Overslaan en naar de inhoud gaan

PostNL wil pakketbezorgers rouwpost laten bezorgen

1 month ago

PostNL is van plan vanaf komende zomer de bezorging van rouwkaarten volledig door pakketbezorgers te laten doen. Momenteel bezorgen pakketbezorgers op maandagen al rouwpost, omdat brievenpost op die werkdag niet wordt bezorgd. Het besluit is nog niet definitief, het gaat om voorgestelde aanpassingen.

Vorig jaar besloot het kabinet dat PostNL langer over de bezorging van een brief mag doen. Vanaf 1 juli wordt dat twee dagen, het jaar daarna wordt het drie. Dat geldt niet voor rouwkaarten, die moeten nog zo snel mogelijk worden bezorgd.

"Dit gaat niet met één druk op de knop", zegt PostNL tegen de NOS. In de aanloop naar de nieuwe regelgeving wil de postdienst "noodzakelijke voorbereidingen" treffen. Of daardoor de werkdruk voor bezorgers hoger wordt, is de vraag. "We kijken altijd of we routes of wijken moeten aanpassen, hoe dan ook neemt de hoeveelheid pakketten altijd toe."

PostNL wil ook dat brievenbuspakketjes die snel geleverd moeten worden door pakketbezorgers worden rondgebracht.

Steeds meer pakketten, steeds minder brieven

Nederlanders versturen steeds minder post. In de afgelopen twintig jaar is de hoeveelheid post met 70 procent gedaald, zegt PostNL. Toch lukt het de postdienst de afgelopen jaren niet om aan de wettelijke bezorgplicht te voldoen. PostNL is nu nog verplicht 95 procent van de post die onder de Universele Postdienst (UPD) valt, in één dag te bezorgen.

Vorig jaar kondigde demissionair minister Karremans aan dat die regels versoepeld zouden worden. "We maken de regels voor de postbezorging iets ruimer, om ervoor te zorgen dat de postbezorging in heel Nederland blijft werken", zei de minister.

De toezichthouder Autoriteit Consument & Markt (ACM) waarschuwde eerder al dat de nieuwe regelgeving de betrouwbaarheid van de post weinig goed zou doen, omdat miljoenen brieven te laat zouden worden bezorgd.

Met de voorgestelde aanpassingen hoopt PostNL "op tijd klaar te staan voor de nieuwe situatie".

ING boekte in 2025 ruim 6 miljard winst, wel zorgen over aanhoudende onzekerheid

1 month ago

ING heeft het afgelopen jaar goed afgesloten. In 2025 werd een omzet behaald van 23 miljard, bijna 2 procent meer dan een jaar daarvoor. Daarvan bleef een winst van 6,3 miljard euro over. De winst lag iets juist lager dan in 2024.

De omzetgroei komt vooral doordat de bank meer heeft verdiend aan klanten die betalen voor een rekening bij ING. Daarnaast profiteerde de bank van de hoge rente. ING verdiende een stuk meer aan rente op leningen dan dat de bank hoefde uit te geven aan spaarders.

De grootste bank van Nederland wist ruim een miljoen klanten in Europa naar zijn betaalapp te lokken.

Onzekerheid

ING-topman Steven van Rijswijk is tevreden met het afgelopen jaar. De bank wijst op "voortdurende geopolitieke onzekerheid". Daarmee verwijst hij naar de spanningen tussen grote machts- en handelblokken wereldwijd.

Hoewel ING niet denkt dat die spanning zomaar is verdwenen, verwacht de bank ook in 2026 en 2027 goede resultaten. De Verenigde Staten blijft daarbij belangrijk. "Amerika is onderdeel van de wereldeconomie", zegt Van Rijswijk. "We blijven klanten ook daar helpen in tijden van grote onzekerheid. Dat is ons eerste belang. Niet of we wel of niet weggaan uit een bepaalde markt."

Meerdere keren waarschuwde De Nederlandsche Bank (DNB) ervoor dat Europese banken te afhankelijk zijn van Amerikaanse tech, zoals data-opslag bij grote Amerikaanse bedrijven zoals Microsoft, Alphabet (van Google) en Amazon.

Bij ING staan alle data grotendeels op eigen servers. "Maar laten we ons niet voor de gek houden", erkent Van Rijswijk. "Voor ons allemaal geldt, ook voor ING, dat we afhankelijk zijn van die Amerikaanse grote bedrijven."

Ontslagen

In oktober 2025 gaf ING aan dat er in Nederland mogelijk zo'n 950 banen dit jaar zouden verdwijnen in 2026. Of en wanneer dat precies gaat gebeuren is nog niet duidelijk. Vooralsnog verwacht ING niet dat het uiteindelijk om meer ontslagen gaat: "We zijn niet van plan om een grote herstructurering te gaan doen."

Wel zegt ING zich te blijven richten op digitale dienstverlening. "Dan kan het zijn dat ook de vorm van het personeelbestand verandert."

ING heeft nog altijd zaken lopen in Rusland. Een jaar geleden kondigde de bank de verkoop aan van het Russische deel van de bank, maar dat is nog niet gebeurd. Inmiddels is er wel een koper, zegt de bank, maar die zou nog geen toestemming hebben. ING gaat ervan uit dat de verkoop met verlies gepaard zal gaan.

Russische oliemaatschappij Lukoil verkoopt buitenlands deel vanwege sancties

1 month ago

De Russische oliemaatschappij Lukoil verkoopt zijn buitenlandse bezittingen aan de Amerikaanse investeringsmaatschappij Carlyle. In oktober kondigde Amerika sancties aan tegen Lukoil, vanwege de oorlog van Rusland in Oekraïne. Lukoil kreeg van de Amerikaanse overheid tot eind februari om zijn buitenlandse bezittingen te verkopen.

Eerder had Lukoil een deal over verkoop aan het Zwitserse oliehandelbedrijf Gunvor. Maar de regering-Trump ging niet akkoord en noemde Gunvor een marionet van het Kremlin. De nieuwe koper, Carlyle Group, is dus Amerikaans en investeert in allerlei bedrijven wereldwijd. In Nederland is Carlyle eigenaar geweest van lingerie-keten Hunkemöller.

De Amerikaanse autoriteiten moeten nog akkoord gaan met de nieuwe deal met Carlyle.

Tientallen tankstations

Lukoil heeft in Nederland naar eigen zeggen zo'n zeventig tankstations. Ook in andere Europese landen is het bedrijf actief, met tankstations en raffinaderijen. In Bulgarije is de grootste raffinaderij van Lukoil en heeft het bedrijf ook honderden tankstations.

Het Bulgaarse parlement had in november plannen om de controle van die raffinaderij over te nemen van Lukoil, om te garanderen dat die niet stil zou komen te liggen vanwege de sancties. Maar de president van Bulgarije hield dat toen tegen; het zou kunnen leiden tot grote schadeclaims van Lukoil.

Hoeveel Carlyle betaalt voor de buitenlandse bezittingen van Lukoil is niet bekendgemaakt. Volgens analisten zijn ze zo'n 18 miljard euro waard. De activiteiten van Lukoil in Kazachstan, een buurland van Rusland, zijn geen onderdeel van de deal.

Vraagtekens bij klimaatwinst Tata door miljardensubsidie Nederlandse Staat

1 month ago

Het is maar de vraag of de twee miljard euro groene subsidie die de Nederlandse Staat aan Tata Steel wil geven, daadwerkelijk leidt tot minder CO2-uitstoot. Jaren overleg tussen verschillende kabinetten en de staalfabriek over vergroening leidde afgelopen september tot een conceptakkoord met het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG).

De NOS sprak de afgelopen tijd met experts die grote vraagtekens hebben bij die afspraken. De kern van de kritiek: de deal leidt weliswaar tot minder CO2-uitstoot binnen Nederland, maar een deel van die uitstoot wordt verplaatst naar het buitenland. Ook zijn toekomstige vergroeningsplannen nog te onzeker om ze nu al voor waar te kunnen aannemen.

"Ik moet de berekeningen nog zien die bewijzen dat dit echt wat oplevert voor het klimaat," zegt een van de experts, de Tilburgse hoogleraar Herman Vollebergh. "Ik vind dat er niet overtuigend is aangetoond dat deze deal tot voldoende CO2-vermindering gaat leiden. Het is in ieder geval geen garantie."

De komende maanden worden details van de overeenkomst verder uitgewerkt. Het nieuwe kabinet zal daar dan weer over moeten beslissen.

Grootste uitstoter

Tata Steel is de grootste CO2-uitstoter van Nederland en verantwoordelijk voor bijna een kwart van de CO2-uitstoot van de Nederlandse industrie. Al die koolstofdioxide draagt bij aan de opwarming van de aarde. Als Nederland zijn eigen klimaatdoelen wil halen, zal de industrie flink moeten verduurzamen. In 2050 zou Nederland zelfs helemaal geen extra CO2 meer moeten uitstoten.

Om die uitstoot naar beneden te krijgen, probeerden de afgelopen kabinetten afspraken te maken met de grootste uitstoters. Vrijwel al die gesprekken zijn stukgelopen, maar met Tata Steel ligt er dus wel een concept. Een deal die geldt als de hoofdprijs, gezien het hoge CO2-aandeel van Tata. Het kabinet hoopt met de deal ook het bedrijf in Nederland te houden, en de leefomgeving gezonder te maken voor omwonenden.

Tata wil in 2045 volledig klimaatneutraal zijn, onder meer door over te schakelen van kolen op aardgas en daarna van aardgas naar groen gas. Beide overgangen zijn discutabel, zeggen experts.

Amerikaans schaliegas

Zo is de wereld veranderd sinds de politiek gesprekken begon met de industrie over aardgas. De gaskraan in Groningen is dichtgedraaid en de verwachting is dat de Europese gasmarkt zal worden overspoeld met Amerikaans gas.

Dat Amerikaanse gas is echter veel vervuilender. Bij de winning van Amerikaans schaliegas lekt veel methaan weg, een broeikasgas dat 25 keer zo sterk kan zijn als CO2. Een adviescommissie die in opdracht van het ministerie keek naar de afspraken met Tata Steel schreef al dat de wereldwijde uitstoot zal toenemen bij een grotere afhankelijkheid van Amerikaans gas.

Methaanexpert Thomas Röckmann van de Universiteit Utrecht kijkt daarom met verbazing naar de Nederlandse keuze. "Milieumaatregelen bij gasproductie en het toezicht erop worden wereldwijd steeds meer geschrapt. Wat dat betreft kun je vraagtekens zetten bij de klimaatwinst als je overstapt van kolen naar gas."

'Papieren werkelijkheid'

Tata Steel en het ministerie van KGG zeggen dat ze geen eisen kunnen stellen aan waar het gebruikte gas vandaan komt, want het is een groothandelsmarkt. Volgens beide partijen valt het niet op voorhand te zeggen dat Tata Steel gas zal krijgen uit het buitenland, en ook niet uit welk specifiek land dat zal zijn. Daarnaast komt ook bij het winnen van kolen methaan vrij.

Röckmann pleit er daarom voor dat goed in beeld wordt gebracht tot hoeveel uitstoot gaswinning leidt. "Ik vind het niet verstandig om twee miljard belastinggeld te investeren als je niet heel goed monitort hoe groot de methaanlekkages zijn bij het gas dat je gebruikt."

Voor de Nederlandse klimaatdoelen zou deze deal wel winst zijn, want de uitstoot op Nederlandse bodem daalt wel. Maar dat is een papieren werkelijkheid, zeggen de experts, CO2 houdt namelijk niet bij de landsgrenzen op.

In een reactie wijst KGG erop dat bij dit soort afspraken tussen de overheid en vervuilende bedrijven altijd alleen wordt gekeken naar uitstoot die plaatsvindt bij het bedrijf in kwestie. "Omdat we daar directe invloed op hebben. Uitstoot elders is ook belangrijk, maar die ontstaat vaak bij andere bedrijven waarmee wordt samengewerkt."

Overstap naar groen gas

Op den duur is het plan dat Tata helemaal geen aardgas meer gebruikt, maar overstapt op groen gas. Dat is bijvoorbeeld gemaakt uit afval of mest. Ook daarover zijn zorgen.

Op dit moment is de markt voor groen gas nog lang niet groot genoeg om Tata volledig van groen gas te voorzien. Tata zelf zegt dat dit kan op het moment dat het "beschikbaar is op grote schaal". Het bedrijf heeft 1,5 keer zoveel nodig als wat er nu al in Nederland beschikbaar is. En ook andere bedrijven staan in de rij, zeggen de experts.

De zorg is dat rond 2035, als Tata de overstap wil maken, er nog steeds enorme tekorten en dus hoge prijzen zijn. De adviescommissie schreef eerder al dat daar serieuze risico's aan kleven. "Tata blijft dan langer dan gepland afhankelijk van aardgas."

Versnellen

Maar, zeggen zowel Tata als KGG en een aantal experts, de (enorme) vraag van Tata naar groen gas kan ook een impuls geven aan de markt. Tata: "Onze langjarige contracten helpen bij investeringsbeslissingen." Hoeveel groen gas Tata moet afnemen, moet nog worden uitgewerkt in de definitieve afspraken. Ook zijn er volgens het ministerie Europese investeringen en aankomende Nederlandse wetgeving die dit proces gaan versnellen.

Hoogleraar Vollebergh denkt dat ook het gebruik van gas op lange termijn niet houdbaar is voor Tata Steel. "Het zal denk ik overal gaan uitlopen op elektrificatie. Dan zou je toch willen dat we daarmee opschieten en niet eerst miljarden investeren in een tussenfase met gas en dan alsnog naar elektrificatie overstappen."

Een nieuwe minister zal het komende jaar de knoop moeten doorhakken.

19.000 jonge werkzoekenden interessant voor defensie, zegt UWV

1 month ago

Als defensie snel wil groeien, is het de moeite waard om goed te kijken naar de groep werkzoekenden onder de 35 jaar. Dat stelt een rapport van uitkeringsinstantie UWV.

19.000 jonge werkzoekenden kunnen volgens het UWV iets betekenen voor defensie. Vooral bij ondersteunende functies in de logistiek, zorg en techniek zouden de werkzoekenden en defensie elkaar goed moeten kunnen vinden.

Wat het aantrekkelijk kan maken, is dat defensie voor uiteenlopende ondersteunde functies een opleiding aanbiedt. Die opleiding volg je terwijl je werkt.

Ondersteuning

Defensie wil het personeelbestand laten groeien van 80.000 naar 100.000 in 2030 en op termijn zelfs naar 200.000 mensen. Daarom onderzocht het UWV wat de werkzoekenden die bij hen bekend zijn kunnen betekenen. Het UWV keek naar werkzoekenden onder de 35 jaar, met of zonder uitkering.

De conclusie is dat een brede groep van 19.000 werkzoekenden een achtergrond of interesse hebben die aansluit bij een defensiefunctie. Het UWV weet ook waar deze werkzoekenden naar kijken en of dit mogelijk matcht met waar defensie naar op zoek is.

"Dan moet je denken aan ondersteunende, militaire functies", zegt UWV-onderzoeker Stef Molleman. "Denk aan bouwpersoneel voor bruggen en uitkijktorens, monteurs voor onderhoud van voertuigen, verpleegkundigen en en operatieassistenten."

Bij defensie vallen dit soort functies onder de ondersteunende diensten van de krijgsmacht, waarmee ze als militaire functies worden aangeduid. Burgers, niet-militaire functies bij defensie zoals ICT, administrateurs en inkopen, worden veel minder gezocht.

Vaardigheid vs. opleiding

Bij veel van deze ondersteunende taken kan je aan de slag terwijl je ook binnen defensie wordt opgeleid. Het UWV ziet dat als een voordeel voor deze groep. Het zou een drempel wegnemen, omdat er voor sommige functies geen opleidingseisen zijn. Een deel van deze werkloze jongeren heeft nog geen afgeronde opleiding of geen ruime werkervaring.

Het UWV heeft de indruk dat ook werkzoekenden vaker overwegen om bij defensie aan slag te gaan dan voor de Russische inval in Oekraïne. "Afgelopen jaar zijn duizend werkzoekenden bij defensie terechtgekomen", zegt Molleman, "Het is een stukje van de puzzel."

Defensie heeft verschillende campagnes lopen om jong personeel binnen te halen. Zo kunnen jongeren kennismaken met de krijgsmacht via het dienjaar. Daarnaast zijn een werkstudentprogramma en een nieuwe mbo Veiligheid in trek. Ook is er onlangs een traject gestart voor het opleiden van reservisten.

Krapte

Begin 2022, voor het begin van de oorlog in Oekraïne, was defensie met 67.400 mensen een stuk kleiner. Ook buiten defensie wordt gezocht naar personeel op het gebied van logistiek, zorg en techniek. "Dat raakt een dilemma", zegt Molleman, "Er ligt een veiligheidsopgave. Defensie heeft veel personeel nodig. Dat raakt de samenleving."

Defensie zegt dat op te lossen door veel te werken met reservisten. Zij trainen regelmatig, maar hebben daarnaast een andere baan. Alleen als het nodig is, worden ze ingezet voor bijvoorbeeld het bewaken van havens en luchthavens of hulp bij rampen.

Inderdaad wordt een groot deel van de groei bij defensie momenteel verklaard door reservisten. Vorig jaar kwamen er zo'n 1400 reservisten bij, wat ongeveer een kwart van de totale groei verklaarde van het personeelsbestand.

Personeel universitaire ziekenhuizen krijgt 7 procent salarisverhoging

1 month ago

Werknemers van universitaire ziekenhuizen gaan de komende jaren 7 procent meer salaris verdienen. Dat is de uitkomst van de cao-onderhandelingen tussen de vakbonden FNV, CNV en NU'91 en de ziekenhuizen.

De eerste verhoging van 3,5 procent komt in juli van dit jaar; de resterende 3,5 procent volgt in mei 2027. Naast de salarisverhoging krijgen de zorgmedewerkers voortaan ook meer toeslag voor onregelmatig werken, bijvoorbeeld op zaterdagochtend en tijdens de jaarwisseling.

Daarnaast gaat de reiskostenvergoeding met 3 cent per kilometer omhoog en is er geen minimale afstand van zeven kilometer meer. Stagiairs krijgen een betere vergoeding en gaan 500 euro verdienen, 80 euro meer dan nu.

Verder zijn er nieuwe afspraken gemaakt over veiligheid. Zo hoeven medewerkers niet langer hun naam te dragen op hun werkkleding, om zo stalking en doxing te voorkomen. Ook komt er ruimte voor maatwerkafspraken bij hormoongerelateerde problematiek, zoals menstruatieklachten.

Zeven UMC's

De nieuwe cao gaat met terugwerkende kracht vanaf 1 januari in en geldt voor ongeveer 80.000 werknemers. De huidige cao liep afgelopen december af. De leden van de vakbonden moeten nog instemmen met hun nieuwe arbeidsvoorwaarden.

Nederland telt zeven universitaire ziekenhuizen (UMC's): het Amsterdam UMC (VUmc en AMC), het Universitair Medisch Centrum Groningen, het Leids Universitair Medisch Centrum, het Maastricht UMC+, het Radboudumc in Nijmegen, het Erasmus MC in Rotterdam en het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Voor niet-universitaire ziekenhuizen geldt een andere cao.

Grootste pensioenfondsen verhogen uitkeringen

1 month ago

Dit jaar gaan gepensioneerden van de vijf grootste pensioenfondsen er financieel op vooruit. De fondsen kunnen de pensioenen verhogen omdat ze er goed voor staan. Dat komt mede door de stijgende rente.

Bij alle vijf kwam de dekkingsgraad het afgelopen jaar uit boven de 100 procent. Dat betekent dat ze voldoende geld hebben om alle pensioenuitkeringen nu en in de toekomst te kunnen uitbetalen. Hoe hoger de dekkingsgraad, hoe meer ruimte in de toekomst om de pensioenen te verhogen.

Pensioenverhoging

Gepensioneerden van ambtenarenfonds ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, krijgen een verhoging van 2,8 procent. Het pensioenfonds Zorg & Welzijn (PFZW), met bijna 3 miljoen deelnemers, laat de pensioenen zelfs met ongeveer 12 procent stijgen. Hoe dit per persoon uitpakt, weten ze over een paar maanden. Dan krijgt iedereen een brief met de definitieve berekening.

PFZW is een van de fondsen die dit jaar zijn overgestapt naar de vernieuwde pensioenregeling. In de nieuwe regeling worden pensioenen op een andere manier opgebouwd en berekend. Waar voorheen het vermogen van het pensioenfonds in één grote pot zat, krijgt voortaan iedereen binnen het fonds een eigen pensioenpotje. De resultaten op de beurs hebben invloed op de omvang van dat potje.

"We snappen dat het voor onze deelnemers en pensioengerechtigden spannend is", zegt bestuursvoorzitter Joanne Kellerman van PFZW. "Ze moeten allemaal mee uit het vertrouwde stelsel naar een nieuw pensioenstelsel dat zich nog moet bewijzen."

Stabiliteit

Het afgelopen jaar kende ook een periode van onrust voor de pensioenfondsen. Met de invoerheffingen van president Trump was er veel beweging op de beurs. "Al met al ontbreekt het aan stabiliteit", zegt voorzitter Alae Laghrich van metaalfonds PME.

Volgens hem is het moeilijk in te schatten of die stabiliteit terugkeert. Het fonds wil vooral houvast bieden. "In deze tijden is dat belangrijker dan ooit." Dit jaar gaan PME-deelnemers er in ieder geval met 2,8 procent op vooruit.

Omzet van luxe modesector onder druk: 'Mensen houden hand op de knip'

1 month ago

Christian Dior, Louis Vuitton, Hermès en Chanel: alle toonaangevende modehuizen laten deze weken in Parijs hun haute-couture- of mannencollecties zien. Maar achter al die pracht en praal is het onrustig in de luxesector.

Louis Vuitton Moët Hennessy (LVMH), het Franse moederbedrijf van onder meer Louis Vuitton en Tiffany, draaide vorig jaar minder omzet, zo bleek uit de jaarcijfers. Ook het luxeconcern Kering, eigenaar van Gucci en Yves Saint Laurent, noteerde in het derde kwartaal van vorig jaar een omzetdaling van 10 procent.

Frédéric Grangié, hoofd sieraden en horloges bij Chanel, waarschuwde in 2024 al voor een lange crisis in de modewereld, veroorzaakt door onder meer "luxevermoeidheid". Wat is de oorzaak?

Chinese afkeer

De luxesector zit inderdaad in een terugval sinds corona, toen consumenten meer te besteden hadden, zegt Ward van der Stee, sectoranalist bij ABN Amro. "Door de stijgende prijzen en inflatie in Europa zijn consumenten voorzichtiger geworden met hun uitgaven."

Ook de geopolitieke spanningen op het wereldtoneel en de dreigementen van president Trump om importheffingen op te leggen of Groenland in te lijven, spelen een rol. "Mensen houden hun hand op de knip; dat zien we terug in hoge spaarcijfers", zegt Van der Stee. "Dat zet een rem op duurdere aankopen."

Volgens retailspecialist Dirk Mulder van ING is behalve de VS en Europa ook China een belangrijke afzetmarkt voor luxemerken, maar ook daar zijn consumenten terughoudender. "Het werd gezien als groeiregio, maar die groeit toch minder hard dan gehoopt."

Dat komt volgens hem onder meer door de handelsoorlog tussen de VS en China. Een andere factor is regelgeving van de Chinese overheid, die consumenten aanmoedigt om steeds meer producten binnen China te kopen.

Van der Stee wijst erop dat Chinese consumenten steeds meer afkeer hebben van Europese en Amerikaanse producten vanwege recente handelsmaatregelen. "Daarnaast worden Chinese producten, denk aan elektrische auto's, steeds beter."

Ben Wubs, hoogleraar Internationale Bedrijfsgeschiedenis, doet onderzoek naar conglomeraten zoals LVMH. Hij zegt dat de luxeconcerns in Europa sinds eind jaren 80 enorm zijn gegroeid door de afzetmarkten in Azië, maar dat het tij nu langzaam begint te keren.

"Chinese luxury groeit", zegt hij. 'Er komen steeds meer Chinese merken in het hoge segment bij die hun eigen markt bedienen en geen belang hebben bij export." Denk bijvoorbeeld aan Songmont, een Chinees luxemerk dat tassen verkoopt vanaf 173 euro, in plaats van 1750 euro voor een instapmodel Hermès-tas.

Rijken worden rijker

Bregje Lampe, hoofd Fashion & Branding bij het Amsterdam Fashion Institute (AMFI), ziet dat de prijzen van luxemerken enorm zijn gestegen, maar dat dit niet betekent dat de kwaliteit er ook op vooruit is gegaan.

"Er is een race to the bottom gaande. Alles moet steeds meer. Er worden zo veel modeproducten en collecties gemaakt en (online) content geproduceerd, dat er steeds minder beklijft."

Bovendien slinkt het imago van luxeproducten doordat ze niet langer exclusief of bijzonder zijn. "Het wordt steeds meer een massaproduct. En de marges staan onder druk. Aandeelhouders willen bepaalde winstmarges en om die te bereiken, worden concessies gedaan op het gebied van kwaliteit, zoals aan de stof, of aan de manier waarop het wordt geproduceerd."

Mensen worden weliswaar elk jaar rijker, maar de prijzen van designerproducten zijn zo enorm gestegen dat ze voor een grote groep nog steeds onbereikbaar blijven, aldus Lampe.

Lampe ziet ook dat er steeds meer kritiek en 'tegenbewegingen' tegen luxe ontstaan. Zo ontstond afgelopen zomer enorme ophef toen bekend werd dat LVMH-merk Loro Piana zijn kasjmier truien liet maken in een Chinees atelier in de buitenwijken van Milaan, waar illegale arbeiders 90 uur per week werkten.

"Er is een groeiend besef dat luxemerken ook bijdragen aan een vervuilende en mensonterende industrie. Kortom: wat zij symboliseren, is niet per se wat mensen willen uitstralen." Vooral de jongere generaties keren zich hiertegen en hebben een voorkeur voor het zelf maken van spullen of het hergebruiken van kleding, zegt ze. "Luxemerken voldoen dan niet aan de behoefte."

Rustiger vaarwater

Volgens retaildeskundige Mulder heeft de luxesector wel vaker te maken met pieken en dalen. Zo had Burberry het een jaar geleden moeilijk, maar het merk is langzaam weer aan het opklimmen en zichzelf aan het herdefiniëren. 'Hoewel de rendementen van modehuizen teruglopen, is er op dit moment geen luxemerk dat op omvallen staat."

Hij is ervan overtuigd dat luxe altijd wel iets is wat mensen blijven kopen. "Als de onzekerheid in de wereld afneemt, zoals de oorlog in Oekraïne, de handelstarieven en de inflatie, zal je wereldwijd herstel zien."

Bijna 10 miljard euro winst en toch 1700 banen weg bij ASML: hoe kan dat?

1 month ago

Het is record op record bij ASML, de Brabantse maker van chipmachines. In 2025 boekte het bedrijf een recordomzet (bijna 33 miljard euro), een recordwinst (bijna 10 miljard euro) en er is voor een recordbedrag aan nieuwe machines besteld (28 miljard euro). Toch verdwijnen er 1700 banen, zo werd vandaag bekend. Hoe kan dat?

Het is een dubbele boodschap die de top van ASML vandaag aan zijn medewerkers presenteert. Aan de ene kant heeft het bedrijf er een "heel, heel, heel goed jaar" op zitten. Ook in 2026 en de jaren daarna verwacht het bedrijf te groeien.

Aan de andere kant kondigt het bedrijf een reorganisatie aan. "Niet omdat we in de problemen zitten of geld moeten besparen", zegt ASML-topman Christophe Fouquet. Nee, de banen moeten weg omdat ASML denkt dat ze op de lange termijn niet zullen helpen, maar juist in de weg staan.

Te veel leidinggevenden

ASML is een van de grootste bedrijven van Europa. Het bedrijf maakt machines waarmee andere bedrijven chips kunnen maken. Die machines staan in fabrieken van grote chipmakers zoals TSMC (uit Taiwan) en Intel (uit de Verenigde Staten). Die chips uit die fabrieken komen uiteindelijk terecht in allerlei apparaten, zoals smartphones en auto's.

Omdat er steeds meer chips nodig zijn, zijn er ook steeds meer chipmachines nodig. Daardoor groeide ASML de afgelopen jaren flink. In die periode heeft het bedrijf steeds meer leidinggevenden aangenomen, zegt de ASML-top. Dat zijn mensen die zich met allerlei projecten bezighouden.

Het gevolg: de technische mensen op de vloer moeten steeds vaker rapporteren aan al die leidinggevenden. "De ingenieurs zijn 20 tot 30 procent van de tijd kwijt met vergaderingen en praten met verschillende managers."

Als je bij ASML aan een chipmachine of onderdeel daarvan werkt, heb je contact met meerdere leidinggevenden. "Die sturen je allemaal een verschillende kant op", zegt Fouquet. "Als we daarmee stoppen, is er meer ruimte om daadwerkelijk dingen te maken."

'Moeilijk en pijnlijk'

En dus komt de ASML-top vandaag met een "moeilijke en pijnlijke beslissing": 3000 leidinggevende functies verdwijnen, van de in totaal 4500 leidinggevenden die betrokken zijn bij het bouwen van de chipmachines. Het bedrijf verwacht dat 1400 daarvan bij ASML kunnen blijven. Niet meer als leidinggevende, maar wel als technicus.

Van de overige 1600 leidinggevenden gaat het bedrijf afscheid nemen. En ook op de IT-afdeling verdwijnen honderd van dit soort banen. In totaal zegt ASML dus tegen ongeveer 1700 mensen: wij groeien door, maar zonder jou.

En dat is zuur, vindt Arjan Huizinga van vakbond CNV. Want ASML komt vandaag met twee boodschappen: er komt meer geld binnen dan ooit, en toch moet het bedrijf mensen ontslaan. "Dat is het meest ongelukkige moment dat je kan kiezen."

"Zeker voor de mensen die hier straks door geraakt worden. Zij hebben hun ziel en zaligheid voor dit bedrijf gegeven." Huizinga wil dat er voor deze mensen een goede vertrekregeling komt. ASML zegt snel in gesprek te willen met de vakbonden, zodat de medewerkers rap weten waar ze aan toe zijn.

Ambitie op lange termijn blijft

Juist dat ASML de afgelopen jaren zo groeide, verklaart waarom er ook steeds meer leidinggevenden kwamen, zegt financieel topman Roger Dassen. "We maken meer machines en de machines worden ingewikkelder. Die leidinggevenden hadden we nodig om dat allemaal in goede banen te leiden."

"Maar op een gegeven moment trokken we de conclusie dat het te ingewikkeld was geworden." Het slechtste wat een bedrijf op dat punt kan doen, is ontkennen dat er een probleem is, zegt hij. Op de lange termijn is dit volgens de top van ASML dus het beste voor het bedrijf.

Het had niet zover hoeven komen, zegt Huizinga van vakbond CNV. "Als ze zich dit eerder hadden gerealiseerd, was de pijn veel kleiner. Dan had ASML minder leidinggevenden aangenomen. En hadden ze nu dus ook minder mensen hoeven ontslaan." Toch denkt ook hij dat de beslissing op de lange termijn het beste is voor ASML.

Want ASML verwacht de komende jaren te blijven groeien. Daarvoor is meer technisch personeel nodig. Het bedrijf sprak eerder de verwachting uit dat de omzet in 2030 uitkomt op 44 tot 60 miljard euro. Dat laatste bedrag zou bijna een verdubbeling zijn van nu. Die plannen blijven staan, ondanks of misschien wel dankzij, de reorganisatie van dit jaar.

Noot van de redactie

In een eerdere versie van dit artikel stond dat ASML over 2025 een winst had geboekt van 17 miljard euro. Dat is onjuist. Het is bijna 10 miljard. Dat is hierboven aangepast.

Dollar krijgt flinke klap en blijft dalen: goed voor de export, maar niet zonder risico's

1 month ago

De dollar zit al ruim een jaar in een vrije val. Bij de terugkeer van president Trump in het Witte Huis een jaar geleden was een dollar net iets minder dan 1 euro waard, inmiddels is dat nog zo'n 84 eurocent. Gisteren daalde de waarde in een dag tijd nog eens met 1,1 procent, waardoor de dollar op het laagste niveau sinds de zomer van 2021 is beland.

Daarmee krijgt president Trump zijn zin. Hij wil juist dat de dollar goedkoper wordt, zodat de VS meer kan exporteren. "Het klopt dat op korte termijn de Amerikaanse economie zeker wordt gestimuleerd", zegt macro-econoom Edin Mujagić daarover.

"Maar Trump vergeet dat dit op de lange termijn negatieve effecten kan hebben." Door de zwakke dollar kan op lange termijn namelijk de inflatie een stuk verder stijgen.

Trendbreuk

"Dit is echt een forse daling als we het over wisselkoersen hebben", zegt Mujagić. "Sinds Trump hebben we het een enkele keer eerder gezien, maar als je verder terugkijkt komt dit voor de 'veilige' dollar niet vaak voor."

Voorgangers van Trump benadrukten altijd dat een sterke dollar in het belang is van de Verenigde Staten. "Nu Trump juist zegt dat hij een zwakkere dollar wil is dat echt een trendbreuk", aldus Mujagić.

Zowel de geopolitieke onrust als spanningen in het land leiden ertoe dat de Amerikaanse munt waarde verliest ten opzichte van de euro. "Trump kan de dollarzwakte niets schelen", zegt hoogleraar aan de Erasmus school of Economics, Ivo Arnold.

Door de zwakke dollar kan Amerika goedkoper exporteren. Landen hebben namelijk minder euro's nodig om Amerikaanse spullen te kopen. De export van Amerikaanse producten stijgt daardoor, en wakkert de economische groei voor de VS aan.

Voor de Europese Unie kan een zwakke dollar op langere termijn gevolgen hebben voor de export naar de VS. Het is voor bedrijven duurder om hun producten te exporteren, al is dat nu nog niet aan de orde, zegt Arnold.

Midterms

"Deze klap geeft aan hoe zenuwachtig de markt is over het financiële beleid van de Verenigde Staten." Trump wil ervoor zorgen dat de economie in zijn eigen land goed blijft draaien, en lijkt geen oog te hebben voor het oplopen van de inflatie, zegt Arnold.

Het benadrukt volgens hem het kortetermijndenken van Trump. "Zijn prioriteit lijkt nu echt te liggen bij een goede economie voor de komende midterm-verkiezingen". De tussentijdse verkiezingen voor het Congres zijn 3 november, maar gisteren trapte de president zijn campagne al af.

De focus ligt dit keer op de in zijn ogen goedlopende binnenlandse economie. In Iowa had hij het over "de exploderende economische groei die geen andere president ooit heeft kunnen realiseren."

Safe haven

Internationale beleggers kijken daarentegen met grote zorg naar de Amerikaanse economie. "Het beleid van Trump is heel destructief en onvoorspelbaar". Met die onvoorspelbaarheid houden internationale beleggers rekening, en dat zien we nu terug in een zwakkere dollar, zegt Arnold.

Nu de onrust over de dollar groter wordt, kijken beleggers naar andere 'veilige havens' om hun geld in te stoppen. Ze verwachten dat hun geld daar zijn waarde behoudt of in waarde stijgt in tijden van onzekerheid. "Op dit moment zijn dat onder andere de Zwitserse frank en goud, voorheen was ook de dollar zo'n bekende safe haven maar dat is nu veranderd", aldus de hoogleraar.

Vorige week bleek dat pensioenfonds ABP Amerikaanse staatsleningen heeft afgebouwd. Dat zegt iets over het gebrek aan vertrouwen in de financiële stabiliteit van de VS.

Spanningen

Naast de geopolitieke spanning heerst er in het binnenland onrust onder investeerders over wie de president zal benoemen als nieuwe voorzitter van de Amerikaanse centrale bank (Fed). In mei verloopt de termijn van huidig Fed-baas Jerome Powell, met wie Trump in conflict is geraakt.

Trump wil dat Powell de rente sneller verlaagt. Een lagere rente maakt het lenen van geld goedkoper en stimuleert de economie. Op korte termijn kan zo'n verlaging economische groei opleveren, maar op langere termijn kan die de inflatie verder aanjagen, wat de Fed wil voorkomen.

Powell blijft herhalen dat de Fed onafhankelijk van de politiek keuzes maakt, en dat het zijn taak is om de prijzen stabiel te houden. Vandaag maakt de Amerikaanse centrale bank zijn nieuwe rentebesluit bekend. Er wordt verwacht dat deze ongewijzigd blijft, wat de spanning met het Witte Huis zal versterken.

Webgigant Amazon schrapt nog eens 16.000 banen

1 month ago

Bij webwinkel Amazon moet opnieuw een groot aantal medewerkers vertrekken. Het concern wil 16.000 functies schrappen. Dat komt bovenop een ontslagronde van 14.000 banen die Amazon in oktober al had aangekondigd.

Amazon wil naar eigen zeggen de bureaucratie binnen het bedrijf tegengaan. Bij het concern werken wereldwijd bijna 1,6 miljoen mensen. Vooral managementfuncties moeten verdwijnen.

In een persbericht zegt het bedrijf dat Amerikaanse medewerkers negentig dagen de tijd krijgen om een nieuwe rol binnen Amazon te vinden. Wie daar niet in slaagt, krijgt hulp om een nieuwe baan te vinden, belooft het concern.

Kunstmatige intelligentie

Amazon investeerde in de coronacrisis flink in extra personeel, in de verwachting dat online winkelen harder zou groeien. Inmiddels steekt het bedrijf veel geld in kunstmatige intelligentie.

Het is niet duidelijk of de ontslagronde ook buiten de Verenigde Staten gevolgen heeft. Afgelopen najaar kondigde Amazon aan 1,4 miljard euro te investeren in Nederland. Daarmee wil de webwinkel de concurrentie met Nederlandse spelers als Bol, CoolBlue en Wehkamp winnen.

Beth Galetti, directeur personeelszaken, belooft in een op de website gepubliceerde mail aan medewerkers dat zij niet om de paar maanden nieuwe ontslagrondes zal aankondigen. Ze voegt daaraan toe dat verschillende afdelingen binnen het bedrijf regelmatig worden getoetst op de manier waarop er wordt gewerkt. "Dat is belangrijk in een wereld die sneller dan ooit verandert", zegt Galetti.

ASML had een recordjaar, maar gaat toch 1700 mensen ontslaan

1 month ago

Chipmachinefabrikant ASML heeft vorig jaar zijn beste jaar tot nu toe gedraaid en voor dit jaar rekent het bedrijf uit Veldhoven zelfs op een nog beter jaar. Toch moeten bij ASML de komende periode naar verwachting 1700 banen verdwijnen, meldt het bedrijf bij de bekendmaking van de jaarcijfers over 2025.

De banen verdwijnen voornamelijk in Nederland, schrijft de directie in een mail naar zijn medewerkers. Bij ASML werken momenteel 43.520 fulltimers. De reorganisatie is volgens het bedrijf nodig om verder te kunnen groeien.

"Vooral onze ingenieurs hebben aangegeven dat ze hun tijd willen besteden aan technologie, zonder gehinderd te worden door trage processen. Ze willen de dynamische cultuur terug die ons zo succesvol heeft gemaakt", aldus de directie.

Over 2025 boekte ASML een nettowinst van 9,6 miljard euro, op een omzet van 32,7 miljard euro. Voor volgend jaar rekent het bedrijf op een verdere groei van de omzet, tussen de 34 en 39 miljard euro.

Gevuld orderboek

Dat komt doordat het orderboek van ASML flink is gevuld. In de laatste drie maanden van vorig jaar plaatsten klanten voor ruim 13 miljard aan bestellingen bij het concern. Dat is bijna het dubbele van dezelfde periode in 2024. Volgens ASML hebben bedrijven hoge verwachtingen van kunstmatige intelligentie.

Omdat het een jaar tot anderhalf jaar kan duren voordat de bestellingen geleverd worden, tellen die nog niet mee in de omzet van het bedrijf. Toch is het een goede manier om te kijken hoe het bedrijf het het komende jaar gaat doen. In 2025 kreeg ASML voor een recordbedrag aan bestellingen binnen: 28 miljard euro.

ASML maakt machines waarmee chips kunnen worden gemaakt. Dat zijn ingewikkelde machines waarvan de kosten kunnen oplopen tot honderden miljoenen euro's. De bedrijven die deze machines kopen, zijn chipmakers, zoals TSMC, Intel en Samsung. De chips die zij maken, komen uiteindelijk terecht in allerlei elektronica, zoals in smartphones en datacenters.

Technologie stroomlijnen

Bij het bericht over de jaarcijfers schreef ASML vanmorgen dat het zich wil richten op de "ontwikkeling en innovatie van belangrijke onderdelen van het bedrijf". ASML zegt dat de ontslagen vallen in de managementlagen. "De komende weken zullen we nauw samenwerken met onze sociale partners in Nederland om de intentie en omvang van deze veranderingen te bespreken", aldus ASML.

Door de veranderingen denkt het bedrijf meer en beter te kunnen innoveren. "Dat zal leiden tot verdere, verantwoorde groei voor ASML en alle belanghebbenden." Door de ontwikkeling van nieuwe machines en bijbehorend onderhoud ontstaan er weer nieuwe functies voor bijvoorbeeld productie, klantenservice en verkoop, verwacht het bedrijf.

Vakbond CNV zegt de groeiplannen van ASML "niet te kunnen rijmen" met de ontslagronde. Onderhandelaar Arjan Huizinga zegt snel te willen praten met het bedrijf over een sociaal plan. Dat is er nu niet, stelt hij: "Medewerkers voelden nooit de noodzaak daarvoor, omdat het zo goed ging. Er was geen enkele reden om aan te nemen dat het florerende ASML zou gaan reorganiseren."

Vakbond De Unie noemt de ontslagronde in een tijd waarin het financieel nog nooit zo goed ging "een hard gelag". Onderhandelaar Sjerp Holterman vindt het wel lastig om een oordeel te geven. Hij wacht nog op meer duidelijkheid over de plannen.

Belangrijk voor Nederland

ASML is een van de grootste bedrijven van Europa. Vanwege de miljardenomzet is het een belangrijke speler voor de Nederlandse economie: als het goed gaat met ASML levert dat andere bedrijven bijvoorbeeld ook weer werk op.

Aandeelhouders worden door de grote winst getrakteerd op een flink hogere winstuitkering, van 7,50 euro per aandeel. Daarbij gaat het bedrijf tot eind 2028 voor 12 miljard euro aan eigen aandelen inkopen. Daardoor hoeven beleggers de winst straks met minder andere aandeelhouders te delen. Op de beurs in Amsterdam opende het aandeel vanochtend in de plus.

Uitzendbranche wordt steeds minder Nederlands, veel andere Europeanen

1 month ago

De uitzendbranche bestaat voor een steeds groter deel uit mensen die in het buitenland zijn geboren. Dat ziet het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat keek naar nieuwe cijfers uit 2024.

In 2010 bestond de branche nog voor ruim een kwart uit buitenlanders; inmiddels is dat ruim 44 procent. Het gaat bijvoorbeeld om uitzendkrachten en mensen die op kantoor bij een uitzendbureau werken.

Onder uitzendkrachten zelf ligt dat percentage nog wat hoger; meer dan de helft (52,4 procent) van de 407.000 uitzendbanen ging naar mensen die niet in Nederland zijn geboren.

Krapte arbeidsmarkt

"Dat heeft alles te maken met de krapte op de arbeidsmarkt", zegt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het statistiekbureau. Het lukt werkgevers maar niet om vacatures te vullen.

Vaak gaat het om werk dat Nederlanders zelf niet willen doen, ziet hij. "Bijvoorbeeld banen in de landbouw, distributiecentra en de industrie. Nederlandse werknemers zijn vaak te hoog opgeleid voor de beschikbare banen, dus werkgevers moeten dan toch in het buitenland zoeken."

Midden- en Oost-Europa

Mensen uit andere Europese landen zijn juist wel te porren voor het doorgaans ongeschoolde werk. "De lonen in Oost-Europa liggen vaak lager, waardoor het voor mensen aantrekkelijker is om hier te komen werken." De meeste van de uitzendkrachten zijn korter dan twee jaar geleden in Nederland komen wonen.

De meeste uitzendkrachten komen uit Europa. Polen gaat aan kop met zo'n 82.500 uitzendkrachten. Daarna volgen Roemenië, Oekraïne en Bulgarije; die landen waren samen goed voor ongeveer 66.000 banen. Uitzendkrachten van buiten Europa vervulden ruim 20.000 banen in Nederland.

Minder omzet en winst moederbedrijf Louis Vuitton

1 month ago

Het Franse luxeconcern Louis Vuitton Moët Hennessy (LVMH) zag zijn jaaromzet in 2025 met 5 procent dalen naar 80,8 miljard euro. De winst kwam uit op 10,9 miljard euro, 13 procent minder dan het jaar ervoor, blijkt uit de jaarcijfers.

LVMH is naast tassenmerk Louis Vuitton, champagnemaker Moët & Chandon en cognacmerk Hennessy ook eigenaar van zo'n 75 andere luxemerken, waaronder Christian Dior, Givenchy, Fendi, Marc Jacobs en Bulgari. Door deze grote portefeuille dienen de resultaten van de merken ook als graadmeter voor de sector van luxegoederen.

Mode en lederwaren zijn het belangrijkste bedrijfsonderdeel van het concern. Samen met de drankdivisie daalde daar de omzet het hardst, respectievelijk 8 en 9 procent. Daarentegen was er nauwelijks een daling waarneembaar in de categorieën horloges, sieraden en cosmetica.

Wereldwijde spanningen

In het financiële verslag staat dat het bedrijf lijdt onder de internationale geopolitieke spanningen en macro-economische ontwikkelingen. Zo leed de drankdivisie onder lager consumentenvertrouwen door handelsspanningen tussen China en de Verenigde Staten.

Hoewel de omzet in 2025 daalde, krabbelde het bedrijf in de tweede helft wel weer op. Dit herstel biedt hoop en hierom is het bedrijf optimistisch voor 2026, ondanks economische onzekerheden.

Keijzer: kan niks doen tegen enorm datacenter voor Microsoft in Amsterdam

1 month ago

Het is aan het nieuwe kabinet om kritisch te kijken naar de regels die moeten voorkomen dat er enorme datacenters worden gebouwd op plekken waar de overheid dat niet wil. Dat zei Mona Keijzer, demissionair minister van Ruimtelijke Ordening, vandaag tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer.

Het onderwerp staat opnieuw op de politieke agenda. Gisteren meldde NRC dat er een nieuw groot datacentrum in Amsterdam volledig gebruikt gaat worden door Microsoft. "Deze vergunning is vijf jaar geleden al verleend", zegt minister Keijzer. "Dus daar kan ik niks meer aan doen."

Verschillende partijen zijn kritisch. Jantine Zwinkels van het CDA: "De stroomcapaciteit is heel beperkt, wij vinden dat dat niet ten koste mag gaan van Nederlandse en lokale partijen."

"Het wrange is: er zijn op dit moment 10.000 huizen die niet worden gebouwd, bedrijven die in de rij staan en die kunnen wachten tot sint juttemis, maar Microsoft kan dit opeens wel", zegt Pieter Grinwis van de ChristenUnie. "Ik kan er met mijn verstand niet bij."

Landelijke verbod

In 2022 besloot het vorige kabinet tot een landelijk verbod op enorme datacenters. Het gaat om datacenters die een elektriciteitsaansluiting hebben van minimaal 70 megawatt én een oppervlakte vanaf 100.000 vierkante meter (m2). Die datacenters worden hyperscales genoemd.

Vaak gaat het om datacenters die door maar één bedrijf worden gebruikt. De regels werden opgesteld nadat kritiek was ontstaan over plannen van Meta, het bedrijf achter Facebook, Instagram en WhatsApp. Dat wilde in Flevoland een enorm datacentrum voor zichzelf bouwen. Het ging uiteindelijk niet door.

Amsterdam

Het datacentrum in Amsterdam heeft een aansluiting van in totaal 78 megawatt. De vergunning werd al voor het nieuwe beleid aangevraagd, maar de regels voor hyperscales lijken ook niet geschikt om dit soort projecten in de toekomst tegen te houden. Het bestaat namelijk uit drie torens van 85 meter hoogte. Daardoor past het datacentrum op ongeveer 23.000 vierkante meter grond, een stuk minder dan de ondergrens die een aantal jaar geleden is vastgesteld.

De grens voor een hyperscale ligt op 100.000 vierkante meter, zegt ook de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Dat is de overheidsorganisatie die de vergunning voor de bouw heeft gegeven. "De drie torens samen maken dit datacenter dus niet tot een hyperscale volgens de definitie van het Rijk."

Definitie aanpassen

Als het nieuwe datacenter in Amsterdam gebruiktmaakt van zijn volledige elektriciteitsaansluiting, verbruikt het in een jaar tijd net zoveel stroom als een kleine stad. Daarom vraagt Grinwis zich af of de regels niet strenger moeten worden. "De definitie van een hyperscale is én 10 hectare én meer dan 70 megawatt", zegt hij. "Is het niet tijd om die definitie wat aan te scherpen? Dat het óf meer dan 10 hectare óf meer dan 70 megawatt moet zijn?"

Dat kun je je inderdaad afvragen, zegt Keijzer. "Ik denk dat je daar best kritisch naar mag kijken, maar dat is echt aan een nieuw kabinet."

Pensioenfonds ABP investeert ruim half miljard in 1200 huurwoningen

1 month ago

Pensioenfonds ABP gaat investeren in de bouw van bijna 1200 huurwoningen in Amsterdam en Utrecht. Het maakt daar zo'n 550 miljoen euro voor vrij. ABP werkt bij het project samen met vastgoedbedrijf CBRE.

Meer dan de helft van de nieuwbouwwoningen wordt middenhuur, zegt ABP. Mensen mogen daarvoor niet meer dan 1300 euro per maand betalen, volgens de Wet betaalbare huur. De rest van de woningen komt in de vrije sector terecht; daar geldt de huurgrens van 1300 euro niet.

Het overgrote deel van de woningen wordt gebouwd in Utrecht. Het gaat om 1000 huurwoningen in de wijk Cartesius. Verder komen er nog 174 woningen in Amsterdam-Noord, direct naast het gelijknamige metrostation.

ABP wil dat de woningen energiezuinig zijn om hoge energiekosten in de toekomst te voorkomen. "Alle woningen krijgen het energielabel A+++", zegt een woordvoerder. Dat is het op een na hoogste label.

Rendement

Het is niet de eerste keer dat het pensioenfonds investeert in huurwoningen. In 2024 deed het dat al in Leiden; daarbij ging het om 780 woningen. "We hebben ook andere, vergelijkbare samenwerkingsprojecten in Den Haag en Maarssen."

"Betaalbare huurwoningen zijn een investering die zich twee keer uitbetaalt", zegt een woordvoerder. "We dragen bij aan het terugdringen van het woningtekort en het levert een stabiel langjarig rendement op."

In totaal wil ABP tot en met 2030 zo'n 5 miljard euro investeren in betaalbare Nederlandse huurwoningen. Het pensioenfonds had eind november 2025 zo'n 538 miljard euro aan bezittingen.

Vakbond verliest zaak over werknemerschap Uber-chauffeurs

1 month ago

Of een Uber-chauffeur een ondernemer is of een werknemer ligt aan de individuele omstandigheden van die chauffeur. Dat heeft het gerechtshof Amsterdam besloten in een langlopende zaak. Het gerechtshof zegt niet voor hele groepen chauffeurs te kunnen vaststellen dat ze eigenlijk werknemer zijn.

Met deze uitspraak verliest vakbond FNV de rechtszaak die de bond in 2020 aanspande tegen Uber. Volgens de bond zijn Uber-chauffeurs werknemers en zou Uber ze moeten betalen volgens de taxi-cao.

Het gerechtshof gaat niet mee in die redenering. Zes chauffeurs deden met Uber mee in deze zaak en het hof zegt dat zij alle zes zelfstandig ondernemer zijn, onder meer vanwege de investeringen die ze zelf deden in hun auto. Ook kiezen ze zelf wanneer ze werken en of ze een rit wel of niet accepteren.

"Deze uitspraak is een geweldige overwinning voor chauffeurs en de bevestiging dat zij ondernemer zijn", zegt Maurits Schönfeld, directeur Noord-Europa bij Uber. "Het Gerechtshof is glashelder: je mag niet alle chauffeurs over een kam scheren, zoals de FNV probeerde."

FNV teleurgesteld

De vakbond is teleurgesteld over de uitspraak: "Het hof sluit zeker niet uit dat er wel sprake kan zijn van werknemerschap, maar stelt dat dit individueel moet worden vastgesteld."

In 2021 stelde de rechtbank de FNV nog in het gelijk, maar daar ging Uber tegen in beroep. Die hogere rechter is het nu dus met Uber eens.

De FNV bekijkt nog of ze door willen met deze rechtszaak. Die kan nog naar de Hoge Raad, de allerhoogste rechter in Nederland. Ook bekijkt de FNV nog of het mogelijk is om individuele chauffeurs rechtszaken te laten beginnen.

Gemeenten hebben financiën beter op orde, maar 'nog wel veel werk aan de winkel'

1 month ago

Het gaat wat beter met de financiën van gemeenten. Nog altijd verwacht bijna driekwart de komende jaren in de rode cijfers te belanden, maar het totale bedrag van het tekort daalt. Dat blijkt uit een berekening van accountantsbureau BDO, dat elk jaar de meerjarenbegrotingen van alle gemeenten in Nederland tegen het licht houdt.

Vorig jaar waarschuwde BDO nog dat ongeveer 75 procent van de gemeenten de komende drie jaar samen 5,2 miljard euro te kort zouden komen. Nu mist de komende drie jaar in bijna 70 procent van de gemeenten in totaal 3,4 miljard euro om de begroting sluitend te krijgen.

Gemeenten sturen volgens BDO hun financiën beter bij. Toch wil de accountantsorganisatie nog altijd niet van goed nieuws spreken: "Maar 30 procent van de gemeenten heeft een positieve meerjarenbegroting. Er is echt nog veel werk aan de winkel", benadrukt Marc Steehouwer van BDO.

Rapportcijfers

Van de grote gemeenten staan Groningen, Leiden en Leeuwarden er het minst goed voor. Dordrecht, Tilburg en Den Bosch krijgen van BDO juist de beste rapportcijfers voor hun financiën. Van de kleine gemeenten doet Staphorst het het best en Urk heeft de cijfers het slechtst op orde.

Financieel gezondste gemeenten:

Groot (+100.000 inwoners):

Middelgroot (50.000-100.000 inwoners):

Middelklein (25.000-50.000 inwoners):

Klein (-25.000 inwoners):

Gemeenten moeten hun begroting jaarlijks sluitend krijgen met een bijdrage van het Rijk en de inkomsten uit lokale belastingen. Bij een tekort kunnen colleges weinig anders doen dan bezuinigen of de belastingen voor hun inwoners verhogen.

Veel spaargeld

Ondertussen staat er bij gemeenten steeds meer geld op de plank. De gezamenlijke reserves zijn inmiddels opgelopen naar 43 miljard euro. Dat is ongeveer 2 miljard euro meer dan bij de vorige berekening van BDO.

Het wordt steeds aantrekkelijker om met geld uit die enorme pot op de bankrekening het jaarlijkse gat in de begroting te dichten. "Die buffer mag een gemeente maar deels inzetten. Het geld is gereserveerd voor toekomstige projecten, zoals de aanleg van een randweg of een fietspad", legt Steehouwer van BDO uit.

Het inzetten van het deel van de buffer dat wel gebruikt mag worden om de begroting te dichten, noemt hij schijncomfort: "Het lijkt op het inzetten van spaargeld om boodschappen van te kopen. Voor gemeenten moet het geld dat binnenloopt, gelijklopen met de structurele uitgaven. Interen op je spaarvermogen is volgens ons niet de juiste weg."

Financieel minst gezonde gemeenten:

Groot (+100.000 inwoners):

Middelgroot (50.000-100.000 inwoners):

Middelklein (25.000-50.000 inwoners):

Klein (-25.000 inwoners):

De rapportcijfers worden volgens de BDO-accountants mooier gemaakt door veel eenmalige meevallers. Bijvoorbeeld door winst uit het verkopen van grond voor woonwijken of bedrijventerreinen. Ook hebben verschillende gemeenten veel verdiend aan de verkoop van een belang in energiebedrijf Eneco.

Steehouwer wijst naar Dordrecht als best scorende grote gemeente en Groningen als slechtste: "Dordrecht heeft veel aandelen Eneco verkocht, terwijl Groningen die aandelen niet had. Daarbij heeft Groningen ook veel geïnvesteerd. Dat hakt er dan vrij stevig in."

Onverwachte kosten

Daarbij strooit de kwaliteit van de begrotingen ook zand in de ogen. De ene gemeente die duidelijk aangeeft welke kosten er nog aankomen, kan er cijfermatig slechter voorstaan dan gemeenten die dit nauwelijks in kaart brengen. Het kan dan gaan om gemeentelijk vastgoed, zoals sportparken, zwembaden of scholen.

Hoewel die eigendom zijn van de gemeente, heeft niet elke gemeente die gebouwen op de balans staan. Bij onverwachte kosten en groot onderhoud, zoals het isoleren van schoolgebouwen, blijkt er dan geen geld voor gereserveerd.

Ook is niet voor elke gemeente duidelijk waar het extra geld vandaan moet komen. Steehouwer: "We zien vaak dat een gemeente dan opschrijft: 'we denken daar te kunnen bezuinigen', maar hoe dat precies gebeurt, is niet duidelijk."

Eerst keuzes, dan het geld

BDO verwacht dat pas volgend jaar duidelijk wordt wat gemeenten echt van plan zijn. Met de gemeenteraadsverkiezingen op komst willen veel colleges van B&W nog geen harde keuzes maken. Veel knopen worden pas na de verkiezingen door het nieuwe bestuur doorgehakt.

De accountants vinden dat gemeenten bij hun begroting meer moeten kijken naar wat ze moeten doen en wat dat kost, in plaats van te rekenen wat er kan met de hoeveelheid geld. En als ze die keuzes maken, moeten de plannen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd.

Daarnaast moeten provincies scherper blijven kijken naar de kwaliteit van de gemeentebegrotingen, bijvoorbeeld of gemeenten al hun vastgoed wel goed in de boeken hebben staan.

EU en India na 20 jaar onderhandelen bijna eens over 'moeder aller handelsdeals'

1 month ago

Gesprekken tussen de Europese Unie en India over een vrijhandelsakkoord zijn de laatste fase ingegaan, bijna twintig jaar na het begin van de onderhandelingen. EU-vertegenwoordigers Von der Leyen en Costa waren in India eregasten bij de jaarlijkse Dag van de Republiek-viering.

De ere-uitnodiging wordt in India als een belangrijk teken gezien voor de koers van het buitenlandbeleid. Het is geen geheim dat door het vastlopen van de onderhandelingen met de Verenigde Staten een deal met de Europese Unie voor India opeens veel urgenter is geworden.

"De timing is cruciaal, aangezien niet alleen India, maar ook andere Aziatische landen hun export willen diversificeren en minder afhankelijk willen worden van de VS", zegt Deepali Bhargava, Azië-econoom bij ING. Door de exportmarkt succesvol uit te breiden, weg van de VS, is de Indiase export afgelopen jaar met ongeveer 20 procent gegroeid.

India is zwaar getroffen door de sancties die de Amerikaanse president Trump oplegde voor de handel in Russische olie. Het land heeft te maken met de hoogste invoerheffingen: 50 procent. Vooral de export van textiel, juwelen en garnalen werd daardoor opgeschud, maar de klap die verwacht werd, bleef uit. Dat geeft hoop en zelfvertrouwen in India.

Sterke productieketen

Morgen, op de EU-India-top, wordt de aankondiging over het afronden van de onderhandelingen verwacht. "Een van de dingen die ik hoop te zien in deze deal is een verlaging van Indiase importheffingen op ruwe materialen en productiecomponenten", zegt econoom en politiek wetenschapper Pushan Dutt.

Economen wijzen er vaker op dat India een belangrijke stap in de economische ontwikkeling van een landbouw-afhankelijke samenleving naar service-industrie heeft overgeslagen. Om een grote jonge beroepsbevolking werk te kunnen bieden, moet India meer in eigen land gaan maken. Een voorbeeld is de iPhone-productie, die steeds meer van China naar India verschuift.

Traditioneel heeft India de eigen markt altijd willen beschermen door hoge importheffingen en strenge importregels op te werpen. De afgelopen jaren is die strategie veranderd en heeft India handelsdeals gesloten met bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Arabische Emiraten.

"Het geeft India de kans om een sterkere positie te verkrijgen binnen de wereldwijde productieketens", zegt Dutt. Hij benadrukt dat techbedrijven niet genoeg banen creëren voor een lager geschoold deel van de Indiase bevolking, maar een grotere maak-economie kan dat wel.

Franse wijn

Ook voor de Europese Unie is diversificatie, het wedden op meer paarden, een belangrijke drijfveer achter deze vrijhandelsdeal. Hoewel India van ver moet komen, zou het land in de toekomst kunnen uitgroeien tot alternatief voor Chinese chipfabrikanten.

Het akkoord raakte ruim tien jaar uit zicht. Om de gesprekken te reanimeren, moesten onderhandelaars van de Europese Unie wel wat concessies doen. De verlaging van heffingen op landbouwproducten als graan of melk is voor India onbespreekbaar. Nu die compleet van tafel zijn gehaald, lijkt de weg vrij voor meer Europese export naar India.

Daarbij kan de koopkracht van de groeiende Indiase middenklasse een interessante afzetmarkt opleveren voor bijvoorbeeld Franse wijnen of Duitse auto's. Op laatstgenoemde geldt op dit moment nog een importheffing van zo'n 100 procent.

Meer dan handelsovereenkomst

Het zal waarschijnlijk een groot deel van het Indiase publiek in New Delhi ontgaan zijn, maar tijdens de parade ter viering van de Indiase republiek vandaag werd de Europese Unie ook militair vertegenwoordigd. Hoewel de EU geen leger heeft, reden drie mannen in twee jeeps mee, met daarop vlaggen die militair personeel van de EU vertegenwoordigen.

"Het gaat ook om samenwerking op militair gebied", zegt econoom Bert Burger, gespecialiseerd in de regio Azië-Pacific. "Zo kijkt men naar mogelijkheden voor Indiase participatie bij Europese defensie-initiatieven, waarmee India de afhankelijkheid van Rusland vermindert."

Deze kleine bijdrage aan het twee uur durende spektakel staat voor de mogelijke militaire samenwerking die India en de EU zeggen te onderzoeken. Die zou naast de vrijhandelsdeal moeten bestaan. Ook wordt er gesproken over een mobiliteitspact waardoor mensen gemakkelijker moeten kunnen reizen tussen de Europese Unie en India.

"India en de EU willen beide met deze deal vooral strategische autonomie en economische weerbaarheid ontwikkelen", zegt Burger.

Het politieke signaal is sterk. Beide partijen noemen de overeenkomst de 'moeder aller handelsdeals'. Wat deze voor een kwart van de wereldbevolking zal opleveren, moet duidelijker zijn als de handtekeningen daadwerkelijk gezet zijn. Mogelijk kan dat nog duren tot het eind van dit jaar.

NAVO-schepen Noordzeelanden moeten kabels en leidingen beter beschermen

1 month ago

Landen aan de Noordzee gaan gezamenlijk militaire oefeningen houden en samenwerken met de NAVO om de energie-infrastructuur beter te beschermen. Dat hebben tien regeringsleiders afgesproken op de derde Noordzeeconferentie in Hamburg. Het gaat om de bescherming van elektriciteitskabels, transformatorplatforms, aardgasleidingen en internetverbindingen.

De afgelopen jaren zijn er steeds vaker verdachte Russische schepen gesignaleerd op de Noordzee, die de energie-infrastructuur in kaart brengen. Er zijn ook al daadwerkelijk internetkabels kapotgemaakt, sabotage waarvan Rusland verdacht wordt. Ook werd ter hoogte van het Deense eiland Bornholm de Nord Stream 2-gaspijpleiding tussen Rusland en Duitsland opgeblazen.

Nederland, Duitsland, Denemarken, Noorwegen, België, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, IJsland, Luxemburg en de Europese Commissie willen de kabels en leidingen daarom nu beter gaan beschermen.

Onafhankelijk door windparken

Europa wil zo snel mogelijk onafhankelijk worden van andere landen voor de energievoorziening. Het wil daarom haast maken met de bouw van windparken op de Noordzee. Eerder was Europa voor een groot deel afhankelijk van Russisch gas, nu komt een flink deel van het gas in vloeibare vorm (lng) uit de Verenigde Staten.

Om onafhankelijker te worden, moet de aanleg van windparken worden versneld. Daarnaast willen de landen meer samenwerken bij de aanleg van elektriciteitskabels en transformatorplatforms. Eerder spraken de Noordzeelanden al af om voor 300 gigawatt aan windparken aan te leggen, nu willen ze de aanleg van een derde hiervan versnellen met behulp van de Europese Investeringsbank.

Op dit moment dreigt de bouw van windparken vertraagd te worden omdat energiebedrijven de risico's te groot vinden. Dat komt door verhoogde kosten en onduidelijkheid over de toekomstige afname van de industrie. Nederland geeft daarom vanaf dit jaar weer subsidie aan de bouw van windparken op zee, waar dat de afgelopen jaren niet nodig was.

Meer energie van de Noordzee

Windparken moeten niet alleen verbonden worden met het land dat ze laat bouwen, maar ook met andere landen. De elektriciteit kan dan afgevoerd worden naar het land waar de vraag het grootst is. Hierdoor zijn er volgens de netbeheerders minder gascentrales nodig die als back-up dienen voor het geval er in een land even iets minder duurzame energie wordt opgewekt.

Voor het eerst zijn er ook afspraken gemaakt over gezamenlijke financiering van de aanleg van kabels en platforms. Nederland investeert daar de komende jaren vele tientallen miljarden euro's in, maar een flink deel van de opgewekte elektriciteit komt in Duitsland terecht. Duitsland zou daarom bijvoorbeeld ook mee moeten betalen aan de kabels voor de Nederlandse windparken.

De Noordzeelanden worden steeds afhankelijker van de Noordzee als energiebron en Rusland ligt op de loer. Het opblazen van gaspijpleidingen en doorknippen van elektriciteitskabels zou een flink deel van Europa in de toekomst in de kou en het donker kunnen zetten. Daarom moet die infrastructuur dus door onder meer de marine van de verschillende landen beter beschermd gaan worden. Via gezamenlijke oefeningen en samenwerking met de NAVO moet het risico op sabotage worden verminderd.

NOS Economie