op je kavel, open de bestrating. Daarmee maak je al veel verschil tegen wateroverlast en hittestress."

Nederlandse boeren ontkomen aan hoge kunstmestprijs, Azië heeft minder geluk

1 month ago

Niet alleen de prijs van olie en gas, maar ook die van kunstmest is de afgelopen weken flink gestegen. Door de blokkade van de Straat van Hormuz worden minder kunstmest en grondstoffen voor kunstmest geëxporteerd. Het verminderde aanbod leidt tot hogere prijzen wereldwijd.

Ook in Nederland wordt kunstmest wat duurder, maar veel boeren houden het hoofd vooralsnog koel. "De meeste boeren hebben de kunstmest die ze komende maanden nodig hebben al ingekocht", zegt Rabobank-econoom Harry Smit. "De kunstmest die ze binnenkort gaan uitrijden, ligt dus vaak al in de opslag."

Anders is dat aan de andere kant van de wereld, in Azië en Oceanië bijvoorbeeld. Daar worden gewassen op een ander moment geoogst en dus kopen boeren hun kunstmest rond deze tijd in. Dat moeten ze vanwege het verminderde aanbod doen tegen een relatief hoge prijs.

En daar houden de problemen niet op. Terwijl Europa zijn kunstmest vooral zelf maakt of importeert uit Noord-Afrika en de Verenigde Staten, zijn veel landen in Azië en Oceanië afhankelijk van het Midden-Oosten. "De zeestraatblokkade leidt daar dus niet alleen tot een prijsstijging, maar ook tot tekorten", zegt econoom Smit. "Europa heeft van die verminderde beschikbaarheid voorlopig geen last."

Ureum

De problemen op de markt voor kunstmest betreffen met name ureum. Dat is een kunstmeststof die vooral geschikt is voor tropische gebieden. Bijna de helft van de wereldwijde export van ureum komt uit de Perzische Golf en moet dus langs de Straat van Hormuz, maar dat gaat nu niet.

India-correspondent Devi Boerema:

"Ook India voorziet last te krijgen van een verminderde aanvoer van ureum. Het is een van de grootste ureum-importeurs ter wereld. Ongeveer 30 procent van de kunstmeststoffen die India gebruikt wordt geïmporteerd.

Het land heeft China daarom gevraagd om de export van ureum te versoepelen. China controleert dat via een quotasysteem.

Op dit moment zijn er volgens de Indiase autoriteiten nog geen grote ureumtekorten. Om te voorkomen dat dat wel gebeurt bij een langdurige oorlog, voor het plantseizoen dat in juni begint, wil India nu dus al extra inkopen vanuit China. China heeft nog niet gereageerd op dat verzoek.

Overigens wordt de meeste ureum in de Indiase landbouw geproduceerd in India zelf. Maar ook daar speelt een probleem, want voor de productie van ureum is vloeibaar gas (lng) nodig. En ook die export staat onder druk door de oorlog in het Midden-Oosten. Volgens persbureau Bloomberg hebben al enkele ureumfabrikanten in India de deuren moeten sluiten door een lng-tekort."

In Europa gebruiken boeren een stuk minder ureum, maar ook de prijs van hun kunstmest wordt flink beïnvloed door de gestegen gasprijs. Om kunstmest te maken is namelijk aardgas nodig.

"Als de gasprijs stijgt, dan is dat een belangrijke kostenpost", zegt een woordvoerder van de grote kunstmestproducent Yara Sluiskil. "Dat moet je doorrekenen." Hoelang de prijs hoog blijft, is mede afhankelijk van de duur van de oorlog in het Midden-Oosten.

Beschikbaarheid van kunstmest zal in Nederland het probleem niet zijn, zegt ook boerenbrancheorganisatie LTO Nederland. Wel is het aankoopmoment van belang. "Sommige boeren kopen vroeg in. Degenen die dat later doen, hebben nu de meeste hinder", zegt een woordvoerder.

Als de oorlog in het Midden-Oosten aanhoudt, heeft dat ook gevolgen voor ontwikkelingslanden. "Die hebben als eerste last van de hogere prijzen, omdat ze worden weggeconcurreerd door rijkere landen", zegt econoom Smit. "Dat kan, als de oorlog aanhoudt, tot slechtere oogsten leiden."

Flexwoonwijken voor arbeidsmigranten in buitengebied: 'Goede wifi is belangrijk'

1 month ago

Keurig ogende woontorens, rijtjeshuizen of complete buurtjes net buiten de bebouwde kom, tegen een industrieterrein aan of in een weiland. Op tientallen plekken door heel Nederland verrijzen flexwoningen voor arbeidsmigranten.

Zowel het Rijk, de gemeenten als werkgevers zien hierin een belangrijke oplossing voor het schrijnende tekort aan woningen voor tijdelijke werknemers van buiten Nederland. Arbeidsmigranten kunnen op deze manier fatsoenlijk wonen, zonder dat dit verder de druk verhoogt op de woningmarkt.

Het Planbureau voor de Leefomgeving ziet daarentegen grote bezwaren. Volgens het instituut is het bouwen van tijdelijke, afgelegen woningen geen oplossing voor een permanent probleem.

Middelharnis

"'s Avonds is het hier hartstikke gezellig. De mensen barbecueën heel graag. Als ze het weer netjes opruimen, is dat prima", zegt Willem Weggeman. Hij is directeur van Homeflex, exploitant van dertien flexwoonprojecten in Nederland.

Eind vorig jaar leverde Homeflex net buiten de bebouwde kom van Middelharnis op Goeree-Overflakkee 51 woningen voor 200 arbeidsmigranten af. Er staan wat rokershokjes, picknicktafels en fitnesstoestellen. Ook hangen er veel camera's.

In de flexwoningen in Middelharnis zitten vooral arbeidsmigranten uit Roemenië. Ze betalen 150 euro per week per persoon, zegt Weggeman. "Ze hebben allemaal hun eigen slaapkamer. En er is goede wifi, dat is heel belangrijk."

Een eigen kamer is niet vanzelfsprekend. In 2020 drong de commissie-Roemer hier al op aan, maar in de praktijk slapen bij tal van woningen twee of meer mensen op één kamer.

Woningmarkt

Wethouder Daan Markwat van Goeree-Overflakkee is blij met de woningen. "Je moet mensen op een goede, veilige manier huisvesten." De gemeente telt naar eigen zeggen 1200 arbeidsmigranten. Zij werken voornamelijk in de landbouw.

Op het eiland moeten volgens Markwat meer flexwoningen komen voor arbeidsmigranten. Dat is ook voor de andere inwoners het best, zegt hij. "Zo speel je ook woningen vrij voor de reguliere woningzoekenden."

Niet alleen Goeree-Overflakkee is enthousiast. Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zien veel wethouders in de flexwoningen een oplossing voor arbeidsmigranten.

In Nederland staan inmiddels ruim 34.000 flexwoningen in ruim 800 woonprojecten, blijkt uit cijfers van het Expertisecentrum Flexwonen. Soms zijn dat omgebouwde, leegstaande gebouwen, maar het overgrote deel bestaat uit nieuwe woningen. Ruim een op de vijf van deze projecten, nu 172, is bedoeld voor arbeidsmigranten.

Wat zijn flexwoningen?

Een flexwoning is in zijn geheel of in delen verplaatsbaar. Vaak zetten woningcorporaties de flexwoningen neer voor studenten, asielzoekers of gescheiden ouders. Maar er zijn ook bedrijven die zich op deze markt hebben gestort, bijvoorbeeld voor huisvesting van arbeidsmigranten.

Het kan gaan om omgebouwde kantoorpanden of oude gebouwen, maar ook woonflats of nieuwe woonwijken. De grotere nieuwbouw-flexwoningen komen vaak terecht op een stuk grond waarvan de gemeente weet dat er tien tot vijftien jaar nog geen bestemming voor is.

Overigens is het maar de vraag hoe tijdelijk de tijdelijke woningen zijn. Van ruim 10.000 flexwoningen, een derde van het totaal, is bij het Expertisecentrum Flexwonen niet bekend wanneer ze worden weggehaald. Nog eens 14.000 van de huidige woningen staan er volgens de planning na het jaar 2035 nog. En 9500 woningen moeten voor 2035 weg zijn, maar bij verschillende locaties wordt nu gesproken over verlenging.

Homeflex biedt alleen woningen aan, maar een aantal andere grote flexwoonbedrijven is ook actief in de uitzendbranche. Voor arbeidsmigranten regelen zij dus zowel het werk als de woning.

Afgelegen

Enthousiaste wethouders dus, maar het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is kritisch. "Het zijn vaak afgelegen locaties. Veel arbeidsmigranten maken lange dagen, dan kom je thuis en daar is dan niets te doen", zegt PBL-onderzoeker Dolly Loomans. "Normale dingen zoals boodschappen doen of naar de sportschool gaan, dat wordt dan lastig. Dat isoleert iemand en het maakt die persoon onzichtbaar."

Daarnaast zegt het PBL dat de flexwoningen de druk op de woningmarkt niet verminderen. "Dit is een tijdelijke oplossing voor een permanent probleem", zegt Loomans. Volgens het PBL is ongeveer de helft van de arbeidsmigranten na zes jaar nog steeds hier en moeten ze dus een leven opbouwen. "Dat is eigenlijk al decennia al zo. Al bij gastarbeiders bestond het idee dat mensen hier tijdelijk zijn, maar we zien aldoor dat mensen zich toch vestigen. Daar moet je rekening mee houden."

Wethouder Markwat van Goeree-Overflakkee wil eveneens dat er meer permanente nieuwbouwwijken komen, maar ook flexwijkjes voldoen volgens hem aan de behoefte van de tijdelijke werknemers. "De ambitie en behoefte van de arbeidsmigrant ligt veel meer bij de kwaliteit van de huisvesting dan bij het integreren in de samenleving."

Olietanker van schaduwvloot voer met vlag van Curaçao door Straat van Hormuz

1 month ago

Een olietanker met de vlag van Curaçao is eergisteren door de Straat van Hormuz gevaren. Dat blijkt uit een analyse van scheepsdata van website Marine Traffic door de NOS. Het is een van de weinige schepen die afgelopen dagen door de smalle zeestraat zijn gevaren.

Door de oorlog van Israël en de Verenigde Staten tegen Iran is de Straat van Hormuz een conflictgebied geworden. Als vergelding voor bombardementen in Iran valt dat land schepen aan op een van de belangrijkste scheepsroutes voor de wereldwijde olie- en gashandel.

Vorige maand voeren er nog dagelijks tussen de vijftig en tachtig schepen vol olie of vloeibaar gas door de Straat van Hormuz. Sinds het begin van het conflict is dat vrijwel stilgevallen.

Toch vaart er nog heel af en toe wel een schip over het smalste stuk zee tussen het Arabisch schiereiland en het Iraanse vasteland. De afgelopen zeven dagen maakten zeker 24 schepen de tocht, blijkt uit cijfers van Marine Traffic. Tien daarvan zijn gesanctioneerd of onderdeel van de schaduwvloot die Iran gebruikt om olie te verschepen.

Koninkrijksvlag

Een van die schepen vaart dus onder de vlag van Curaçao. Dat betekent normaal gesproken dat het schip ingeschreven is in het Curaçaose scheepsregister en met een vlag van het Koninkrijk der Nederlanden vaart.

Het gaat om de olietanker Lan Jing. Het schip vervoert al jaren ruwe olie van de Perzische Golf naar met name China en Singapore.

Ook woensdag zit de tanker weer volgeladen, als hij rond 03.00 uur 's nachts op de Straat van Hormuz afvaart.

Vlak voor de Lan Jing vaart dan een Thais schip dat van Dubai naar India probeert te komen. Rond 04.30 uur komt het Thaise schip stil te liggen, midden in de Straat van Hormuz. Later blijkt dat het geraakt is door een Iraanse aanval.

De Lan Jing kan ongehinderd passeren. Inmiddels koerst het ten zuiden van Pakistan.

Schaduwvloot

Dat het Thaise schip wel beschoten wordt en de Lan Jing door kan varen, heeft waarschijnlijk te maken met de opdrachtgevers. Het schip dat onder de vlag van Curaçao vaart, staat sinds oktober 2024 op de Amerikaanse sanctielijst omdat het Iraanse olie zou vervoerd hebben. Het schip heette toen nog de Wen Yao.

Vorig jaar ontdekten onderzoeksjournalisten van Follow the Money dat olietankers uit de schaduwvloot vaker onder de vlag van Curaçao varen. Dat is gek. Want in het scheepsregister van Curaçao stonden op dat moment helemaal geen tankers ingeschreven, zei toenmalig minister Van Weel in een antwoord op Kamervragen over het misbruik van de vlag. "Dat betekent dat alle tankers die momenteel rondvaren onder Curaçaose vlag frauduleus zijn."

NOS Economie