Overslaan en naar de inhoud gaan

Vakbonden bezorgd over verkoop chemiebedrijf Sabic in Limburg

1 month 3 weeks ago

Vakbonden maken zich zorgen over de verkoop van chemiebedrijf Sabic in Limburg. Gisteren werd bekend dat de Saudische eigenaar de petrochemische fabriek verkoopt aan Aequita, een Duitse investeringsmaatschappij, voor een half miljard dollar.

De bonden zeggen dat ze van niets wisten en dat ze zijn overvallen door de overname. Ze vrezen vooral voor de 900 arbeidsplaatsen bij Sabic. De toekomst van het chemieconcern was sowieso al onzeker, want Sabic overwoog de fabriek op het Chemelot-terrein in Geleen te sluiten. Door de verkoop lijkt dat voorlopig van de baan.

De vakbonden zijn toch bezorgd. "Wat gaan de nieuwe eigenaren doen met de bedrijven? Wat is de toekomst? Daarom willen we snel om tafel met de investeringsmaatschappijen", zegt Ed Leunissen, vakbondsbestuurder van het CNV, tegen omroep L1. "Gaan ze het bedrijf reorganiseren, opknippen en verkopen? Of hebben ze een langetermijnvisie?"

Slechte concurrentiepositie

De zorgen komen onder meer voort uit de sluiting van andere chemische fabrieken in de regio. Twee producenten van nylongrondstoffen kondigden in oktober aan te stoppen. De chemische industrie heeft in heel Europa te maken met een daling van de vraag en een slechte concurrentiepositie.

De bonden vrezen voor een domino-effect op industrieterrein Chemelot. Complicerende factor daarbij is de synergie tussen de verschillende fabrieken. Producten van de ene fabriek zijn soms een cruciale grondstof voor een andere onderneming op het terrein.

Het Saudische Sabic nam in 2002 een groot deel van de petrochemische activiteiten van DSM over. Daarmee werd het bedrijf direct een belangrijke speler op Chemelot. In 2023 besloot Sabic zijn hoofdkantoor van Sittard-Geleen naar Amsterdam te verplaatsen. De 400 medewerkers op dat kantoor werden deels in Amsterdam en deels in regionale kantoren ondergebracht.

'Onwerkbaar weer': tienduizenden aanvragen bij UWV voor compensatie

1 month 3 weeks ago

Het aantal bedrijven dat een aanvraag doet voor looncompensatie loopt verder op, meldt uitkeringsinstantie UWV. Sinds het begin van de sneeuwval zijn er ruim 85.000 meldingen binnengekomen, waarvan er ruim 75.000 door de instantie zijn toegekend. 2800 werkgevers hebben een aanvraag gedaan.

Dat is een flinke stijging ten opzichte van andere jaren, zegt woordvoerder bij het UWV, Max Schouten. "Tijdens de winter en zomerperiode komen er altijd wel meldingen binnen maar de laatste keer dat dit er zoveel waren was bij de hevige overstromingen in Limburg in 2021", zegt hij. En dit was heel regionaal, terwijl er nu vanuit het hele land aanvragen binnenkomen van bedrijven die hinder ervaren door de weersoverlast.

Werk verhinderd

Het UWV heeft aanvragen gekregen vanuit meer dan 30 sectoren, met als koploper de telecommunicatie. Telecombedrijven leggen bijvoorbeeld glasvezelkabels aan of beheren zendmasten, maar kunnen dat met dit weer vaak niet doen.

De overheid zelf heeft ook veel aanvragen ingediend. Het gaat dan voornamelijk om gemeenten die parken of andere openbare groenvoorzieningen moeten onderhouden. Vanuit de bouwsector zijn er ook veel aanvragen ingediend. De meeste dakdekkers, stukadoors, stratenmakers en schilders kunnen met deze sneeuw hun werk niet uitvoeren.

Directeur bij dakdekkersbedrijf BOKO, Rob Bootsman, besloot maandag na het nieuwjaarsontbijt dat het te risicovol is om het dak te betreden en diende bij het UWV aanvragen in voor zijn personeel. De directeur probeert zijn achterstanden volgende week weer in te halen. Maar als het meer gaat regenen en dooien leidt dat tot scheuren in oude daken waardoor lekkages kunnen ontstaan. "Daardoor zal volgende week wel behoorlijk druk worden voor ons", aldus Bootsman.

Het UWV is terughoudend met een verwachting over het aantal aanvragen, maar kijkt ook realistisch naar de komende weersverwachting. "We zien dat er weer een nieuw sneeuwfront wordt verwacht met code oranje, dus ik verwacht voor deze week zeker niet dat het aantal aanvragen zal afnemen", aldus woordvoerder Schouten.

Onwerkbaar weer

De regeling voor 'onwerkbaar weer' valt onder de Werkloosheidswet (de WW) en bestaat sinds 2020. Werkgevers kunnen deze aanvragen als hun werknemers niet kunnen werken door slechte weersomstandigheden. Werkgevers moeten voor elke werknemer elke dag opnieuw een aanvraag indienen als er niet gewerkt kan worden wegens het weer. Hier zitten wel voorwaarden aan verbonden.

De aanvraag kan in het geval van vorst, ijzel of sneeuwval meteen worden ingediend, maar wordt pas na twee wachtdagen toegekend. Tijdens deze wachtdagen wordt het loon wel nog volledig door de werkgever betaald. Bij de derde dag vergoedt het UWV driekwart van het loon van een werknemer.

Een werkgever kan de uitkering alleen aanvragen als dit opgenomen is in de cao. Daarnaast is het belangrijk dat de aanvraag voor 10.00 uur diezelfde ochtend is ingediend, anders kan het UWV deze niet toekennen. Voor de tienduizend meldingen die niet zijn toegekend geldt allemaal dat ze niet op tijd waren ingediend, zegt Schouten.

Kostenpost

Het is vanzelfsprekend een kostenpost voor de uitkeringsinstantie, bevestigt Schouten. Maar elk jaar wordt hiervoor een schatting gemaakt en rekening gehouden met verschillende scenario's. Omdat deze weersomstandigheden zeldzaam zijn in Nederland kun je in dit geval geen getal plakken op hoeveel het zal gaan kosten.

Voor het dakdekkersbedrijf scheelt de regeling wel. Deze week heeft Bootsman bijna geen omzet. Hij heeft 130 mensen in vaste dienst en nog eens 70 mensen als flexibele kracht. "We hebben al gezegd dat de meesten in ieder geval tot vrijdag thuis blijven, en dat tikt wel aan."

Ook voor de uitkeringsinstantie zal dit bedrag dus blijven oplopen. De uitkeringen worden gegeven zolang het onwerkbare weer voortduurt. Dit geldt wel alleen voor de periode 1 november tot en met 31 maart. Als het onwerkbare weer langer dan twee maanden zou duren, wordt de uitkering lager: 70 procent van het loon van de werknemer wordt dan vergoed in plaats van de 75 procent de eerste twee maanden.

Veldbedjes en rijen op Schiphol: 'Hoe vervelend ook, keuzes zijn verdedigbaar'

1 month 3 weeks ago

Duizenden vluchten geschrapt, gebrekkige communicatie, ontijsvloeistof die opraakt en tot overmaat van ramp een stroomstoring. Schiphol heeft een paar pittige dagen achter de rug en krijgt morgen mogelijk weer een zware dag. Reizigers zijn - op z'n zachtst gezegd - niet blij.

Op de sneeuw die er de afgelopen dagen viel, was Schiphol niet voorbereid. Vijf dagen achter elkaar werden honderden vluchten geschrapt. Het leidde tot chaotische taferelen in de vertrekhallen van de luchthaven, vluchten waren urenlang vertraagd of gingen helemaal niet door.

De vertragingen ontstonden onder meer door het ontijzen. Vliegtuigen moeten helemaal ijsvrij zijn voordat ze mogen opstijgen. Op Schiphol is er maar één plek waar dat kan. Daar kunnen ze maximaal acht vliegtuigen per uur schoonmaken, terwijl op Schiphol tijdens piekuren normaal 120 vliegtuigen vertrekken.

Op de vraag of Schiphol zich beter had kunnen voorbereiden is geen klip-en-klaar antwoord, blijkt uit gesprekken met luchtvaartdeskundigen.

Luchtvaarteconoom Walter Manshanden keek met verbazing naar de situatie. "De leiding van Schiphol en KLM lijken zich compleet te hebben laten verrassen", vertelt hij. "Er komt sneeuw aan, je weet wat er gaat gebeuren, en dan moet je capaciteit klaar hebben."

Dat de hele situatie op Schiphol zo chaotisch is geworden, komt mede doordat Schiphol een veelgebruikte luchthaven voor het overstappen is. "Als er file ontstaat, bijvoorbeeld doordat er te weinig capaciteit is om te ontijzen, loopt het hele systeem vast", legt Manshanden uit.

"Onze prioriteit is dat alle achtergebleven reizigers zo snel mogelijk op reis kunnen", zegt een woordvoerder van de luchthaven. Op de vraag hoelang het nog gaat duren voor de achterstand is ingehaald, kan Schiphol nog geen antwoord geven.

Veldbedjes

De vraag is of de beelden van drukte overstapreizigers ertoe aanzetten Schiphol voortaan te mijden: "Die hebben vaak keuze waar ze de overstap maken", zegt luchtvaarteconoom Floris de Haan van de Erasmus Universiteit.

KLM, de grootste luchtvaartmaatschappij op Schiphol, zal ook een flinke financiële dreun kunnen krijgen door het winterweer. "Dit kost bakken met geld, vergelijkbaar met een vulkaanuitbarsting of staking", zegt De Haan. "KLM moet nu gaan zorgen dat bagage op de juiste plek komt." Dat kost veel geld terwijl de marges in de luchtvaart al laag zijn.

Hoewel er nu met man en macht aan wordt gewerkt om de achterstanden in te halen, schat Schiphol in dat de winterse week de luchthaven miljoenen gaat kosten.

Luchtvaartmaatschappijen proberen de prijzen zo veel mogelijk te drukken. "Ik ken weinig markten die concurrerender zijn dan de luchtvaart", zegt Manshanden. Daardoor zien de maatschappijen een kleine tegenslag al snel terug in de cijfers.

De problemen op Schiphol hadden voor een groot gedeelte voorkomen kunnen worden, maar dan had er meer geïnvesteerd moeten worden in meer materieel, zoals sneeuwschuivers en ontijsapparaten. "Het is een afweging tussen kosten en baten", vertelt luchtvaarteconoom Rogier Lieshout van onderzoeksbureau Beelining. "Je kunt wel een enorme vloot sneeuwschuivers aanschaffen, maar als je die maar heel af en toe nodig hebt, is dat bedrijfseconomisch niet te verdedigen."

Keuzes verdedigbaar

Als Schiphol de investeringen doet, kost dat meer geld en de kosten zullen ze weer verhalen op de tarieven voor de luchtvaartmaatschappijen.

Vanwege die hoge kosten komt er in de toekomst waarschijnlijk geen verandering in bij Schiphol: "Hoe vervelend het ook is, de keuzes zijn wel verdedigbaar. Je hoeft niet te investeren in iets wat zelden voorkomt, maar dat leidt nu wel tot reputatieschade", stelt De Haan.

Triodos Bank schrapt honderden banen

1 month 3 weeks ago

Triodos Bank schrapt de komende drie jaar 250 tot 270 banen om de kosten te drukken. Dit zou 25 tot 30 miljoen euro moeten besparen voor het einde van 2028.

Medewerkers zijn al op de hoogte gesteld van de aangekondigde bezuinigingen, maar de bank kan nog niet zeggen welke medewerkers hun baan verliezen. "Dit wisselt namelijk tussen afdelingen, maar ook binnen de lagen in een team, van managers tot beginnende functies", aldus een woordvoerder.

De duurzame bank kondigde in september aan de activiteiten in Duitsland stop te zetten. Hierdoor vervallen naar verwachting 65 banen voor het einde van 2027. Deze banen zijn meegenomen in de berekening, dus het resterende banenverlies zal bij andere kantoren zijn, waaronder het hoofdkantoor in Nederland.

De woordvoerder verwacht dat er in het eerste jaar netto minder banen zullen verdwijnen omdat er ook veel in andere initiatieven wordt geïnvesteerd, zoals bedrijfsleningen, wat weer banen op zou moeten leveren.

Kostenbesparing

Klanten kiezen bewust voor Triodos, ook omdat ze duurzaamheid belangrijk vinden, zegt de bank. Om dat te kunnen blijven garanderen, worden maatregelen genomen voor de komende drie jaar. Ook wil de bank beter aansluiten bij technologische ontwikkelingen rond kunstmatige intelligentie. "Het zou kunnen dat AI die banen voor een deel gaat vervangen", zegt de woordvoerder.

Het gaat niet alleen om kunstmatige intelligentie, maar ook om algemene technologische verbeteringen, zoals bijvoorbeeld een nieuw HR-systeem. Dit leidt tot een andere manier van werken, wat banenverlies tot gevolg kan hebben, aldus de woordvoerder.

Vorig jaar was uitzonderlijk gezien de hoge kosten voor juridische zaken. Klanten die gedupeerd waren door certificaten van de bank, stapten naar de rechter. De bank zette 101 miljoen euro opzij om certificaathouders te compenseren waardoor de winst over de eerste zes maanden van 2025 halveerde. Triodos trad vorig jaar ook toe tot de Amsterdamse beurs, mede om de verkoop van de certificaten weer vlot te trekken.

Ontslagrondes

Het besluit volgt op aangekondigde ontslagrondes bij andere Nederlandse banken. ABN Amro kondigde eind vorig jaar aan 5200 banen te schrappen tot 2028. Een week daarvoor zei ASN Bank ongeveer een kwart van het aantal banen te moeten opheffen. En bij ING zouden er tot eind 2026 950 banen verdwijnen, mede door de vervanging van functies door AI.

Naast olie heeft Venezuela goud, gas en aluminium, maar welk bedrijf durft het risico aan?

1 month 3 weeks ago

Olie is het buzz-woord na de Amerikaanse aanval op Venezuela. Met de grootste voorraad zware olie ter wereld en nauwelijks export door sancties en slecht bestuur, zijn alle ogen gericht op de oliereuzen. Maar er zit nog meer in de Venezolaanse grond. Vraag is alleen of bedrijven nu het risico willen nemen om te investeren.

1. 'De gasprovincie'

Een "interessante gasprovincie", zo staat Venezuela al lange tijd te boek, zegt Lucia van Geuns, energiedeskundige bij het Den Haag Centrum voor Strategische Studies. Al in de jaren 80 werden grote gasvelden ontdekt voor de kust van Venezuela. "Maar door alle omstandigheden zijn de velden nooit echt tot ontwikkeling gebracht."

Venezuela heeft zo'n 5,7 biljoen kubieke meter gas in aangetoonde reserves, volgens een studie van de US Geological Survey uit 2019. Dat was op dat moment 74 procent van alle reserves in Zuid-Amerika.

"Als ik er nu naar kijk dan denk ik dat gaswinning commercieel interessanter is dan zware olie", zegt Van Geuns. Dat heeft te maken met de grote investeringen die nodig zijn om de fossiele industrie van Venezuela weer aan de praat te krijgen. "Investeren in zware olie is duur en het heeft een hoge co2-voetafdruk." Dat laatste geldt in mindere mate voor gas.

In de bestuurskamers van de fossiele reuzen zullen de gasvoorraden van Venezuela daarom met het oog op de toekomst zeer waarschijnlijk ter sprake komen. Voor Shell lijken de kaarten aardig geschud.

Het olie- en gasbedrijf heeft al een paar jaar plannen om gas te winnen uit het zogeheten Dragon-veld, in de zee tussen Venezuela en Trinidad. Dat gas zou dan naar het Caribische eiland gaan waar Shell mede-eigenaar is van een LNG-fabriek. Een machtswisseling in Venezuela, of het opheffen van sancties, zouden deze productieplannen in een stroomversnelling kunnen brengen.

Shell wilde niet reageren op vragen van de NOS over de ontwikkelingen in Venezuela.

2. El Dorado?

Het Canadese bedrijf Gold Reserves Ltd. had letterlijk goud in handen. De relatief kleine speler rekende zich rijk met de mijnbouwrechten voor de Brisas-mijn en de Siembra Minera-mijn, een van de grootste onontgonnen goudmijnen ter wereld.

Alleen, het ging mis. Onder het bewind van Hugo Chavez en zijn opvolger Maduro nationaliseerde de Venezolaans overheid de goudsector en verloor Gold Reserves zijn El Dorado.

De nationalisering leidde niet tot veel extra productie. Volgens sommige cijfers zou Venezuela zo'n 2343 ton goud in de grond hebben zitten, waarmee het land in de top 5 van grootste voorraden ter wereld zou belanden. Tegelijkertijd blijft de export steken op een magere 30,6 ton. Ruim twintig landen exporteren meer.

Gold Reserves ziet daarom kansen nu de toekomst van Venezuela plots een andere kant op kan slingeren. Na een jarenlange juridische strijd hoopt het bedrijf door de val van Maduro weer een weg te vinden om de oude mijnbouwrechten terug te krijgen, zei de topman tegen Bloomberg.

Ook beleggers gokken daarop. De koers van het bedrijf steeg afgelopen vijf dagen met meer dan 100 procent op de beurs van Toronto.

3. Bauxiet, nikkel, ijzererts

"Er zijn mineralen, alle kritieke mineralen, ze hebben een grote mijnbouwgeschiedenis die helemaal roestig is geworden", zei de Amerikaanse handelsminister Howard Lutnick zondag tegen journalisten aan boord van het presidentiële vliegtuig Air Force One. "President Trump gaat het repareren en terugbrengen."

Dat de Venezolaanse mijnbouw op zijn gat ligt, is geen geheim. Maar wat levert Trumps beoogde reparatieklus op? "Geen zeldzame aardmetalen, en ook niet echt kritieke metalen als lithium en kobalt, die veel voor batterijen nodig zijn", zegt industrieel ecoloog Rene Kleijn. "Wat er wel veel in de grond zit, naast goud: nikkel, ijzererts en bauxiet. Het is een beetje Suriname in het groot."

In de Venezolaanse binnenlanden ligt de grote bauxietmijn Los Pijiguaos. Bauxiet is de belangrijkste grondstof voor aluminium, dat Venezuela zelf produceerde. Grote problemen met het stroomnet verlamden de productie.

"Bauxiet is niet heel schaars, maar er is wel een groeiende vraag naar aluminium", zegt Kleijn. Toch verwacht hij niet dat grote mijnbouwbedrijven snel fors investeren om de productie weer aan de gang te krijgen. "Je hebt dan een stabiele situatie nodig voor meerdere decennia. Als je nu moet kiezen tussen Venezuela en Suriname, dan zou ik voor de laatste gaan."

Ook starters onder de 25 jaar kopen nu vaker een huis

1 month 3 weeks ago

Steeds meer mensen onder de 25 jaar kopen hun eerste woning. Het aantal jonge starters in deze leeftijdscategorie is in een jaar tijd meer dan verdubbeld, blijkt uit cijfers van hypotheekadviesketen De Hypotheker.

Het afgelopen jaar werd meer dan de helft van de woningen verkocht aan iemand die voor het eerst een huis kocht. Het aantal starters onder de 25 nam het hardst toe. Afgelopen jaar was 11 procent van de starters jonger dan 25 jaar. Een jaar eerder ging het nog om 4 procent.

Het lukt starters al langer om vaker een woning te bemachtigen, ondanks dat de gemiddelde woningprijs het afgelopen jaar met 6 procent is toegenomen.

Meer goedkope huizen

Een belangrijke oorzaak is dat het aanbod van goedkopere woningen flink is toegenomen. Het afgelopen jaar hebben veel particuliere verhuurders hun huis te koop gezet vanwege gewijzigde wetgeving en deze oud-huurwoningen vallen vaak binnen het budget van starters.

Ook krijgen veel jongeren financiële hulp van hun ouders om een woning te bemachtigen, ziet De Hypotheker.

Dat juist jongeren onder de 25 jaar het afgelopen jaar vaker een woning op de kop hebben weten te tikken, ligt ook aan de eisen van deze groep. Volgens De Hypotheker zoeken zij vaker kleinere woningen zoals studio's en stellen ze ook minder hoge eisen aan de staat van het huis.

De Hypotheker verwacht ook dat komend jaar meer jongeren onder de 25 een huis zullen kopen. "Het aanbod van goedkopere woningen zal komend jaar ook nog groot zijn", aldus Mark de Rijke, commercieel directeur van De Hypotheker.

Sneeuw is een flinke kostenpost, maar oplossingen zijn niet altijd het geld waard

1 month 3 weeks ago

Veel geannuleerde vluchten, treinstations die helemaal platliggen, stilstaand vrachtverkeer in lange files; het winterweer is een flinke kostenpost voor logistieke uitvoerders. Voor die bedrijven lijkt het logisch om meer te investeren in manieren om infrastructuur sneller sneeuw- en ijsvrij te maken. Toch loont dat niet altijd de moeite.

"Bedrijven weten dat het weer een enkele keer per jaar tot problemen kan leiden", zegt luchtvaartdeskundige Joris Melkert van de TU Delft. "Maar dan gaat het meestal om harde wind. Zo veel sneeuw als er nu valt, dat is lang geleden."

Vliegtuigen moeten nu bijvoorbeeld ijsvrij worden gemaakt. Dat gebeurt met apparatuur die speciale vloeistof op de toestellen spuit, legt Melkert uit. Hij vertelt dat kantoorpersoneel, dat hiervoor is opgeleid, op deze dagen bijspringt.

"Alleen heb je daar op dagen als deze nooit genoeg spullen voor", stelt Melkert. "Dat proces kost tussen de 5 en 20 minuten. Er gaan gemiddeld 1300 vluchten op een dag en er zijn niet honderden van die apparaten."

Het is de vraag of het loont om daar meer in te investeren, aangezien dit soort sneeuwdagen tegenwoordig maar eens in de zoveel jaar voorkomt. "Als je meer van die apparaten koopt, die gedurende het jaar ook onderhouden moeten worden, gaan de gebruikerskosten van Schiphol omhoog - en de vliegtuigtickets zijn nu al duur. Dan is toch de uitkomst: jammer, maar helaas."

Elektrische verwarming

Diezelfde afweging heeft de politiek ook voor het treinverkeer gemaakt, vertelt Andy Wiemer van ProRail. "Het spoor in Nederland is niet gebouwd op dit soort weer. Er zouden vele miljarden euro's nodig zijn om dit te veranderen. De vraag is of het dat waard is voor drie dagen eens in de zoveel jaar."

De wisselverwarming draait op veel plekken nog op gas. "Het nadeel daarvan is dat bij harde wind het vlammetje uit kan waaien." Elektrische verwarming zou dus efficiënter zijn. "Net als in Zwitserland, waar ze elk jaar een halfjaar sneeuw hebben en er dus hun infrastructuur op hebben ingericht. Daar besteden ze 5 procent van het bruto binnenlands product aan infrastructuur, wij 'maar' 1,2 procent."

ProRail krijgt weleens filmpjes doorgestuurd van treinen in andere landen. "In Amerika rijden ze bijvoorbeeld met diesellocomotieven die makkelijker door de sneeuw banjeren, maar behalve dat die minder duurzaam zijn, trekken ze veel langzamer op en zijn ze veel zwaarder." Omdat Nederland het drukst bereden spoornetwerk van de Europese Unie heeft, krijg je het hier niet voor elkaar om dan zo veel treinen te laten rijden, legt Wiemer uit.

Kosten

Hoeveel deze sneeuwdagen bedrijven kosten, is lastig te zeggen, vertellen experts. Vertragingen van vrachtverkeer zijn zeker een flinke kostenpost, meldt ondernemersorganisatie Transport en Logistiek Nederland. "Een stilstaande vrachtwagen kost minimaal 80 euro per uur. Dat tikt aan, zeker als het weer langere tijd zo blijft."

Het kost luchtvaartmaatschappijen al gauw vele miljoenen euro's, zegt luchtvaartexpert Melkert. "Ze moeten passagiers nieuwe vluchten aanbieden. Dat zijn plekken die ze niet aan iemand anders kunnen verkopen. Ook zitten er kosten in de zorgplicht die maatschappijen hebben, bijvoorbeeld bij het aanbieden van een drankje of een hotelovernachting." Maatschappijen hoeven passagiers niet te compenseren voor vertraagde vluchten. Dat moet alleen als de oorzaak aan het bedrijf te wijten is en niet, zoals nu, bij overmacht.

Er worden vooral vluchten geannuleerd over korte afstanden, binnen Europa, weet Melkert. Die leveren minder op dan intercontinentale vluchten.

Terminal dicht

Treinreizigers hebben recht op geld terug bij vertragingen, laten de NS en Arriva weten. Ook biedt de NS geregeld een gratis kopje koffie aan op vertraagde trajecten. Hoeveel dit alles kost, kan de spoorwegmaatschappij niet zeggen.

In de Rotterdamse haven hebben ze relatief weinig last van de sneeuw. In het havengebied is de grootste hinder bij een pak sneeuw ook op de weg. Vandaar dat een van de terminals aan de landzijde gisterochtend even dichtging om te kunnen strooien. "De economische gevolgen zijn in zo'n geval, zeker op macroniveau, zeer beperkt", laat een woordvoerder van ECT Hutchison Ports weten.

Landen eens over aanpassing afspraak van 15 procent belasting voor multinationals

1 month 3 weeks ago

Ruim 145 landen zijn het eens geworden over een wijziging van een afspraak uit 2021 waarin staat dat bedrijven over de hele wereld minimaal 15 procent winstbelasting moeten betalen. Dat meldt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Het gaat om bedrijven met een wereldwijde omzet van minstens 750 miljoen euro, zogeheten multinationals.

Met de wijziging komen de landen tegemoet aan een eis van de Verenigde Staten. De regering-Trump had gedreigd dat landen die de belastingafspraken zouden handhaven, met extra Amerikaanse heffingen te maken zouden krijgen.

Regels vereenvoudigd

De 15 procent belasting voor multinationals blijft staan, maar om aan de kritiek van de regering-Trump tegemoet te komen zijn de regels nu vereenvoudigd en is onder meer afgesproken dat Amerikaanse belastingvoordelen blijven gelden. Daarmee hebben de Verenigde Staten een uitzonderingspositie gekregen en is de originele regeling afgezwakt.

De Amerikaanse minister van Financiën Bessent spreekt van een "historische overwinning voor het behoud van de Amerikaanse soevereiniteit". Volgens hem "beschermt de aangepaste regeling Amerikaanse werknemers en bedrijven tegen buitenlandse inmenging".

Ontwijking

In 2021 werden de afspraken over een minimaal belastingtarief gemaakt. De bedoeling was dat de nieuwe regels zouden voorkomen dat multinationals belasting konden ontwijken via belastingparadijzen. De afspraken moesten ervoor zorgen dat een bedrijf in ieder geval een minimumtarief aan belastingen zou betalen.

Dat geldt niet alleen voor het land waar het hoofdkantoor staat, maar voor alle landen waar het bedrijf actief is. De OESO schatte in 2015 dat landen voor het ingaan van deze afspraken tot 200 miljard euro aan belastingen misliepen.

Kritiek en omzeiling

Bij de invoering van de afspraken was ook kritiek te horen. Zo stelde Oxfam International dat 15 procent een te laag tarief was om verschil te kunnen maken. Daarnaast zouden landen die eerder nog om hogere belastingen vroegen, dat tarief naar beneden bijstellen. In 2024 bleek dat er ook manieren zijn om als multinational alsnog belastingvoordelen te krijgen.

Beleggers naar rechter om fusieplan Nederlandse kunstmestmaker en Egyptisch bouwbedrijf

1 month 3 weeks ago

De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) stapt naar de Ondernemingskamer om te voorkomen dat de Nederlandse kunstmestfabrikant OCI, genoteerd aan de beurs in Amsterdam, opgaat in het Egyptische bouwbedrijf Orascom.

De beleggersvereniging zegt dat de stap naar de rechter noodzakelijk is omdat de kunstmestfabrikant niet luistert naar de zorgen van de aandeelhouders over de fusie. Zowel de kunstmestfabrikant als het bouwbedrijf staat onder controle van de Egyptische miljardairsfamilie Sawiris. De familie heeft een meerderheidsbelang in beide bedrijven. Volgens de VEB is er daarom sprake van belangenverstrengeling.

Het samengaan van een kunstmestfabrikant met een bouwbedrijf riep bij beleggers in december al vragen op toen de plannen werden aangekondigd. De beleggersvereniging kondigde toen aan naar de rechter te stappen als OCI het voorstel om "zichzelf uit te verkopen aan Orascom niet per direct laat vallen".

Over de fusieplannen wordt op 22 januari gestemd op een aandeelhoudersvergadering. De beleggersvereniging wil dat de rechter de stemming blokkeert en eist dat de Egyptische familie niet mee mag stemmen. De familie zou de fusie namelijk door kunnen laten gaan en hun meerderheidsbelang kunnen misbruiken, zegt Gerben Everts, voorzitter van de VEB.

Zorgen

Volgens de beleggersvereniging is OCI zeer ondergewaardeerd, dat wil zeggen dat de prijs van een aandeel lager is dan hij in theorie zou moeten zijn. Orascom zou met deze deal juist erg worden overgewaardeerd, wat tot zorgen leidt bij de minderheidsaandeelhouders.

Als de overname doorgaat, zullen beleggers van de kunstmestfabrikant voor elk aandeel dat ze nu bezitten 0,4634 aandeel in Orascom krijgen. Dat zou te weinig zijn, valt te lezen in het verzoekschrift. Ook Stijn Demeester, aandelenanalist bij ING, ziet dat de aandeelprijs van OCI lager is dan logisch is op basis van zijn berekeningen.

Daar komt bij dat Orascom Construction genoteerd staat aan de beurs in Abu Dhabi. Het aandeel zal dus niet meer op de Nederlandse beurs worden verhandeld en is dan moeilijker bereikbaar. Het aantal aandelen dat wordt verhandeld op de beurs in de Golfstaat is veel lager, dus krijg je niet de beste prijs voor je aandelen, zegt Demeester. Everts voegt daaraan toe dat veel Nederlandse bemiddelaars voor aandelen niet de mogelijkheid bieden om daar te beleggen en bovendien zijn beleggers er minder goed beschermd.

Gevolgen

Volgens de ING-analist zijn er altijd risico's verbonden aan beleggen, maar dit geval is volgens hem erg uitzonderlijk. Beide bedrijven zijn in handen van één familie en de waarde die wordt geschat door experts komt niet overeen met de waarde die door de Egyptische grootaandeelhouder wordt aangegeven.

OCI heeft een kunstmestfabriek op industrieterrein Chemelot in Geleen. De gevolgen van deze overname voor de fabriek in Nederland zijn niet bekend. Het bedrijf heeft niet gereageerd op vragen hierover van de NOS.

De VEB zegt een reactie op het verzoekschrift te hebben ontvangen en meldt dat de zaak op 13 januari zal worden behandeld.

Trump aast op Venezuela's enorme oliereserve, maar die blijft voorlopig in de grond

1 month 4 weeks ago

Venezuela heeft de grootste bewezen oliereserves ter wereld: meer dan 300 miljard vaten. Daar kan heel Nederland zo'n 6000 jaar op rijden.

Maar de Venezolaanse olie-industrie ligt op z'n gat. Daar wil president Donald Trump verandering in brengen. Het gevangennemen van president Nicolas Máduro maakt volgens hem de weg vrij voor Amerikaanse bedrijven om massaal te investeren in het land.

Maar het zal ingewikkeld worden om de Venezolaanse olie op een winstgevende manier uit de grond te halen, zeggen experts. Of zit er meer achter Trumps olie-obsessie?

Even terug in de tijd. Dankzij enorme olievondsten en met behulp van de VS werd Venezuela in de vorige eeuw een van de eerste grote oliestaten. "In de jaren 30, 40 en 50 deed dit land 15 procent van de wereldwijde olieproductie", zegt energiespecialist Jilles van den Beukel (HCSS).

Maar Venezuela's vorige president, Hugo Chávez, vond dat de Amerikaanse bedrijven wel érg veel verdienden en zijn land weinig. Begin deze eeuw nationaliseerde hij grote olieprojecten, zonder de bedrijven daarvoor te compenseren. "Daarom heeft Trump het nog steeds over 'gestolen olie'", zegt Van den Beukel.

De meeste Amerikaanse oliemaatschappijen weigerden mee te werken met het nieuwe beleid en vertrokken uit Venezuela. Chávez' opvolger Maduro zette de koers van z'n voorganger door, tot onvrede van de VS en andere landen. Die legden sancties op aan Venezuela, waardoor het voor het land erg moeilijk werd om zijn olie te verkopen.

Daarbovenop kwam dat Chávez en later Maduro veel mensen bij het nationale oliebedrijf PDVSA vervingen "door mensen ingehuurd vanwege hun loyaliteit en niet vanwege een technische kennis", zegt Van den Beukel.

Zo kon het land met de meeste olie in de grond in een economische crisis belanden. "Het verlies aan expertise door het vertrek van de Amerikanen, de sancties en wijdverbreide corruptie leidden tot de ineenstorting van de olie-industrie", zegt olie-expert Robert Rapier. "De productie lag vóór de onteigeningen boven de drie miljoen vaten per dag, maar is ingestort tot onder de één miljoen."

Dat Venezuela de Amerikaanse oliebedrijven wegjoeg en Maduro daar niks aan veranderde, lijkt een belangrijke reden voor Trump te zijn geweest om het land aan te vallen en Maduro gevangen te nemen. Trump zegt dat Amerikaanse bedrijven de Venezolaanse olie-infrastructuur de komende jaren weer zullen repareren en "geld voor het land gaan verdienen".

Lichte vs. zware olie

Maar dat kan nog wel eens lastig gaan worden. In de Venezolaanse bodem zit zogenoemde zware olie, die lastig uit de grond te krijgen is. Van den Beukel: "Je hebt lichte olie die vloeit als water. En je hebt zware olie, die vloeit meer als teer. Daar olieproducten van maken is niet bepaald een erg schoon en klimaatvriendelijk proces."

Concurreren met landen die het geluk hebben over lichte olie te beschikken, is dus lastig. Er is wereldwijd best vraag naar zware olie, zeggen de experts, maar door de hoge winningskosten en sterk verouderde apparatuur in Venezuela is het lastig om de productie winstgevend te maken. "Veel olie-infrastructuur is verouderd, verdwenen of kapot", zegt Rapier. "Dit kan niet snel opgelost worden."

Alles weer operationeel krijgen, kan decennia duren en tussen de 50 en 70 miljard euro kosten, zegt energie-expert Lucia van Geuns (HCSS). "Er is nauwelijks meer kennis en kunde in Venezuela over het produceren en het managen van olievelden."

Van den Beukel: "Amerikaanse oliebedrijven krabben zich wel drie keer achter de oren voordat ze hier heel beperkt een beetje in gaan investeren."

De Venezolaanse olie-industrie op termijn weer lucratief maken, had met minder drastische maatregelen gekund dan militair ingrijpen, zegt Van den Beukel. "Bijvoorbeeld via Chevron, het enige Amerikaanse oliebedrijf dat nog in Venezuela zit en er een relatief grote rol speelt. Maar er speelt hier veel meer dan alleen olie. En dat is moeilijk voor een olie-analist om te bevatten."

China terugdringen

Amerikakenner Casper Thomas is wat minder verbaasd. "Trump zag in de olie een businessdeal voor Amerika. En alles wat daar eventueel in de weg kan staan, zoals een onwelwillende regering, is voor hem geen obstakel om dat te proberen te bereiken."

Iets anders wat voor Trump een rol zal spelen: de concurrentie met China. "China is de meest dominante afnemer van Venezolaanse olie en Amerika wil die invloedssfeer terugdringen", zegt Van Geuns. "Amerika wil niet dat rivalen economische en politieke invloed uitbouwen in Zuid-Amerika."

Dit samenspel van economie en geopolitiek is typisch Trump, zegt Thomas. "Het nastreven van zakelijke belangen voor Amerika en je wil opleggen aan een ander deel van de wereld, dat gaat voor Trump hand in hand."

Nog steeds onduidelijkheid over zzp-handhaving, een jaar na grote onrust

1 month 4 weeks ago

Begin vorig jaar heerste er veel onrust en onduidelijkheid bij zzp'ers en hun opdrachtgevers. Vanaf 1 januari 2025 werd de handhaving op schijnzelfstandigen (zzp'ers die in feite werknemer zijn) opgeschroefd, maar het was voor velen niet duidelijk wie zo'n schijnzelfstandige was en wie een 'echte' zzp'er. Een jaar later kampt een deel van de zzp'ers en opdrachtgevers nog met diezelfde onduidelijkheid.

"Er is eigenlijk geen verschil met vorig jaar", zegt universitair docent arbeidsrecht Niels van der Neut. "Je merkt dat een deel van de opdrachtgevers niet zo goed weet waar ze op moeten letten, of het niet eens is met de beoordeling." Bij die beoordeling of iemand zzp'er of schijnzelfstandige is, wordt per individu naar van alles gekeken, van gezagsverhouding tot werkplek. "Het is niet genoeg om een zzp'er niet uit te nodigen voor de kerstborrel."

Er gaat ook veel misinformatie rond over het onderwerp. Een hardnekkig gerucht is bijvoorbeeld dat er helemaal niet meer met zzp'ers gewerkt mag worden, of dat er een maximumtarief is. "Het is een beetje zoals in de kleuterklas", zegt Connie Maathuis van Vereniging Zelfstandigen Nederland. "Dat de juf iets in het oor van een leerling fluistert en het aan het eind van de kring een heel ander verhaal is geworden."

Zachte landing

2025 was een overgangsjaar: de Belastingdienst ging actiever handhaven, maar legde nog geen boetes op. Wel konden er hoge naheffingen volgen, bestaande uit loonheffingen en premies die werkgevers hadden moeten betalen als de schijnzelfstandige in dienst was geweest. Zo deelde de AFNL, de belangenbehartiger van aannemers, dat er bij meerdere bedrijven al naheffingen waren opgelegd, variërend van 1 tot 10 miljoen euro.

Om te proberen het risico daarop te verminderen, schoven sommige opdrachtgevers, bijvoorbeeld in de bouw, een tussenpartij tussen henzelf en zzp'ers. "Met name de grote opdrachtgevers met veel geld kunnen zich indekken", zegt Joris Knoben, hoogleraar ondernemerschap aan Tilburg University. "Eigenlijk zou je het niet moeten willen. Het is een laag in je industrie die er alleen maar zit vanwege onzekerheid."

Deze maand ging de minister deels akkoord met de wens van de Tweede Kamer om de 'zachte landing' van afgelopen jaar te verlengen. Ook in 2026 moet je het heel bont maken om een boete te krijgen. Kamerleden vonden dat er nog altijd te veel onduidelijkheid en onrust was, waardoor opdrachtgevers preventief afzagen van samenwerken met zzp'ers.

Even wennen

"Het is weinig bemoedigend dat we een jaar verder zijn en dat die duidelijkheid in regelgeving er nog steeds niet is", zegt Maathuis. Dat sentiment wordt ook in de zorg gedeeld, de sector die eind vorig jaar vreesde voor gaten in de roosters. "De verlenging versterkt alleen maar de onduidelijkheid", zegt een woordvoerder van ouderenzorgbranche Actiz. "Geef nou gewoon helderheid." Vanuit de markt zegt de Belastingdienst te horen dat er juist behoefte is aan zichtbare handhaving.

De ministeries van Financiën en Sociale Zaken hebben het afgelopen jaar ingezet op het geven van duidelijkheid over de huidige regelgeving door bijvoorbeeld langs te gaan bij bedrijven en gesprekken te voeren met brancheorganisaties.

"We komen uit een situatie waarin alles oké leek, omdat er niet werd gehandhaafd", vertelt een woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken. "Maar eigenlijk kon het al die tijd al niet. Dat is even wennen."

Hoge werkdruk

Veel bedrijven en organisaties bogen zich afgelopen jaar over hun zzp-relaties om deze opnieuw te beoordelen. "Veel organisaties hebben er wel beter naar gekeken, maar er kan een verschil zijn in hoe diegene het weegt en hoe de Belastingdienst of rechter dat doet", zegt Van der Neut.

In de zorg en het onderwijs willen opdrachtgevers vaak sowieso liever mensen in loondienst hebben vanwege de continuïteit. "Ze zien het als een positieve, weliswaar afgedwongen, keuze", zegt Knoben. In de kinderopvang lukte het bijvoorbeeld vrij goed om zzp-loos het jaar door te komen door mensen in dienst te nemen; in de zorg waren er ook zzp'ers die niet in dienst wilden komen vanwege het gebrek aan flexibiliteit en de hoge werkdruk.

85.000 van de ongeveer 1,2 miljoen zzp'ers waren in het derde kwartaal van 2025 gestopt in vergelijking met het jaar ervoor, blijkt uit cijfers van het CBS. De daling die eind 2024 was ingezet, stabiliseerde vrij snel. Vooral zzp'ers werkzaam in de sector zorg en welzijn en in technische beroepen stopten.

Er liggen momenteel twee wetsvoorstellen die verduidelijking moeten bieden aan de huidige zzp-wet, maar welke er komt en of ze door de Tweede Kamer komen is niet zeker. Het gaat om de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR), die duidelijker moet vastleggen wanneer iemand werkt als zelfstandige of als werknemer, en de Zelfstandigenwet, het later ingebrachte alternatief van onder meer VVD en D66.

Accijns op benzine omhoog en er volgt meer: 'Wennen aan 2,50 per liter'

1 month 4 weeks ago

Op de eerste dag van dit jaar is de accijns op brandstof omhooggegaan en de komende twee jaar kunnen automobilisten zich opmaken voor een nog forsere prijsverhoging. De zogenoemde accijnskorting, die werd ingevoerd op het hoogtepunt van de energiecrisis, is nog grotendeels van kracht, maar voor hoelang nog? En vanaf 2028 komt er door Europese regels een extra heffing bij.

Op 1 januari ging de accijns voor benzine zo'n 5,6 cent omhoog, die van diesel met 3,6 cent en lpg met 1,3 cent. Eigenlijk zou de accijns dit jaar niet verder stijgen, maar een krappe meerderheid van de Tweede Kamer koos daar toch voor. De Kamer wil het geld dat daardoor binnenkomt, gebruiken om de bezuinigingen op het openbaar vervoer te dempen.

Veel autobezitters profiteerden daarom voor het einde van het jaar nog even van de lagere brandstofprijzen. Zo zag pompstationhouder Martin van Eijk op oudjaarsdag zijn omzet 30 procent hoger uitvallen dan op andere dagen. "Er zijn dus best wat mensen die voor een paar euro nog even zijn gaan tanken."

Pijn aan de pomp

"Twee derde van wat je aan de pomp betaalt, gaat rechtstreeks naar de staatskas en daar doet de overheid dingen mee als wegen aanleggen. Maar dat deel zal waarschijnlijk niet kleiner worden, eerder groter, want de overheid heeft het geld gewoon nodig", vertelt Paul van Selms van consumentenadviesbureau United Consumers. "Daarnaast vindt de overheid het ook prima te verantwoorden door te zeggen dat het vervoer het milieu te zwaar belast."

De korting op de brandstofaccijns ontstond toen door de Russische inval in Oekraïne de olieprijzen door het dak schoten. Het kabinet greep in met de korting; op die manier moest de pijn aan de pomp minder groot zijn.

Maar sinds de invoering is het voor de politiek een lastig vraagstuk: ermee doorgaan of niet? Ja, was tot nu toe telkens het antwoord. Wel werd de korting een paar keer met kleine stapjes verlaagd, net als dit jaar.

Door de maatregel is de benzineprijs nog steeds zo'n 18 tot 19 cent lager dan dat ie zonder de korting zou zijn. Dat kost de schatkist veel geld: meer dan een miljard euro per jaar. Grote vraag is nu of de politiek de maatregel voor 2027 weer doorzet.

Minder uitstoot

Daar komt nog eens bij dat vanaf 2028 het Europese emissiehandelssysteem ingaat, de zogenoemde ETS-2. Brandstofleveranciers moeten vanaf dan voor hun uitstoot certificaten inkopen. Ieder jaar komen er minder certificaten, met de bedoeling dat er dan minder uitstoot komt. De verwachting is dat de benzineprijs ook hierdoor nog eens met 10 tot 13 cent omhoog gaat.

Bovenop die prijsverhoging worden er nog meer milieumaatregelen genomen. Stapsgewijs moet er steeds meer biobrandstof vermengd worden in de benzine. In 2027 gaat dat percentage van 14,4 procent naar 16,4 procent en in 2028 stijgt dat door naar ruim 22 procent. "De komende jaren gaat dat sterk omhoog en dat kan voor hogere prijzen zorgen, want biobrandstof is duurder dan gewone benzine", vertelt ING-econoom Rico Luman.

Toch wordt de stijging ook iets gedempt door de olieprijs. "Op de oliemarkt is al een tijdje wereldwijd een overschot. We verwachten volgend jaar geen stijging, maar eerder een lichte daling", zegt Luman.

Hoewel de olieprijs dus zal meevallen, blijft de prijs aan de pomp stijgen. "We moeten wennen aan een prijs van misschien wel 2,50 euro. Dat komt voornamelijk door overheidsingrijpen met hoge belastingen", concludeert Van Selms.

Pompstationhouder Van Eijk verwacht niet dat de hoge prijzen problemen veroorzaken voor het voortbestaan van zijn tankstation. "Tanken wordt wel minder aantrekkelijk, maar mensen zijn afhankelijk van hun auto en die zullen we blijven bedienen."

Ruim 388.000 nieuwe personenauto's in Nederland, welke waren in trek?

1 month 4 weeks ago

Er zijn vorig jaar ruim 388.000 nieuwe personenauto's in Nederland verkocht. Dat blijkt uit cijfers van brancheorganisaties RAI vereniging, Bovag en databedrijf RDC. Historisch gezien is het aantal laag: in de afgelopen vijftien jaar werden er gemiddeld meer dan 410.000 nieuwe auto's per jaar geregistreerd.

De populairste merken waren Kia, Volkswagen en Skoda. Samen waren die goed voor bijna 100.000 nieuwe auto's. Dat is voor alle drie meer dan het jaar ervoor. Op nummer 4 staat Toyota; dat verkocht er ruim 27.000. Dat zijn er een paar duizend minder dan in 2024.

Het populairste model was de Skoda Elroq, waarvan er bijna 12.000 werden verkocht. Daarna volgen de Kia EV3 en Tesla's Model Y, allebei goed voor bijna 11.000 registraties. Autofabrikant Tesla zelf staat onderaan de top 10 van populaire merken. Het Amerikaanse bedrijf moest vandaag nog zijn wereldwijde koppositie als elektrische autofabrikant afstaan aan het Chinese BYD, dat in Nederland pas op plek 22 staat.

Ondertussen waren er ook honderdduizenden auto's die de Nederlandse wegen verlieten, bijvoorbeeld omdat ze een nieuwe eigenaar in het buitenland kregen of naar de sloop gingen.

In totaal rijden er in Nederland ruim 9 miljoen personenauto's op de weg en dat aantal nam afgelopen jaren steeds toe met ongeveer 100.000. Of die trend in 2025 is doorgezet, daar hebben de brancheorganisaties nog geen zicht op.

Echt occasionland

Ook opvallend is de markt voor tweedehands auto's. "Nederland is echt een occasionland", zegt ING-econoom Rico Luman. Jaarlijks worden er honderdduizenden van geïmporteerd, blijkt uit cijfers van kennisbureau Aumacon en RDC. "In België is het veel gebruikelijker om een nieuwe auto bij de dealer te halen", zegt de econoom.

Daarnaast gaan er honderdduizenden tweedehands auto's naar het buitenland, meldt Aumacon. Een aanzienlijk deel daarvan elektrisch, ziet het kennisbureau. Econoom Luman herkent dat beeld en noemt verschillende redenen. "In Nederland is het minder aantrekkelijk geworden om elektrisch te rijden. Subsidies zijn afgebouwd en de belasting ging juist omhoog." Ook is het vaak makkelijker om een auto in het buitenland te verkopen, zegt hij. "Simpelweg omdat de markt groter is."

Volledig elektrisch

Toch waren veel nieuw gekochte auto's volledig elektrisch, ziet de RAI vereniging. Het gaat om zo'n 40 procent. "Daarbij komt nog eens 20 procent deels-elektrische stekkerauto's", zegt Luman. "En 25 procent zijn benzineauto's met elektrische aandrijving." De rest van de nieuwe personenauto's, bijna 15 procent, rijdt volledig op fossiele brandstoffen.

In 2023 besloot de EU dat er vanaf 2035 geen nieuwe auto's met een verbrandingsmotor op benzine of diesel meer mogen worden verkocht. Maar daar kwam de Europese Commissie in december van terug onder grote druk van autolanden Duitsland en Italië en van de Europese auto-industrie.

Pensioenuitkering fors omhoog door overstap nieuw stelsel, soms wel 20 procent erbij

1 month 4 weeks ago

2026 begint voor ruim 1,5 miljoen gepensioneerden met een flinke financiële meevaller. Dat blijkt uit een berekening die pensioenadviseur AON heeft gedaan op verzoek van de NOS. Per 1 januari zijn 24 pensioenfondsen overgestapt naar het nieuwe stelsel, waaronder grote fondsen zoals Zorg&Welzijn, Metaal&Techniek en de pensioenfondsen voor de bouw, horeca, schoonmaak en uitzendbranche.

Gemiddeld gaan de gepensioneerden er ruim 13 procent op vooruit, is berekend op basis van gegevens van de twaalf grootste fondsen die overstappen. Per fonds verschilt het nogal hoeveel een gepensioneerde er op vooruitgaat. Het kan variëren van zo'n 5 procent tot 20 procent of meer erbij.

Gepensioneerden moeten wel even wachten op dat geld. De financiële situatie van een fonds op 1 januari 2026 is bepalend voor de verhoging, maar de pensioenfondsen rekenen de komende drie maanden alles nog na. Als de definitieve verhoging bekend is, wordt met terugwerkende kracht extra uitgekeerd over de eerste paar maanden van dit jaar.

Bouw en horeca

De verhoging heeft te maken met het verdelen van de collectieve pot over individuele pensioenpotjes. In het nieuwe systeem krijgt elke pensioendeelnemer, werkenden en gepensioneerden, een overzicht van wat er in het persoonlijke potje zit. Bij de overgang gaat daar in wat je hebt opgebouwd tijdens de jaren als werknemer. Maar daarnaast verdelen fondsen ook een groot deel van het overige geld in kas, hun reserves. Het komt erop neer dat hoe groter de reserves zijn, hoe meer er te verdelen valt bij het overstappen.

De Nederlandse fondsen die nu zijn overgestapt staan er uitstekend voor en dus krijgen ook gepensioneerden er geld bij. Vooral gepensioneerde bouw- en horecamedewerkers gaan er hard op vooruit.

"Wij schatten in dat de gepensioneerden bij BPF Bouw en BPF Horeca er misschien wel 20 procent bij krijgen", zegt Corine Reedijk van AON. "Er zal geld opzijgezet worden voor een aantal verplichte buffers, de solidariteitsreserve en compensatie, maar het geld dat dan overblijft wordt via een verdeelsleutel verdeeld."

Eerder maakte pensioenfonds Zorg&Welzijn (PFZW) bekend dat ruim 600.000 oud-zorgmedewerkers kunnen rekenen op een flinke plus. Er zou zomaar 7 tot 10 procent bij kunnen komen, maar dat is gebaseerd op cijfers van een half jaar terug. Reedijk: "PFZW staat er nu nog beter voor. Dit komt doordat de dekkingsgraad in de tweede helft van het jaar is gestegen naar ongeveer 124 procent."

Een dekkingsgraad boven de honderd procent betekent dat een fonds aan alle pensioenverplichtingen kan voldoen en dat er dan nog geld overblijft. AON keek naar de meest recente openbare cijfers van de fondsen, van eind november. Het ziet ernaar uit dat de fondsen in december hun financiële positie nog wat versterkt hebben, waardoor er nog wat meer te verdelen valt.

Meer risico

De meevaller door het herverdelen van de pensioenmiljarden is eenmalig. In 2027 zal die verhoging niet zo sterk zijn als in 2026 bij deze fondsen. Of gepensioneerden de volgende jaren überhaupt op een verhoging kunnen rekenen hangt sterk af van hoe goed de fondsen beleggen.

In het oude systeem kwam het de afgelopen vijftien jaar regelmatig voor dat pensioenfondsen er wel goed voor stonden, maar veel geld in kas moesten houden omdat de regels van het systeem dat voorschreven. Daardoor stegen de uitkeringen meerdere jaren niet of amper.

Pensioenfondsen over per 1 januari 2026

24 pensioenfondsen maken de overstap. Het gaat om de fondsen Personeelsdiensten, Horecabedrijf, Metaal&Techniek, Bouwnijverheid, Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf, Levensmiddelenbedrijf, Cosun, Flexsecurity, Bakkersbedrijf BPF, Oak, Rail & Openbaar Vervoer, Woningcorporaties, Recreatie, Zuivel, Shell Nederland, Dierenartsen, Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf, Koopvaardij, Heineken, Zorg &Welzijn, KLM Grondpersoneel, KLM Cabinepersoneel, Particuliere Beveiliging en Zoetwarenindustrie.

In 2025 gingen Holland Casino, Werk en (re)Integratie, Fysiotherapeuten Openbare Bibliotheken, Personeelspensioenfonds APG en de Loodsen al over. ABP, het grootste pensioenfonds, wil per 2027 overstappen.

In het nieuwe stelsel mogen pensioenfondsen hierin meer risico nemen. Het idee is dat het ingelegde pensioengeld dan ook meer gaat opleveren en dat deelnemers dat gaan terugzien in hun potje. Maar bij tegenvallers op de beurs gaan gepensioneerden dat ook sneller merken.

Gepensioneerden moeten overigens wel even alert zijn, zegt het NIBUD, dat Nederlanders adviseert over hun financiële huishouden. Een hoger inkomen kan invloed hebben op, bijvoorbeeld, huurtoeslag en zorgtoeslag, hoewel het NIBUD er niet vanuit gaat dat door deze wijziging opeens veel Nederlanders recht op toeslag zullen verliezen.

Europese bankpresident Lagarde verdient stuk meer dan de bank vermeldt

1 month 4 weeks ago

Christine Lagarde, de president van de Europese Centrale Bank (ECB), verdient veel meer dan dat de bank openbaar maakt. Dat schrijft de Britse zakenkrant Financial Times na eigen onderzoek.

In 2024 kreeg Lagarde volgens cijfers van de ECB een salaris van 466.000 euro. Maar daarbovenop komen volgens de FT nog extra vergoedingen, waardoor ze een totaalbedrag van 726.000 euro ontvangt.

Zo krijgt de president volgens berekening van de krant 135.000 euro voor onder andere huisvesting en nog eens 125.000 euro voor haar rol als bestuurslid bij de Bank voor Internationale Betalingen. Dat is een internationale organisatie waarin centrale banken samenwerken, een soort overkoepelende bank voor de nationale centrale banken. Die functie heeft Christine Lagarde omdat ze de baas is van de ECB.

Voor een salarisvergelijking keek de Financial Times naar Jerome Powell, het hoofd van de Amerikaanse centrale bank. Zijn loon is wettelijk vastgesteld op 203.000 dollar, omgerekend zo'n 173.000 euro. Lagarde verdient dus ongeveer vier keer zoveel. Powell zit ook in het bestuur van de Bank voor Internationale Betalingen, net als Lagarde. Hij krijgt alleen de extra vergoeding niet, omdat dat van de Amerikaanse wet niet mag.

De Britse krant legde haar onderzoek en berekeningen voor aan de ECB. De centrale bank wilde daar geen inhoudelijke reactie op geven, maar stelde wel dat haar openheid over de beloningen aan de top "in lijn is met veel andere internationale publieke instellingen".

Volgens de ECB is het salaris van de president al sinds de oprichting in 1998 zo vastgesteld. De enige verandering volgens de bank is de jaarlijkse salarisverhoging die van toepassing is op al het ECB-personeel.

We moeten af van het toeslagensysteem, maar hoe dat kan is nog de vraag

2 months ago

De overheid moet meer toeslagen automatisch uitkeren, en te veel uitbetaalde toeslagen niet meer terugvragen. Daarop wijzen onderzoekers en betrokkenen, ook met het oog op de kabinetsformatie.

De overheid pompt grote bedragen rond om ervoor te zorgen dat mensen hun huur, zorg en kosten voor de kinderen kunnen betalen. Tegelijk lopen steeds meer burgers grote schulden op door diezelfde toeslagen.

Mensen moeten tal van gegevens verstrekken als ze huur-, zorg- of kinderopvangtoeslag aanvragen. Dat de complexiteit van het systeem grote negatieve consequenties kan hebben, wordt keer op keer duidelijk.

Proactief

De Nationale ombudsman vindt dat overheidsinstanties meer informatie over burgers met elkaar moeten kunnen uitwisselen. Dan zouden meer mensen de steun krijgen waar ze recht op hebben.

"Dat de overheid mensen overvraagt, weten we uit wetenschappelijk onderzoek", zegt Fatma Capkurt, docent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden en lid van de Staatscommissie rechtsstaat. "Dan is het vreemd om te zeggen dat mensen het toch gewoon zelf moeten uitzoeken. Als burgers recht hebben op een toeslag, moet de overheid er alles aan doen om ervoor te zorgen dat mensen die krijgen."

Dat besef is er inmiddels ook bij de overheid. Daar is "proactieve dienstverlening" een begrip geworden. Maar hoe doe je dat? Want overheidsinstanties mogen niet zomaar gegevens over burgers uitwisselen, iets wat nodig is om een toeslag automatisch toe te kennen en uit te keren.

Dubbele kinderbijslag

Bij één toeslag is het wel gelukt: de dubbele kinderbijslag. Die is er voor gezinnen met kinderen die extra zorg nodig hebben. Sinds 2024 wordt die toeslag automatisch toegekend en uitgekeerd. Dat werd mogelijk door een uitzonderlijke wetswijziging. Maar alleen een beperkte groep gezinnen valt onder de nieuwe wet.

"Wij krijgen dit nog steeds niet automatisch, helaas", zegt Peter Vermeulen. Zijn gezin krijgt de dubbele kinderbijslag voor zijn zoon met autisme. Om de toeslag te krijgen, moet hij telkens zeven of acht A4'tjes invullen, de zorgindicatie opnieuw opvragen en bewijs van de diagnostiek meesturen. "Als ouder met een zorgbehoevend kind ben je extra belast. Het was wel fijn geweest als ook wij de toeslagen automatisch zouden krijgen."

Vaart maken

De overheid werkt aan wetten om proactiever te kunnen worden. Zo ligt er een voorstel dat regelt dat het UWV, de Sociale Verzekeringsbank en gemeenten burgers kunnen wijzen op uitkeringen en schuldhulpverlening waar ze recht op hebben. Dat kan nu niet, omdat de instanties de benodigde informatie niet met elkaar mogen uitwisselen.

De nieuwe wet zou niet gelden voor de toeslagen. Ontzettend inefficiënt, vinden experts. Ze pleiten voor een wetswijziging die proactieve dienstverlening de standaard maakt bij de overheid. Dat zou kunnen betekenen dat overheidsinstanties informatie over inkomens en gezinssamenstelling van burgers mogen uitwisselen, onder voorwaarde dat het in het belang van de burger is.

De Landelijke Cliëntenraad komt wel met een kanttekening: het moet mogelijk zijn voor burgers om 'nee' te zeggen tegen een toeslag. "Veel mensen hebben nare ervaringen met de overheid", legt voorzitter Fatma Koser Kaya uit. "En soms betekent een extra bedrag krijgen dat je op bijvoorbeeld huurtoeslag weer moet inleveren."

De echte oplossing

Het automatisch uitkeren van toeslagen zou burgers veel leed en onzekerheid kunnen besparen, zeggen belangenorganisaties en deskundigen. Ze zien dat vooral als een stap naar de echte oplossing: een verzorgingsstaat zonder toeslagen.

Het idee is dat de toeslagen verdwijnen en mensen slechts een klein bedrag betalen voor bijvoorbeeld huur en kinderopvang. De verhuurder en crèche mogen dan subsidie aanvragen bij de overheid.

"De huidige toeslagen zijn gebouwd op de politieke wens van haarfijne herverdeling en dat maakt het systeem zo ingewikkeld", zegt Jasper van Dijk van het Instituut voor Publieke Economie (IPE). "Dat zorgt niet alleen voor fouten en terugvorderingen, het maakt het systeem ook duur voor de overheid."

Wegstrepen

Van Dijk pleit voor een systeem met inkomensonafhankelijke regelingen. Bijvoorbeeld een maandelijks bedrag per huishouden, afhankelijk van het aantal gezinsleden. Dat zou gepaard kunnen gaan met een hoger minimumloon en meer belastingschijven.

Dat maakt het belastingstelsel ook begrijpelijker voor mensen, zegt Van Dijk. "Want zoals het nu is, kan je toeslag omlaag gaan als je inkomen stijgt, maar als burger is dat niet te begrijpen."

Ook het ministerie van Financiën kwam in 2024 met scenario's hoe een einde te maken aan het toeslagensysteem. In het licht van de formatie durft Van Dijk hoopvol te zijn. D66 en CDA zijn twee van de partijen die de toeslagen willen afschaffen.

Dat zulke voornemens in de praktijk weerbarstig zijn, blijkt wel uit de plannen van achtereenvolgende kabinetten om de kinderopvangtoeslag af te schaffen. Idee is dat de opvang bijna gratis wordt voor alle werkende ouders en opvangbedrijven een subsidie krijgen van de overheid. Het huidige kabinet heeft dat plan eerder dit jaar vooruitgeschoven naar 2029.

Beleggersclub VEB vraagt Ondernemingskamer onderzoek te doen naar Philips

2 months ago

Beleggersvereniging VEB heeft een officieel verzoek ingediend bij de Ondernemingskamer over de problemen met apneu-apparaten bij Philips. De VEB meent dat de top van Philips al tien jaar wist dat de machines die mensen met slaapproblemen 's nachts helpen niet goed konden functioneren. De beleggersclub wil dat de rechter alle details boven water haalt.

Philips riep in 2021 miljoenen slaapapneu-apparaten terug omdat er schuimdeeltjes loskwamen, vooral in de Verenigde Staten. De VEB claimt bewijs te hebben dat Philips al in 2011 signalen kreeg over "systematische kwaliteitsproblemen" bij dochterbedrijven van Philips in de VS. Uiteindelijk betaalde Philips flinke boetes en schikkingen in de VS.

Maar volgens de VEB liet de Philips-top keer op keer na deze signalen op te pakken. Met dit vermeende wanbeleid zou Philips volgens de VEB niet alleen patiënten, maar ook aandeelhouders hebben misleid. De beleggersclub spreekt van "een van de grootste bedrijfsschandalen van de afgelopen decennia".

Philips laat in een reactie weten dat de Ondernemingskamer eerst nog moet beoordelen of het verzoek van de VEB gegrond is: "Het verzoek kan dus ook worden afgewezen. Wij zijn het niet eens met de standpunten die de VEB inneemt en Philips zal zich krachtig verdedigen."

Wie verantwoordelijk?

Afgelopen najaar kondigde de VEB al aan dat ze een gerechtelijk onderzoek naar de zaak wilden. Vandaag diende de beleggersclub hiervoor een officieel verzoek in bij de Ondernemingskamer in Amsterdam, naar eigen zeggen ondersteund door duizenden beleggers. De VEB wil opening van zaken omdat niet genoeg duidelijk zou zijn hoe de organisatie van Philips precies functioneert. Ook wil de VEB weten wie binnen Philips verantwoordelijk is geweest.

Volgens de VEB heeft het vermeende stilhouden van de problemen met de apneu-apparaten geleid tot misleidende jaarverslagen, persberichten en andere publieke uitingen. "Aan die zeer onwenselijke situatie moet een einde komen. Een onafhankelijk onderzoek, in opdracht van de Ondernemingskamer, is daarin een belangrijke stap", schrijft de VEB in een persbericht.

Topman buitenspel

Opvallend in de stukken die de VEB indiende bij de Ondernemingskamer is dat wordt gevraagd om onmiddellijk actie te ondernemen tegen Philips-topman Roy Jakobs en juridisch directeur Marnix van Ginneken. Jakobs volgde in 2022 Frans van Houten op bij Philips. Van Houten gaf bijna twaalf jaar leiding aan Philips, maar moest door de apneu-problematiek voortijdig vertrekken.

Toch heeft de VEB ook twijfels over zijn opvolger Jakobs. In de stukken aan de Ondernemingskamer vraagt de VEB aan de rechter om hem en medebestuurder Van Ginneken uit te sluiten van overleg over zaken met de apneumachines, zolang als het onderzoek loopt. Ook vraagt de VEB om het instellen van een extra commissaris en een onafhankelijke bestuurder met beslissende stem die specifiek toezicht houden op overleg binnen Philips over de apneuproblemen.

Chronologische tijdlijn terug op Instagram en Facebook als voorkeursoptie

2 months ago

Gebruikers van Instagram en Facebook kunnen de chronologische tijdlijn weer kiezen als voorkeursoptie. Moederbedrijf Meta heeft op de valreep van het jaar zijn apps aangepast na een rechterlijke uitspraak. Dat betekent dat de recentste berichten weer altijd bovenaan verschijnen, als gebruikers dat willen.

Meta kan op basis van een algoritme bepalen welke berichten iemand te zien krijgt. De mogelijkheid voor een chronologische tijdlijn was er al, maar die voorkeur vergaten de apps steeds als een gebruiker de app afsloot.

Dat is in strijd met Europese regels, vond burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom. Gebruikers moeten te allen tijde een voorkeursoptie kunnen opgeven, staat in de Digital Services Act uit 2022.

Hoe stel je je voorkeursoptie in?

Gebruikers kunnen de chronologische volgorde terughalen door de 'volgend'-pagina aan te vinken. Die staat bovenaan de apps van Instagram en Facebook onder de optie 'voor jou'. Die mogelijkheid was er al een tijdje, maar steeds als gebruikers de app opnieuw opstartten, kwamen ze terug bij de 'voor jou'-pagina. Dat is nu veranderd. Als je de optie 'volgend' aanklikt, blijft die nu gewoon staan.

Bits of Freedom spande in augustus een rechtszaak aan tegen Meta vanwege die tijdlijn. De rechter stelde de burgerrechtenorganisatie in het gelijk. Uiteindelijk kreeg Meta tot eind van het jaar om de aanpassingen door te voeren. Dat is nu dus net voor de deadline gebeurd.

De organisatie is blij met de veranderingen. "De macht wordt nu teruggelegd bij de gebruiker, in plaats van dat Meta dat voor je bepaalt", zegt een woordvoerder. "Het gaat ons echt om de keuzemogelijkheid."

Stapsgewijs aangepast

De aanpassingen worden geleidelijk doorgevoerd, ziet Bits of Freedom. De eerste signalen dat Meta met de tijdlijn aan de slag was, kreeg de organisatie vorige week. Vandaag zijn er ook nog veranderingen doorgevoerd.

Meta legt zich niet neer bij de uitspraak van de rechtbank. Op 26 januari volgt een hoger beroep. Het bedrijf vindt het "een zaak voor de Europese Commissie, en niet iets voor individuele rechtbanken in EU-lidstaten", zei het bedrijf eerder.

Cao-lonen stegen dit jaar met 5 procent opnieuw harder dan de prijzen

2 months ago

Werknemers met een cao hebben er het afgelopen jaar gemiddeld 5 procent loon bij gekregen. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daarmee zijn de cao-lonen voor het derde opeenvolgende jaar harder gestegen dan de inflatie.

De prijzen stegen het afgelopen jaar met 3 procent, zo berekende De Nederlandsche Bank (DNB) twee weken geleden. In die berekeningen kwam DNB ook al uit op een loonstijging van 5 procent in 2025.

De lonen stegen vorig jaar wel minder hard dan de twee voorgaande jaren. Toch spreekt het CBS wel van een van de hoogste stijgingen in de afgelopen veertig jaar.

In 2024 kwam de loonstijging voor werknemers met een cao uit op 6,5 procent. Vorig jaar kwam de inflatie uit op 3,3 procent. In 2023, toen de inflatie 3,8 procent was, gingen de lonen nog met 6,1 procent omhoog.

Stijgers

Werknemers in de farmaceutische industrie gingen er vorig jaar met 8,7 procent het meest op vooruit. Daarna volgen de chemische sector (7,5 procent) en informatie en communicatie (7,4 procent).

Ook mensen in de schoonmaakbranche gingen er met 6,3 procent aardig op vooruit. In de gezondheidszorg (4,4 procent), het onderwijs (4,5 procent), de bouw (5,7 procent) en de horeca (4,7 procent) stegen de lonen eveneens harder dan de inflatie.

Het minst stegen de lonen in de kleding- en textielindustrie. Deze sector was de enige waarin de loonstijging (2,8 procent) onder de inflatie lag, waarmee werknemers er dus feitelijk op achteruitgingen.

Groei dankzij consumenten

DNB berekende twee weken geleden dat de economie dit jaar 1,7 procent zal groeien. Dat is flink meer dan de 1 procent waarvan DNB uitging in het voorjaar, toen er veel onzekerheid was over de handelsoorlog met de Verenigde Staten.

De economie groeide harder, onder meer doordat consumenten hun geld bleven uitgeven. Dat kwam door de stijgende lonen.

Bewogen beursjaar eindigt met winst: 'Leerzaam jaar geweest'

2 months ago

Records op de AEX, bijna door de historische grens van duizend punten en een rendement dat richting de 8 procent kruipt: wie niet beter weet, zou denken dat beleggers aan de Amsterdamse beurs er een zorgeloos jaar op hebben zitten.

Wie de grafiek van de AEX in 2025 bekijkt, ziet dat het op zijn zachtst gezegd een bewogen jaar was. Na de beurseuforie over de terugkeer van Donald Trump als Amerikaans president, stortten de koersen in april in, toen Trump een wereldwijde handelsoorlog ontketende.

Daarna veerden de beurzen net zo snel op als ze onderuitgingen. De koersen bleven hoog, ondanks de aanhoudende oorlog in Oekraïne, onrust in het Midden-Oosten, de val van het kabinet-Schoof en zorgen over een knappende AI-bubbel.

"Het is een jaar waarin we hebben geleerd dat je je niet gek moet laten maken van bewegingen op de korte termijn", zegt beursanalist Corné van Zeijl van Cardano over het beursjaar 2025. "Wie in april zijn aandelen in paniek verkocht, zal nu met een vervelend gevoel terugkijken. Wat dat betreft was het een leerzaam jaar."

Hoe leerzaam ondervonden de leden van beleggingsclub Duitenberg aan de Universiteit Twente. Daar was begin april best veel stress, vertelt Sebastiaan Visscher, die toen voorzitter van de club was. "Iedereen was eigenlijk wel geschrokken natuurlijk, ook omdat het zo snel ging", blikt hij terug. "Vooral Amerikaanse aandelen smolten heel hard weg."

Buy the dip

Visscher had zelf belegd in aandelen van autofabrikant Volkswagen via een zogenoemde hefboomconstructie. Daarmee koop je aandelen met geleend geld. Dat is erg risicovol, omdat je moet verkopen als de koers te veel wegzakt. "Achteraf is het zonde, maar toen moest ik door het grote risico mijn posities in Volkswagen wel sluiten."

Oudere clubleden die de crisis op de beurs bij de uitbraak van het coronavirus in 2020 hadden meegemaakt, herinnerden zich een wijze les uit die periode. "Buy the dip", zegt huidig voorzitter Milan den Ouden van aandelen op het moment dat ze goedkoop zijn. "En beleggen doe je voor de lange termijn. Dat zie je nu aan het einde van het jaar. De waarderingen van dezelfde aandelen zijn nu best wel hoog."

Schade viel mee

Ook bij banken hadden de beleggingsteams geleerd van de ervaring van de coronadip, want ook toen trokken de beurzen na een flinke dip relatief snel weer bij. "In maart en april kregen we best wat nerveuze klanten aan de lijn", vertelt Taoufik Boussebaa, hoofd beleggingsstrategie bij Rabobank. "We hebben ook veel gecommuniceerd met klanten, via mails, in de app en met webinars. Over het algemeen zijn klanten rustig gebleven. We hebben weinig paniekverkopen gezien."

Beleggers hebben de afgelopen jaren nogal wat onzekere momenten meegemaakt", stipt Boussebaa aan. "Denk ook aan de oorlog in Oekraïne. De heffingen van Trump waren wel verwacht, maar de omvang, dat was wel even schrikken. Toch zien we nu per saldo een plus van ongeveer 8 procent voor aandelen."

Al na een maand waren de aandelen terug op hun oude waarden, omdat Trump na een hectische beursweek zijn harde toon matigde. "De gevreesde handelsoorlog kwam er niet", zegt Van Zeijl. "Andere handelsblokken gingen met de pootjes omhoog liggen, behalve China. Daardoor viel de schade van de hogere tarieven die uiteindelijk werden afgesproken mee."

Winsten zakten niet in

Wat volgens de twee beursanalisten meehielp, waren de winsten van beursgenoteerde bedrijven, want die zakten dit jaar helemaal niet in. "De meest sombere scenario's konden daarom van tafel", zegt Boussebaa. "Vanuit het perspectief van een aandelenbelegger is de winstontwikkeling het belangrijkst. En dat hield zich dit jaar heel goed staande."

Beleggers zien het daarom voor 2026 best positief in. Zo is de Beleggersbarometer van ING, waarin de bank de stemming peilt onder beleggende klanten, "bescheiden optimistisch" over komend beursjaar.

Dat merkt ook Van Zeijl onder professionele beleggers, waar hij jaarlijks de stemming peilt. "Zij rekenen op een rustig, maar mooi jaar met een gemiddelde stijging van 5 procent."

Ondanks het cijfermatig goede beursjaar is er volgens Boussebaa in 2025 wel degelijk iets veranderd. "Het aanzien van de Verenigde Staten heeft echt wel een structurele deuk opgelopen door het handelsbeleid van president Trump. De dollar heeft echt betekenisvolle waarde verloren ten opzichte van de euro."

NOS Economie